06-05-2012: Aart van Hovenloop, 10km, Bleiswijk

Onder de 45 minuten was het doel op de tien kilometer. Maar dat was nog wel voordat ik een paar dagen voor de wedstrijd met koorts op bed lag. Ook nog voordat ik met keelpijn rondliep en al helemaal nog op een moment dat mijn slijmhuishouding nog op orde was. Al in de eerste kilometer kon ik mijn doel dan ook flink bijstellen. Ik liep dan wel het goede tempo om de grens van 45 minuten te doorbreken, maar ik lag ook goed op schema om halverwege dood te gaan. En daarom schakelde ik een tandje terug en liet ik de groep voor me uit het zicht verdwijnen.

Vlak voor een winderig stukje langs de Rotte werd ik bijgehaald door een medeloper. Het eerste stuk tegen de wind in mocht ik nog voor mijn rekening nemen, maar daarna nam hij het van me over. Makkeljk was dat. Daarvoor had ik nog mijn stinkende best moeten doen om het tempo vast te houden, maar nu ik alleen nog maar hoefde te volgen, was het supersimpel. Ik vond het opeens zelfs iets te langzaam gaan, terwijl we hetzelfde tempo aan het lopen waren als voorheen. Blijkbaar was ik dus nog niet moe en had ik nog voldoende krachten over. Al heel snel nam ik dus de kop weer over en zo wisselden we lekker af totdat we weer het windstille bos in konden om ons eerste rondje af te maken.

Hier twijfelde ik nog even. Ik was heel duidelijk op reserves aan het lopen, maar ik zag toch op tegen het tweede rondje waar ik wederom tegen de wind in zou moeten lopen. Moest ik alvast aan gaan zetten of zou ik mijn reserves gaan gebruiken voor het allerlaatste stuk van anderhalve kilometer? Ik wist het niet. Ik twijfelde. En zo overwon de luie loper in mij. Met gemak. Terwijl ik het eerste rondje in 23 minuten passeerde (tegenvallertje), vond ik het allemaal wel best zo. Die reserves, als ik ze nog over zou hebben, zou ik pas op het einde gaan gebruiken.

Het tweede stuk tegen de wind in was ik ook zeker niet van plan om mijn tactiek aan te passen. Ik was gewoon van plan om weer kop over kop te gaan lopen met mijn medeloper en dat was het dan. We waren weliswaar iets meer tijd in aan het leveren dan tijdens het eerste stuk, maar ik vond het toch zwaar zat en ik berustte in een tijd die misschien zelfs richting de 47 minuten zou gaan.

Maar toen werden we ingehaald door een andere loper. Een dame. En hard ook. Wat mij betreft hadden we die dan ook lekker laten gaan, maar er gebeurde iets vreemds. “Wat doet hij nou?”, dacht ik nog toen mijn medeloper versnelde en achter haar aanging. We waren toch lekker aan het lopen? Redelijk ontspannen. Niet al te moeilijk. Waarom toch al die uitsloverij? En dan nog wel tegen de wind in? Waar is dat in hemelsnaam allemaal goed voor?

Desondanks wilde ik toch niet alleen achterblijven. Ik ging er dus ook achteraan en daarmee nam ik meteen een paar flinke stappen uit mijn comfort zone. Flink doorlopen om bij te blijven. Niet nadenken, maar doorstampen. Geen gaatje laten vallen. Harder. Geen gaatje laten vallen. Mijn god, waar moet ik lopen om uit de wind te blijven. Dit is zwaar. Dit is heel zwaar. Geen gaatje laten vallen. Doorlopen.

In het begin kon ik het maar ternauwernood volgen. Plotseling was ik vanuit het niets bezig met mijn snelste kilometer op het lastigste gedeelte van het parcours. En ik moest nog een heel stuk. Hoe zou ik dat vol kunnen houden? Ik had werkelijk waar geen enkel idee en terwijl ik wanhopig achter mijn medeloper probeerde te blijven hangen, zag ik na een paar minuten opeens zijn handje wapperen. Kom maar. Ga er maar langs, wilde hij zeggen. Ik moet jullie laten gaan.

Zag hij dan iets in mij dat ik niet zag? Dacht hij soms dat ik dit tempo wel zou kunnen volgen? Ik riep zelfs nog dat het voor mij ook te snel ging, maar mijn woorden gingen verloren in de wind. Het was vreemd en verwarrend en voor ik er erg in had, was ik hem al voorbij en was het eerste gaatje al gevallen. Een gaatje dat ik in gedachten al tien keer had zien ontstaan tussen mij en hun tweeën, maar nu liepen de dame en ik dus zomaar bij mijn medeloper weg. Het moest niet gekker worden.

Ik was nu dan ook mijn gruwelijke best aan het doen om bij te blijven, maar langzaamaan gebeurde er iets wonderbaarlijks. Ik kwam in mijn ritme. Ik kon volgen. Ik had dus niet alleen mijn medeloper achtergelaten, maar ook de luie loper in mijzelf. Ik begon het zelfs een beetje genant te vinden dat ik al zo lang aan het volgen was. Een dame was mij uit de wind aan het houden. Niet een of andere brede vent die eventjes een trainingsloopje aan het doen was, maar gewoon een dame! Potdikkie! Van binnen schold ik mezelf helemaal stijf. Was ik nu helemaal besodemieterd! Niet zeuren nu. Kop overnemen, verstand op nul en gewoon doorlopen. Mietje dat je bent.

