Maandelijkse archief: augustus 2008

Herrie aan de Horizon

Herman_horizon_258x210"Dinsdag 2 september start RTL 4 met een nieuw kookprogramma mettopkok Herman den Blijker. Herman gaat hierin op zoek naar de bestehobbykok van Nederland. Op de Middellandse Zee vindt tijdens een cruiseeen ware culinaire zeeslag plaats tussen negen geselecteerde hobbykoks.

In elke haven, maar ook aan boord, worden verschillende kookopdrachtenuitgevoerd door de culinaire talenten. Elke aflevering moet eenkandidaat zijn koffers pakken en het schip verlaten. Tot de bestehobbykok is gevonden."*

Een historisch moment op de weblog van SnakeMaster. Voor het eerst is dit namelijk een post die niet direct of indirect over het hardlopen gaat. Deze log is namelijk enkel bedoeld als schaamteloze promotie voor het zoveelste programma over koken. Normaal gesproken zou ik er dan ook helemaal niets bijzonders aan vinden, ware het niet dat Goulash (xc3xa9xc3xa9n van de af en toe terugkerende personages van dit weblog) mee heeft gedaan aan dit programma. Zij is xc3xa9xc3xa9n van de kandidaten die mee doet aan deze kook-afvalrace.

Heb je dus altijd al willen weten wie Goulash is? Wil je weten met wat voor soort mensen SnakeMaster omgaat? Wil je weten hoe ver Goulash komt in deze strijd? Kijk dan vanaf dinsdag 2 september om 21.25 naar RTL4.

*Bron: RTL4

Sperzieboon

Sperzieboon"Hoe gaat het met jou en het hardlopen?" is een vraag die De Athexc3xafst nog wel eens te horen krijgt. Het is een vraag die vaak met een schouderophalen wordt beantwoord en een lang verhaal over dat ze pas weer begonnen is en dat ze het nu echt, maar dan ook echt, serieus aan wil pakken.

Het zat De Athexc3xafst wat dat betreft dan ook niet mee. De laatste tijd waren de dagen waarop we samen konden hardlopen beperkt en juist op die dagen hadden we dan ook vaak nog eens extreme weersomstandigheden. Vorige week had ze weer last van een behoorlijke verkoudheid, dus meer dan xc3xa9xc3xa9n keer per week hardlopen, was gewoon nog niet gelukt sinds onze vakantie.

Afgelopen maandag leek daar echter verandering in te komen. Eindelijk liepen we weer een keertje precies zoals dat gepland was. Tijdelijk hebben we wel een makkelijk programma ingevoerd waarin ze vijf minuten hardlopen af mag wisselen met wat wandelen. Een dergelijke periode van relatieve inactiviteit hakt er namelijk flink in en de drie kilometers die ze twee maanden terug nog met gemak uitliep, zitten er nu niet meer in.

Toch ging het die maandag best lekker. Juist omdat ze nu wat kortere stukken mocht hardlopen, durfde ik het ook aan om haar wat harder te laten gaan. Lekker was dat. Het was lang geleden dat ze zo snel en zo goed liep en ik kreeg er weer alle vertrouwen in. Het zou nu helemaal goed gaan komen. Binnenkort zouden we wel weer aan de drie kilometer kunnen komen. Stiekem dacht ik zelfs al aan de vijf kilometer, een afstand die ze maanden geleden twee of drie keer heeft gelopen, voordat ze door griep geveld werd.

Maar soms gebeuren er dingen waar je geen rekening mee houdt. Dat zijn dan ook vaak dingen waar je geen rekening mee KAN houden. Een blessure bijvoorbeeld. Of iets anders waardoor je tijdelijk even niet kan hardlopen. Een ongeluk zit immers maar in een klein hoekje. Of in dit geval dan een sperzieboon.

De Athexc3xafst is namelijk op dit moment een aantal weken uit de roulatie. Gisteren, tijdens een zoektocht naar ingredixc3xabnten voor wederom een voedzame en gezonde maaltijd, is ze in de supermarkt uitgegleden over een sperzieboon die daar zo maar op de vloer lag. In Amerika zouden we nu miljonair zijn geweest, maar hier in Nederland moeten we het doen met excuses en een telefoniste van de Eerste Hulp die haar lachen niet in kon houden. Maar ik moet dan ook toegeven dat het ergens toch wel wat komisch heeft. Als je dan zo nodig moet vallen, doe het dan tenminste over iets waarvan de meeste mensen zoiets hebben als "kan gebeuren" in plaats van "hoe kan dat nou gebeuren?"

Daarbij hadden we in eerste instantie ook niet door dat het zo erg was. Ze liep een beetje mank toen ze thuis kwam, maar dat was het dan wel zo’n beetje. Later zijn we zelfs nog gaan zwemmen in het zwembad bij ons in de buurt. Maar op de terugweg ging het gewoon niet meer. Ze verging van de pijn en ik moest haar uiteindelijk met de auto op komen halen.