Terwijl ik zo op kop aan het lopen was, had ik ook nog eens een prachtig uitzicht op twee andere lopers voor me. Enkele kilometers geleden had ik het gat tussen ons op zo’n 40 seconden geklokt en al lang alle nog overgebleven hoop opgegeven om ze bij de finish nog voorbij te sprinten. Maar nu werd het gat alsmaar kleiner en kleiner en begon ik er in te geloven. Overal uit mijn lichaam kwamen nu ook diep verborgen en hard nodige reserves tevoorschijn en één van die reserves bevatte een flinke hoeveelheid testosteron. Toen we eindelijk de wind uitdraaiden en het bos weer ingingen, zette ik nog een laatste keer aan met als doel om die twee lopers voor me in te halen.

Tijdens die inhaalslag raakte ik ook nog eens de dame achter me kwijt. Gek vond ik dat. Ze liep honderd keer makkelijker dan ik, maar op de een of andere manier leek ze het allemaal wel best te vinden. Zelf wilde ik alleen nog maar die twee lopers voor me voorbij. En hard ook. Niet blijven hangen… Want van een eindsprint, zoveel was inmiddels wel duidelijk, zou ik het niet meer moeten hebben. Ik liep ze één voor één voorbij en bang als ik was voor een laatste inhaalsprint liep ik als een dwaas richting de finish. Niet meer omkijken nu. Niet verslappen. Snelheid vasthouden en doorgaan. En blijven luisteren. Luisteren of je ze hoort komen. Luisteren of je nog steeds in je eentje aan het lopen bent.

Ik werd niet meer voorbijgesprint. Ik had het gered. In 45 minuten en 30 seconden kwam ik over de finish. Een heel braaf eerste rondje had ik opgevolgd door een sterk gelopen tweede rondje. Nog veel belangrijker was dat ik weer eens een paar lopers had laten zien wie hier nu eigenlijk de beste is. Alleen zei die dame achteraf wel, en eigenlijk niet geheel onverwacht, dat dit voor haar een trainingsrondje was en dat ze onderweg tijdens het eerste rondje even was gestopt voor een sanitaire stop. Potdikkie! Ben ik dus toch een mietje.

17-04-2012 Rotterdam Marathon

Drie jaar geleden liep ik mijn laatste en snelste marathon en een jaar daarvoor was mijn laatste marathon in Rotterdam. Bij de start van deze marathon voelde ik me dus eigenlijk weer een broekie.

Qua tijd had ik vooraf geen grootse verwachtingen. Sterker nog, ik had me vorig jaar eigenlijk alleen maar ingeschreven omdat het me gewoon weer eens leuk leek om de marathon en dan vooral de trainingen vooraf weer als loper mee te maken. Ik hield zelfs serieus rekening met de mogelijkheid dat ik wel eens niet binnen de 4 uur zou kunnen gaan finishen. Maar dat boeide niet. Ik was nu eenmaal niet in vorm en daar had ik al genoeg over gezeurd. Het was gewoon weer eens tijd voor een marathon.

Gaandeweg ging het met mijn vorm eigenlijk steeds ietsjes beter en zo stelde ik mijn verwachtingen twee keer naar boven bij. Eenmaal in het startvak bij de marathon had ik dan ook al een schema van 3u45 in gedachten. Compleet onrealistisch, maar ik zou dat tempo gewoon zo lang mogelijk vol blijven houden en ik ging er vanuit dat ik dan al stervende zo rond de 3u50 binnen zou moeten komen.

Het liep alleen allemaal eventjes ietsjes anders.

Nadat ik me in de eerste twee kilometers een weg had gevochten door de estafettelopers heen kwam ik kort daarna al in een lekker tempo. Het voelde goed, de hartslag was lekker laag en – BliepBliep – het tempo was bij de meeste kilometers ruim 10 seconden sneller dan verwacht.

Als ik in topvorm was geweest, zou ik onder dergelijke omstandigheden gelijk gaan twijfelen. Tien seconden sneller per kilometer is namelijk niet niks. Hou ik dat wel vol? Is dat wel te doen? Ben ik niet mijn eigen doodsvonnis aan het tekenen? Maar dat is nou net het fijne van een wat mindere vorm. Ik liep weliswaar in een tempo dat 10 seconden sneller was dan ik vooraf had verwacht, maar omdat ik ooit veel sneller ben geweest, raakte ik niet geïntimideerd door dat tempo. Het leek mij gewoon goed te doen en daarom liep ik lekker door.

De ene na de andere kilometer raffelde ik af en met speels gemak vlogen de kilometers voorbij. Pas vanaf een kilometer of 30 had ik voor het eerst het gevoel dat ik er wat voor moest gaan doen. Tempo vasthouden. Doorlopen. Hartslag niet laten zakken. Werken.

Voor het eerst die dag begon ik ook aan mezelf te twijfelen. Er waren nog immers genoeg kilometers over om flink in dood te gaan en daar had ik eigenlijk niet zo heel veel zin in. Op dat moment kwam echter een clubgenootje naast me fietsen en dat zorgde voor een welkome afleiding. Dode mensen voeren geen gesprekken en dat deed ik op dat moment wel. “Het gaat goed”, zei ik en er was geen woord van gelogen.

Op kilometer 35 had ik inmiddels zoveel tijd gewonnen op het schema van 3u45 dat ik voor het eerst begon te geloven dat ik er misschien wel eens onder zou kunnen duiken. In die 35e kilometer was mijn kilometertijd opeens een stuk langzamer geworden, maar nog steeds voelde ik dat het mentaal goed zat. Ik wist gewoon dat ik dit nieuwe langzamere tempo nog goed vol zou kunnen houden.

Daarbij begon ik me ook supergoed te voelen over mezelf. Na al die tijd zou ik toch maar mooi even een marathon uit gaan lopen. Ik voelde zelfs een soort van spijt dat ik het vooraf niet helemaal 100% serieus had genomen. Qua voeding was ik vooraf wat minder fanatiek geweest dan voorheen en ik had zelfs geen gelletjes bij me. Daar begon ik pas echt spijt van te krijgen toen ik op kilometer 40 de tweede dip kreeg. De 3u45 leek langzaam uit mijn handen te glippen…

Pas in de laatste paar honderd meter op weg naar de finish begon ik weer wat tempo te maken. Ik wist dat de Atheïst langs de kant zou staan, dus ik wilde haar en al die andere toeschouwers langs de Coolsingel nog even laten zien dat ik, SnakeMaster, het hardlopen niet verleerd was. En zo kwam ik met een tijd van 3 uur, 44 minuten, 55 seconden en een knallende honger over de finish.

Maar blij dat ik was… Blij… Het is niet te beschrijven hoe blij ik was aan de finish. En hoe jammer ik het vond dat het ook alweer voorbij was.

De laatste kilometers waren zwaar, maar tegelijkertijd was het ook heel erg mooi en heel erg fijn om te doen. Op deze manier begin ik een marathon lopen zelfs nog leuk te vinden en zo kan het gebeuren dat ik voor het eerst in mijn hardloopleven aan het nadenken ben over een tweede marathon in één jaar tijd. Ik kan me gewoonweg niet voorstellen dat ik nu nog een jaar zou moeten wachten tot ik weer mag. Als het mij dus lukt om in de zomer een beetje door te trainen, zou het zomaar eens kunnen gebeuren dat ik in oktober opnieuw aan de start van een marathon sta.

Ruis

Bij het consultatiebureau kreeg De Atheïst te horen dat er een kleine ruis bij het hart van Baby te horen was. Geen goed nieuws natuurlijk. Want alhoewel er meteen bij werd gezegd dat dit in het allergrootste merendeel van de gevallen nog niets hoefde te betekenen, maakten we ons wel meteen zorgen. Als er echt wat aan de hand was namelijk, dan zou dat direct het einde betekenen van de hardloopcarriere van Baby nog voor die goed en wel begonnen was. En dat zou natuurlijk pas echt een drama zijn.

Het was overigens de allereerste keer dat we te horen kregen dat er misschien wat mis zou kunnen zijn met Baby. Er was namelijk voor de rest helemaal niets waar we wat aan hadden kunnen merken. Ze groeide goed, ontwikkelde zich keurig en dronk haar flesjes met zoveel enthousiasme en snelheid dat het leek alsof ze van plan was om binnen afzienbare tijd een marathon te gaan lopen. Een beetje hardlopen kan inmiddels dan ook geen kwaad, want om het netjes te zeggen is Baby iets aan de forse kant. Prima, nog een goede reden om zo snel mogelijk met hardlopen te beginnen.

De volgende stap in de medische molen was de huisarts. Die hoorde zelf geen ruis aan het hart van Baby en kon verder ook alle andere symptomen wegstrepen. Daar kon De Atheïst hem goed bij helpen, want dankzij het internet hadden we een aanzienlijke lijst gevonden van symptomen waar een baby met een ruis aan het hart aan zou kunnen lijden. Geen van dat alles was van toepassing op Baby. Vooral het symptoom waarbij een baby dan ook veel moeite zou moeten hebben met het leegdrinken van een fles leverde veel hoongelach op. Daar had Baby namelijk helemaal geen last van. Sterker nog, de snelheid waarmee Baby haar flesjes leegdrinkt is ongeëvenaard.

Als laatste was dan ook de kinderarts aan de beurt om een definitief oordeel te vellen. Hij hoorde wel iets, maar het ‘soort’ ruis was voor hem geen reden tot zorg. Onschuldig en geen probleem. Daarbij ging het flesje drinken toch zo goed? Dat schijnt een enorme inspanning voor een baby te zijn en dat wordt erg lastig als je baby een hartprobleem heeft. Sterker nog, de arts vergeleek het flesje drinken van een baby met het lopen van een marathon voor een volwassene. Had ik al gezegd dat Baby haar flesje heel erg snel leegdrinkt? Sneller dan snel? Supersnel? Sneller waarschijnlijk dan Paula Radcliffe 38 jaar geleden?