Bij de Eerste Hulp leek het ook nog mee te vallen. Behalve dan dat het verhaal over de opmerkelijke val al de ronde had gedaan: "Ik lees hier dat u over een sperzieboon bent uitgegleden?"
Daarna voelde de dienstdoende arts wat aan de voet en al snel mompelde hij dat het geen breuk was. Goed nieuws dus. Maar wat was het dan wel? Volgens hem was het een verrekte enkelband. Ook dat klonk niet zo heel erg ernstig en daarom schrokken we wel toen we hoorden hoe lang het herstel zou gaan duren: rond de vier weken.
VIER WEKEN!
Vier weken niet hardlopen!
Door een sperzieboon!
Mij kun je niet meer wijsmaken dat groente gezond is.

Loxc5xbenice

Olivetree2_000Daar moet je rechtdoor de weg oversteken en dan na drie kilometer kom je bij het dorp xc5xa0iroke. Vanaf daar hoef je alleen maar de weg te volgen. Zie je die heuvel daar? Met die huisjes in de verte? Daar loopt de weg langs en die gaat vervolgens in een grote bocht naar links weer heel langzaam terug richting de hoofdweg naar Primoxc5xa1ten. Vanaf daar weet je het wel. Die weg heb je vaak genoeg gereden van Primoxc5xa1ten hier naar Loxc5xbenice. Tot dat punt moet je dus gewoon de weg blijven volgen. Die weg daar. In de heuvels. Langs die dorpjes daar. Niet afslaan. Gewoon rechtdoor. Snap je het? Zie je het? Volgens mij is het een kilometer of twaalf. Dertien hooguit.

Het was de manier van de moeder van De Athexc3xafst om mij een snel gexc3xafmproviseerde hardlooproute uit te leggen. Het klonk allemaal vrij eenvoudig. Sterker nog, het was volgens mij veel makkelijker om die weg te volgen dan het voor mij nog steeds lastige Kroatisch waarin de route aan mij werd uitgelegd. En ach, een kilometertje of dertien moest toch wel te doen zijn. Zeker nu de hitte met het verder zakken van de zon langzaam aan steeds minder verzengend werd.

Ik waagde het er dus maar op. Rechtdoor. Niet afslaan. Zo moeilijk moest dat toch niet zijn. Niet veel later waren de moeder van De Athexc3xafst en twee nieuwsgierige dorpsbewoners dan ook al uit zicht verdwenen. Ik was nu alleen. Ergens in het binnenland van Kroatixc3xab op zo’n acht kilometer van de kust. Heel n de verte en links van me kon ik de zee zien liggen en om me heen lag de rest van Dalmatixc3xab. Struikgewas, olijfbomen, muurtjes van rotsblokken die de grenzen van de verschillende olijfboomgaarden aangaven. Af en toe een huisje. Soms iets moderner en bewoond. Soms heel oud en onbewoond.

Dat is leuk. Lopen in een onbekende omgeving en dan vooral in het buitenland. Waar ik nu liep, was ik dan al meerdere keren geweest, maar ik liep nu wel op wegen waar ik nog nooit eerder had gelopen. Ik had het dan ook enorm naar mijn zin. Toen ik veel eerder dan voorspeld bij het eerste dorp aankwam, vond ik dat zelfs een beetje jammer. Dit zou namelijk misschien zelfs betekenen dat de hele route misschien korter is dan de voorspelde 13 kilometer. Maakt niet uit. Gewoon doorlopen. Rechtdoor. Niet afslaan.

Een half uurtje later ben ik er wel achter dat de route zeker geen 13 kilometer zal zijn. Het worden er meer. Hoeveel meer weet ik niet, maar ik weet wel dat het verstandiger is om niet verder rechtdoor te lopen. Bij een splitsing wijst de wegwijzer namelijk naar een plaats waarvan ik weet dat het verstandig is om niet verder in die richting te blijven lopen. De wegwijzer naar links wijst wel richting een plaats die enigszins in de buurt ligt van waar ik moet zijn. Naar links dus maar.

En verdomd. Ik ben nog goed gelopen ook. Na enkele kilometers van martelende onzekerheid kom ik uit op de weg die me weer terug moet leiden naar Loxc5xbenice. Inmiddels heb ik wel al meer dan 13 kilometer er op zitten en ik weet dat ik nog  een flink stuk te gaan heb. Maar echt zwaar kan het volgens mij niet meer zijn. Voor zover ik weet en voor zover ik me kan herinneren vanuit de auto gaat de weg namelijk maar heel lichtjes omhoog.

Maar dat lijkt dus mooi tegen te vallen. Het is warm, ik zweet me een ongeluk en klaarblijkelijk is het vanuit de auto maar heel moeilijk om een stijgingspercentage te beoordelen. Een beetje wielrenner zal er niet van opkijken, maar ik als Nederlandse hardloper heb het maar moeilijk met de kilometers lange en langzaam omhoog lopende weg. Het is gewoon zwaar, erg zwaar. Ik ben uitgedroogd en ik heb er simpelweg geen zin meer in. Dat klote-Dalmatixc3xab met haar klote-heuvels en haar klote-olijfbomen die nauwelijks schaduw geven. Ik ben er helemaal klaar mee.