Hier zit een trotse vader.

17-12-2011: Linschotenloop, halve marathon

Drie kilometer is natuurlijk maar een klein zielig stukje om hard te lopen. Stelt niks voor, geen probleem. Maar in dit geval had ik net een halve marathon gelopen en had ik dat zelfde stukje van drie kilometer vooraf al hardgelopen om van mijn auto naar de start te komen. Dat stukje van drie kilometer leek dan ook ineens een pokke-eind.

Vooraf had ik grootse verwachtingen van de Linschotenloop. Ik zou mijn auto bij mijn werk in Montfoort neerzetten, vanaf daar naar de start hardlopen en dan zou ik mijzelf wel eens eventjes gaan verbazen tijdens de halve marathon. Net zoals ik mijzelf een week daarvoor al plezierig verrast had tijdens de Bruggenloop in Rotterdam waar ik met speels gemak 1 uur 10 had gelopen. Een jaar geleden had ik nog minachtend gesnoven bij het horen van die tijd, maar na een blessure van een half jaar en vervolgems een training die maar langzaam op gang was gekomen, was die tijd wel eventjes mooi twee minuten sneller dan ik verwacht had.

Wilde plannen had ik dan ook voor de Linschotenloop. Plannen die alleen nog maar wilder werden toen ik wat clubgenootjes tegenkwam. Zij waren van plan om 1 uur 40 te gaan lopen en alhoewel die tijd me een week geleden nog onvoorstelbaar had geleken, zat ik door de Bruggenloop nu zo vol zelfvertrouwen dat ik dacht dat mij dat ook wel zou moeten gaan lukken. Ter plekke besloot ik dan ook om met ze mee te gaan lopen. Sterker nog, in mijn hoofd was ik er al uit dat ik het tweede stuk van de halve marathon nog ietsjes zou gaan versnellen om dan zelfs onder die 1 uur 40 uit te komen.

Als ik inderdaad zulke sterke benen had gehad, dan was het loopje terug van de finish naar mijn auto misschien ook wat makkelijker gegaan. Maar nu was dat stukje terug een kwelling. Mijn bovenbenen deden pijn. Mijn onderbenen deden pijn. Mijn voeten deden pijn. Alles deed pijn. Als het parcours van de Linschotenloop niet zo supermooi was geweest, zou ik eigenlijk alleen maar slechte herinneringen aan die dag hebben overgehouden.

Al snel na de start voelde ik al dat het niet lekker zou gaan. Bij de Bruggenloop was ik lekker ontspannen begonnen en verbaasde ik me over de snelle tijd op de eerste kilometer. Bij de Linschotenloop begon ik net zo ontspannen, maar was ik volgens BliepBliep wel een stuk langzamer. Ik dacht eerst dat ik er nog even in moest komen. Dat ik misschien nog wat stramme benen had van dat kleine stukje inlopen. Of misschien moest ik nog even wat opwarmen na de lange training van de woensdag ervoor waarin ik meer dan 25 kilometer had hardgelopen. Volgens mij was er dan ook maar xe9xe9n oplossing. Gewoon het gewenste tempo lopen. Dan zou het vanzelf wel goed komen.

Na vier kilometer moest ik dat idee echter laten gaan en liet ik het tempo iets zakken. Ik wist gewoon dat ik dat tempo nooit een halve marathon vol zou kunnen houden. Niet daar. Niet die dag. Het lukte gewoon niet. En omdat ik redelijk vooraan was gestart om maar geen last te hebben van trage lopers, werd ik zelf xe9xe9n van die trage lopers. Zo eentje die de snellere lopers alleen maar in de weg zit. Want ondanks het feit dat ik nog niet eens zulke hele beroerde kilometertijden liep, werd ik kilometerslang alleen maar ingehaald door allerlei lopers.

Dankzij de eerste kilometers had ik echter redelijk wat marge opgebouwd, dus nog steeds ging ik er vanuit dat ik in ieder geval onder de 1 uur 45 zou moeten kunnen lopen. Het ging alleen moeilijker en moeizamer en eenmaal in Montfoort, als er nog maar een paar kilometer te gaan is tot de finish, flitste het zelfs door me heen dat het nu wel heel makkelijk zou zijn om er mee te kappen, naar mijn auto toe te lopen en gewoon lekker naar huis te gaan. Het ging niet eens zo zeer om de halve marathon zelf, maar meer dat ik absoluut geen zin meer had om na de finish nog een stukje te gaan lopen.

Toch ging ik door. Steeds verder weg van mijn auto en steeds dichterbij de finish. Ik ging nu opeens ook weer andere lopers voorbij. Dat waren dan nog grotere stakkers dan ik, die nog meer dan ik kapot aan het gaan waren. Zielig hoor. Maar zij hoefden straks waarschijnlijk niet meer hard te lopen. Mazzelaars. Die luxe had ik dan weer niet.

In de laatste drie kilometers stortte ik nog een beetje extra in en zo haalde ik zelfs de 1 uur 45 niet eens. Ik zat er bijna een minuut boven. Maar heel erg daar van balen deed ik niet eens. Ja, het was vervelend. En ja, ik had het me anders voorgesteld. Maar eigenlijk had ik op dat moment een nog veel groter probleem. Een veel belangrijkere reden om te balen. Ik wist namelijk dat ik nog eens drie kilometer moest gaan hardlopen.

Born to run

Het is lang stil gebleven hier. Te lang eigenlijk. Maar hopelijk gaat daar vanaf nu weer mondjesmaat verandering in komen.

Er zijn een aantal redenen te geven voor de lange stilte. Zo was daar natuurlijk de blessure die ik vorig jaar zo rond deze tijd opdeed aan beide hamstrings en waardoor ik lange tijd maar heel beperkt kon hardlopen. Onder die omstandigheden had ik ook niet zo veel zin om te gaan bloggen. Aan de fysiotherapeut waar ik op dat moment bij onder behandeling was, had ik vrij weinig. Tijdens de laatste behandeling had ik veel pijn, maar omdat het in de weken daarvoor juist beter was gegaan, werd dat afgedaan als iets tijdelijks en vond ze een vervolgafspraak niet noodzakelijk. Omdat ik zelf het idee had dat ik niet zo veel aan de behandelingen had, heb ik het zo maar gelaten.

Vervolgens heb ik maandenlang wat rondgesukkeld met mijn blessure met pieken en dalen totdat het eind mei opeens weg was. Geen idee hoe het kan. De ene dag liep ik nog een stukje hard en voelde ik duidelijk pijn in mijn hamstrings en een paar dagen later was die pijn weg en is die ook niet meer teruggekomen. Vervelend was wel dat mijn vorm inmiddels ook compleet verdwenen was, dus vanaf juni wilde ik langzaamaan beginnen met het opbouwen van mijn trainingen. De vorm, zo was het idee, zou dan vanzelf volgen.

Het opbouwen van trainingen is uiteindelijk niet gegaan zoals ik vantevoren had gehoopt. De reden daarvoor was dat in de zomer xc3xa9xc3xa9n van de meest hectische periodes van mijn leven startte. En dat had weer te maken met een heugelijke gebeurtenis. De blessure van eind vorig jaar en de daardoor noodgedwongen inkrimping van mijn hardloopuren zorgden er namelijk ook voor dat ik meer tijd kreeg voor mijn andere hobby’s. Dat is soms ook leuk. De Athexc3xafst werd zwanger en daardoor was ik in de zomer druk bezig met klussen en voorbereidingen. Begin september werd uiteindelijk ons gezonde dochtertje geboren.

Op het moment dat ik het bloggen weer wilde oppakken, waren opeens alle weblogs onbereikbaar en zo moest ik lang wachten tot ik er weer bij kon. Dat is nu gelukt, zoals je kan zien, dus ik kan mijn hardloopervaringen weer bij gaan houden.

Fysio

De fysio typt driftig mee terwijl ik voor het eerst mijn verhaal doe. Hamstrings. Tikkerdetik. Pijn. Tikkerdetik. Hardlopen. Tikkerdetik. Gemiddeld 60 kilometer per week. Tikkerde… – gefronste wenkbrauwen – … tik. 

Dat is best veel, zegt ze vervolgens om haar verbazing nog eens te laten blijken over het kilometeraantal. Ik gloei helemaal van binnen. Best leuk om op die manier waardering te krijgen van iemand die blijkbaar de ballen verstand heeft van hardlopen. Aan de andere kant is het natuurlijk ook wel gevaarlijk. Uitgesproken door een vage kennis kunnen de woorden 'best veel' namelijk inderdaad een blijk van respect zijn. Uitgesproken door een fysiotherapeut kunnen die woorden weer heel wat anders betekenen. Iets als 'je bent gek' bijvoorbeeld. Of: 'je mag blij zijn dat je je uberhaupt nog kan bewegen'. Of, en daar ben ik nog wel het meest bang voor: 'ik verbied je om ook nog maar xc3xa9xc3xa9n centimeter hard te lopen.'

Misschien denkt ze dat ook wel, maar houdt ze wijselijk haar mond. 'Dan gaan we nu even kijken', zegt ze alleen maar. Vervolgens realiseer ik me pas echt op wat voor een vervelende plek mijn blessure eigenlijk zit. Ik kan namelijk niet even alleen mijn broekspijpen omhoog doen of zo. Voor de zoveelste keer vervloek ik mijn blessure dan ook van binnen als ze me vraagt om mijn broek uit te doen en plaats te nemen op de behandeltafel.

Er gaat gelukkig nog wel een keurig handdoekje over mijn zitvlak heen en dan begint het drukken. Het voelen. Het zoeken naar de pijn. 