Ik passeer een huis waar een oudere vrouw met een tuinslang net haar plantjes aan het water geven is. In mijn beste Kroatisch vraag ik of ik misschien wat water zou mogen. Dat mag en na een paar flinke slokken voel ik me weer wat beter. Een klein stukje nog maar. Bijna thuis.

Hierna stop ik nog een laatste keer. Op een paar honderd meter voor de aankomst is er namelijk nog xc3xa9xc3xa9n flinke heuvel die ik moet bedwingen. Als ik onderaan die heuvel aankom, is het alsof ik tegen een muur aankijk. Ik moet gewoon even stoppen. Even opladen. Na het zware laatste stuk kan ik het simpelweg niet meer opbrengen om in xc3xa9xc3xa9n keer door te lopen. Nog xc3xa9xc3xa9n keer ademhalen. Ogen dicht. Lopen.

Niet veel later ben ik eindelijk terug gekeerd. Ruim een half uur langer onderweg dan gepland, maar ze kijken er niet meer van op. Daar heb je die gekke hardloper weer, zie je ze denken. En een paar minuten later, als ik wat heb gegeten en gedronken, ben ik het complete afzien al weer vergeten. Eigenlijk was het best lekker. Ik heb er in Kroatixc3xab een nieuw hardlooprondje bij.

Wind tegen

Wind_tegenHet waaide zondag. En flink ook. Daarbij had ik net even de pech dat ik tegen die wind in aan het lopen was.

Onder normale omstandigheden is dat geen probleem. Dan loop ik gewoon dwars tegen die wind in. Op een goede dag loop ik er zelfs dwars doorheen. Maar ik had geen goede dag. Dit waren geen normale omstandigheden. Het ging op zijn zachtst gezegd eventjes behoorlijk kut.

Een paar kilometer daarvoor wilde ik zelfs al terug keren naar huis. Toen al liep ik niet lekker en dat terwijl ik op dat moment de wind zelfs flink mee had. Toch besloot ik  om gewoon door te lopen. Op het kruispunt waar ik de keuze had tussen ‘lekker naar huis’ en ‘nog eens vijf kilometer’ koos ik dan ook voor de laatste optie. Een paar minuten later had ik er al spijt van, maar ik kon gewoon niet anders. Voor minder dan tien kilometer training kom ik gewoon mijn bed niet uit.

Direct na het kruispunt kreeg ik de wind al tegen. Eerst vocht ik er nog tegen. Zorgde ik er voor dat mijn tijd niet al te ver terug liep. Ik heb immers wel eens ergere weersomstandigheden meegemaakt. Ik zou me toch niet even klein laten krijgen door het eerste de beste zuchtje wind?

Maar al snel had ik er gewoon de energie niet meer voor. Het begon me ook allemaal tegen te staan en opeens was hardlopen simpelweg niet leuk meer. De drie kilometer lange kaarsrechte weg waarop ik op dat moment liep, was onvoorstelbaar lang geworden. Het eindpunt in de verte leek met elke stap verder weg te zijn. De stappen zelf duurden ook telkens wat langer. Er kwam maar geen eind aan.

De vorm ontbreekt. Het loopt niet lekker. Dat vermoedde ik de afgelopen weken al, maar terwijl ik zo tegen de wind mijn kilometertijden steeds verder terug zag lopen, wist ik het zeker. Dit is een heuse vormcrisis. Eentje die is ingezet met een iets afgenomen trainingsomvang tijdens mijn vakantie, maar dat kan nog. Dat is te verklaren. Dat had ik zelfs ingecalculeerd. Wat ik echter niet had verwacht, was dat ik sinds die tijd nog geen enkele keer het idee heb gehad dat het lekker ging. Of vanzelf. Dan weer had ik spierpijn. Dan was het te warm. Of te koud. Een andere keer verloor ik het gevecht tegen darmkrampen en moest ik met een sprintje de bosjes in. Een andere keer knalde er in volle vaart een hond tegen mijn been op. Om over de vage pijntjes bij mijn linkerenkel nog maar te zwijgen. En zondag lag het dus aan de wind.

Zo is het de afgelopen weken elke keer wat anders. Elke keer vond ik een nieuwe reden om mijn zwakke lopen te verklaren. Maar eigenlijk ligt het dus gewoon allemaal aan mijzelf. Ik kan het even niet meer. Met tegenwind mag je namelijk best wat langzamer gaan lopen, maar niet zo langzaam als afgelopen zondag. Daarbij interesseerde het me niet eens meer. Zelfs tegemoet komende lopers moesten dit keer mijn standaard-toneelstukje getiteld ‘kijk mij eens een echte hardloper zijn’ ontberen. De onthutsende tijden die BliepBliep mij liet zien, liet ik gelaten over mij heen komen. Hoppa. Weer tien seconden langzamer. Ach, dat kan er ook nog wel bij.

Ik kon alleen nog maar door blijven lopen om sneller thuis te zijn. Gewoon door blijven lopen. Hoe langzaam ook. Wachten tot de vorm weer terugkeert en wachten tot hardlopen weer vanzelf gaat. Het is wachten tot de wind gaat liggen.