Ik voel het ook wel hoe ze drukt. Eerst zachtjes en dan steeds harder. En als blijkt dat ik dan nog steeds niet de hele buurt bij elkaar aan het schreeuwen ben van de pijn, zit ze zelfs flink druk uit te oefenen op de hamstrings. Alleen doet het geen pijn. Ik begin me dan ook steeds ongemakkelijker te voelen. Ik was toch geblesseerd? Waarom voel ik dan niets?

'Nu gaan we even wat anders doen', zegt ze als we allebei tot de conclusie zijn gekomen dat de pijn uitblijft. Ze pakt mijn benen beet en geeft aan dat ik ze moet bewegen terwijl zij ze juist gaat proberen tegen te houden. 

En dan is het in xc3xa9xc3xa9n keer wel raak. De pijn die dan volgt, zorgt er voor dat ik het bijna zwart voor mijn ogen krijg. Ik stoot een soort van oerkreet uit, iets van oewahhaahwhwha of zo, wapper wat hulpeloos met mijn handen en gelukkig voel ik meteen hoe de fysio de druk vermindert. De pijn neemt direct af, maar zal daarna nog minimaal een uur lang sluimerend op de achtergrond aanwezig blijven. Het goede nieuws is in ieder geval dat ik niet voor Jan Lul bij de fysio zit.

De diagnose is overbelasting. Blijkbaar had ze zelfs al tijdens het voelen gevoeld dat de spieren wat dik, stijf en stram waren. Ze adviseert dan ook om de komende tijd veel oefeningen te doen en om te blijven bewegen. Aha! Dat is mijn cue! Het potentixc3xable nachtmerrie-moment is nu aangebroken! Een mogelijk hardloopverbod zit er aan te komen! Ik verzamel al mijn moed en stel de o zo belangrijke vraag: 'En hardlopen? Hoe zit dat met hardlopen? Mag ik dat nog wel blijven doen?'

Het mag, het mag! Hoor je dat?! HET MAG! Maar dan alleen wel als ik direct stop wanneer ik pijn voel. Ik kan mijn fysio wel zoenen, zo blij en opgelucht ben ik met dat antwoord. Maar aangezien ik daar in mijn onderbroekje op een behandeltafel zit, lijkt het me geen goed idee. Er zouden maar eens ongemakkelijke momenten kunnen ontstaan en je moet nu eenmaal zuinig zijn op fysio's die je laten hardlopen.

Maar deze fysio kan eigenlijk niet meer kapot. Geen idee of de daaropvolgende massage zin heeft. Geen idee of de komende behandelingen ook maar iets uit zullen halen. Echt geen idee. Het boeit ook niet. Deze fysio is legendarisch, want ik mag gewoon hardlopen. Dat ik dat voorlopig even niet kan omdat elke hardloopbeweging op dit moment pijn doet, is van minder belang. Ik mag hardlopen!
Alleen kan ik het niet.

Hamstrings

Eigenlijk hoor ik nu helemaal niet te bloggen. Ik hoor buiten te zijn en hard te lopen. Ik hoor nu een lekker tempo aan te houden en moeiteloos de ene na de andere kilometer weg te werken. Maar helaas, het is niet zo. Ik zit thuis. Geblesseerd en chagrijnig. Het gaat gewoon even niet meer.

Al ruim anderhalve maand heb ik last van mijn hamstrings. In het begin dacht ik nog dat het allemaal wel mee zou vallen. Ik was immers nog nooit echt geblesseerd geweest, dus ik ging er vanuit dat deze blessure ook heel snel voorbij zou gaan. Vaak genoeg had ik immers wel eens pijntjes gehad of andere soorten ongemak die vervolgens met een klein beetje rust alweer verdwenen waren. Maar dit is niet een van die kleine overbelastingspijntjes. Dit is een blessure. Een echte. En dat ben ik niet gewend.

Toch ging het herstel in het begin nog redelijk goed. Begin december was het namelijk nog een pijn die ik continu tijdens het hardlopen voelde en dat werd langzaam beter. Naarmate de dagen en weken voorbij gingen, werd het namelijk een soort pijn die ik alleen bij hogere tempo's voelde. Dat kwam goed uit, want zo kon ik in ieder geval iets van blijven lopen en wachten tot het moment waarop de pijn helemaal verdwenen zou zijn.

Maar dat moment kwam niet. Opeens was het zelfs helemaal gedaan met het herstel. De vooruitgang die ik de eerste weken nog merkte, kwam abrupt tot stilstand. De blessure genees maar niet en tegelijkertijd ging mijn eigen vorm door de geringe trainingsintensiteit hard achteruit en dat vond ik eigenlijk misschien nog wel erger dan die blessure zelf. Ik was dan ook al bezig met een plan waarbij ik het aantal kilometers geleidelijk aan weer op zou gaan voeren. Zelfs al zou dit betekenen dat ik dan alleen maar langzaam zou kunnen lopen.

Zo ver is het uiteindelijk niet eens gekomen. Afgelopen zondag had ik namelijk een terugslag. De pijn die ik alleen nog maar bij hogere snelheden voelde, was nu opeens ook bij een sukkeldrafje aanwezig. Die dag draafde ik tweexc3xabntwintig kilometer lang als een sukkel en ik heb er geen seconde van genoten. Het deed pijn. Niet soms even wat minder of soms even wat meer, maar gewoon de hele tijd hetzelfde. Ik weet dus even niet meer hoe het verder moet.

Vandaar dan ook dat ik een drastische beslissing heb genomen: ik moet naar een fysiotherapeut. Aanstaande woensdag al is mijn eerste afspraak gemaakt en dan is het afwachten. Hoe veel mag ik nog lopen? Mag ik uberhaupt nog wel lopen? Wat staat me te wachten? Wanneer kan ik weer echt beginnen? Ik weet het gewoon niet.

Ooit, nog niet eens zo heel erg lang geleden, droomde ik van de dag dat ik de tien kilometer binnen de 40 minuten zou kunnen lopen. Of de halve marathon binnen de 90 minuten. Gewoon lekker hard lopen en dan het ene na het andere PR verbeteren. Daar droomde ik van! Nu droom ik alleen nog maar van pijnvrij hardlopen. En ja, daar word ik chagrijnig van. Ik ben benieuwd of op woensdag de fysiotherapeut daar iets tegen kan doen.

Blessure

Leven met een blessure is niet makkelijk. Hardlopen met een blessure trouwens ook niet en dat steekt. Juist op het moment dat ik mijn trainingen langzaam op zou moeten schroeven richting de marathon in april, moet ik het opeens wat rustiger aan doen. Beter zou zijn om zelfs helemaal niks te doen, maar dat is juist weer het geniepige van deze blessure: ik kan wel lopen, maar alleen niet veel en zeker niet hard.

Daarom heb ik de afgelopen tijd ook maar twee keer per week gelopen. Twee keer! Twee keer maar! Belachelijk weinig. En elke keer waren het ook nog eens korte stukjes van een kilometer of tien waarin ik ook elke keer weer kon constateren dat de blessure er nog steeds is. Soms denk ik dat het minder is en soms heb ik er juist wat meer last van. Voorlopig ben ik er dus nog wel even zoet mee.

Volgens de uitgebreide zelfdiagnose, waar ik in de plotselinge overschot aan vrije tijd veel uurtjes aan kan besteden, heb ik een hamstringblessure. Nooit geweten dat dat ding daar zat. Blessures waren namelijk voorheen dingen die alleen bij andere mensen voorkwamen en niet bij mij. Alle medische termen heb ik dan ook wel eens voorbij horen komen, maar ik had je nooit echt kunnen vertellen waar wat zit. Nu lukt dat dus al wat beter. Die plek die pijn doet: dat is mijn hamstring.

Het grootste nadeel van mijn blessure is gek genoeg dat ik er ondanks alles toch mee kan lopen. Zo lang ik maar heel rustig loop en me in laat halen door al die slakken die ik normaalgesproken achteruit lopend en op klompen nog voorbij kan stormen, is er niks aan de hand. Dan voel ik echt helemaal niets. Soms moet ik zelfs expres even een tandje er bij schakelen om te controleren of de pijn er nog wel steeds zit. 
Au.
Ja dus.

Het zou dan ook veel beter zijn als er een stuk gips of iets dergelijks om heen zou zitten. Dan is het gewoon duidelijk: je kan er niet mee lopen. Punt uit. Nu kan dat dus wel. En ook al zou ik het bijbehorende tempo een paar weken geleden alleen gniffelend hardlopen genoemd hebben, volgens de enorme stortvloed aan informatie die ik inmiddels heb gevonden, zou het juist beter zijn om helemaal rust te nemen qua hardlopen. Bewegen mag (moet zelfs!), maar een te zware belasting is ook weer niet goed. 

Ik heb dus een tussenvorm gevonden. Ik loop nog steeds. Niet veel, niet snel, maar tenminste iets. In de tussentijd wacht ik totdat het weer beter gaat. En ik kijk met jaloezie en bewondering naar alle mensen die wel normaal kunnen hardlopen. Wat fijn, wat geweldig! Dat kon ik ook en dat moet ik straks ook weer kunnen! Maar nu even niet.

12-12-2010: Aart van Hovenloop, 10 km, Bleiswijk

P1060884 Soms heb je wel eens dat je last hebt van een stijve nek als je wakker wordt. Een vervelend gevoel waarbij je net je hoofd niet helemaal naar links of naar rechts kan draaien. Voor de rest kun je alles doen. Zo lang je maar recht vooruit kijkt, is er niks aan de hand.

Dat gevoel beschrijft nog het beste waar ik sinds vorige week last van heb ergens aan de achterkant en van mijn rechterbovenbeen. Ergens bovenin zit daar een pijnlijke plek waar ik geen last van heb tijdens het wandelen, tijdens het rustig hardlopen is er ook nog niks aan de hand, maar zodra ik iets ga versnellen, is daar opeens een pijntje. Net zoals je bij een stijve nek je hoofd niet helemaal in xc3xa9xc3xa9n richting kan draaien, kan ik ook niet voluit lopen. En als ik die begrensde maximale snelheid maar lang genoeg volhou, ga ik op een gegeven moment zo verkrampt lopen, dat na verloop van tijd alles pijn gaat doen.

Woensdag en donderdag had ik dan ook nog enorme spierpijn van een training op dinsdag. Maar toch hoopte ik zondag tegen beter weten in dat het nu wel allemaal mee zou vallen en dus deed ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens mee aan een wedstrijdje: een 10 km bij mijn vereniging. 

Achteraf gezien was dat niet zo'n goed plan. De snelheidsbegrenzer achterin mijn rechterbovenbeen deed genadeloos zijn werk. Ik begon al met een schamele 4:30 per kilometer en naarmate ik langer aan het lopen was en ik steeds meer last begon te krijgen, ging het tempo nog verder achteruit. Mijn laatste kilometer kreeg ik zelfs niet eens meer onder de vijf minuten. Waarschijnlijk was het nog wel gelukt als ik het had geprobeerd, maar het was me de pijn niet waard.

Voordeel was natuurlijk wel dat ik geen al te grote inspanning hoefde te leveren en me bij de finish (na 46 minuten en 47 seconden) nog net zo fris voelde als bij de start. Helaas duurde dat gevoel maar eventjes. De onwillige spier en de daardoor verkrampte loopstijl zorgden er voor dat ik vrijwel strompelend naar de auto moest lopen. Het zou nog een dag duren voordat mijn wandelstijl zich weer aan mijn leeftijd had aangepast.

Zo had ik me deze tien kilometer een half jaar geleden niet voorgesteld. Het had een test moeten worden, een teken dat ik weer richting de veertig minuten zou kunnen gaan. Een voorbode dat 2011 misschien wel eens een jaar zou kunnen worden waarin al mijn PR's er aan zouden gaan. In plaats daarvan liep ik op deze tien kilometer een heel ander PR: dit was officieel mijn langzaamste tien kilometer ooit.

Rugpijn

Een paar dagen vakantie bij de schoonfamilie in Kroatixc3xab betekent eigenlijk dat ik alle vrijheid heb om lekker te kunnen hardlopen. Zo had ik me dat dan ook voorgesteld toen ik vorige week inderdaad een weekje in Kroatixc3xab was. Met meer dan genoeg tijd om handen en een uitgebreid netwerk van nog onverkende paadjes op de heuvel Marjan in de havenstad Split ga ik dan ook een mooie tijd tegemoet. 

Maar toch voelt het niet zo. Ik maak me zorgen. Als ik die woensdag voor het eerst in mijn hardloopkleding buiten sta, twijfel ik meteen of het goed gaat komen. Ik heb namelijk last van een oudemannenkwaal. Niet eentje die met een blauwe pil bestreden kan worden, maar eentje waarbij ik last heb van mijn rug. Dat maakt wandelen al tot een ongemakkelijke ervaring, dus de vraag is dan ook hoe dat met hardlopen zal gaan.

Na de eerste paar passen denk ik dat ik het antwoord op die vraag al kan geven. Het gaat gewoon niet. Mijn rug doet extra veel pijn tijdens het hardlopen, ik loop verkrampt en bovenal kom ik nauwelijks vooruit. Het had dan ook niet veel gescheeld of ik was al meteen teruggekeerd, maar ik besluit om toch door te lopen. Gewoon even kijken hoe het verder gaat. Misschien loop ik het er zelfs wel uit?

Na een kilometer gaat het inderdaad al een stuk beter en gelukkig ook wat sneller dan in het begin. Echt tempo maken kan ik nog niet, maar ik loop en dat is het belangrijkste. Zie je wel! Hardlopen is het antwoord op alles! Met hardlopen kun je alles overwinnen! Zelfs rugpijn! Tevreden met die constatering doe ik al hardlopend mijn jasje uit. Mijn Nederlandse winterkledij is namelijk compleet overbodig bij een temperatuur van 17 graden. 

En zo loop ik bijna twee uur lang onder een stralend zonnetje. Tegen het einde toe is de pijn in mijn rug zo goed als verdwenen en daardoor bereik ik in de laatste paar kilometers zelfs weer mijn normale snelheid. Blij met de door mij gevonden doorbraak in de medische wetenschap (hardlopen helpt tegen rugpijn!) ben ik op het afgesproken tijdstip weer terug. Direct maak ik al grootse plannen voor de komende paar dagen. Morgen hardlopen! En overmorgen! En de dag erna!

Maar een uur later is het al gedaan met de plannen. Zonder het zonnetje dat de stijve spieren en gewrichten in mijn rug verwarmt, gaat het snel achteruit. Tegen de avond is mijn rug er slechter aan toe dan toen ik die ochtend begon met hardlopen. Dus toch geen remedie tegen de rugpijn gevonden… Misschien heeft het hardlopen het zelfs alleen maar erger gemaakt en heeft het Kroatische winterzonnetje dit heel geniepig kunnen verbergen. De dag erna is namelijk zelfs wandelen een pijnlijke ervaring geworden en de enige momenten waarop de pijn draaglijk wordt, is als ik even gestrekt ga liggen en helemaal niets doe.

Ondanks alles toch wat geleerd. Hardlopen is niet het ultieme medicijn tegen rugpijn. Soms is rust gewoon beter.