26-10-2008: Aart van Hovenloop, Bleiswijk, 5 kilometer
By snakemaster on 13:33 | 26-10-2008: Aart van Hovenloop, Bleiswijk, 5 kilometer | 7
Al weken lang loopt het gewoon niet lekker. Op zich gaan de trainingen nog niet eens zo slecht, maar ik merk, ik weet gewoon dat ik niet zo snel meer ben. De tijden in de loopjes van de afgelopen weken vallen, op xc3xa9xc3xa9n uitzondering na, allemaal tegen. De ene keer dat het niet tegenviel, had ik het gewoon rustig aan gedaan en was mijn tijd een beetje datgene wat ik er vooraf van verwacht had. De rest was kut.
Echt optimistisch was ik gisteren dan ook niet over het 5 kilometerloopje dat op het programma stond. Om in ieder geval nog een beetje plezier te hebben aan die afstand waar ik sowieso al een grondige hekel aan heb, besloot ik om lekker rustig naar de start hard te lopen en na afloop ook weer hardlopend terug naar huis te gaan.
Maar jongens, jongens, wat ging het toen al slecht. Ik liep alsof ik sliep, terwijl de klok toch echt een uur achteruit was gegaan en ik dus een uur extra had kunnen slapen. Ik neem niet graag het woord ‘joggen’ in de mond, maar ik zou in dit geval geen betere benaming weten voor datgene wat ik aan het doen was. Het zou me niet verbaasd hebben als ik op dat moment was ingehaald door een bejaarde met rollator. Of nog erger. Door een Nordic Walker.
Doordat ik zo langzaam aan het lopen was, had ik extra lang de tijd om na te denken of dit ik nu wel echt wilde. Had ik nog wel zin om een vijf kilometer voluit, of iets wat daarvoor door moest gaan, te lopen? Was het niet beter om de eer gewoon aan mezelf te houden en zelf iets van een duurloopje te doen?
Misschien wel, maar tegen beter weten in liep ik door en was ik vlak voor de start present. Hartslag iets te hoog, dat dan weer wel, maar wat mij betreft mochten we gaan. Dan was ik er immers ook weer zo snel mogelijk vanaf. Zelfs al was dat ‘zo snel mogelijk’ een heel relatief begrip geworden.
Met wat voor verwachtingen ging ik op weg? Zeker geen tijd onder de 20 minuten, dat stond al vast en ik kon alleen maar hopen dat ik onder de 21 minuten zou blijven. Dat ik een beetje verkeerd gestart was en ik de eerste tweehonderd meter vast zat achter een paar mensen die zelfs nog langzamer zijn dan ik, hielp natuurlijk niet echt. Voor me zag ik de groep van twintigminners (doelende op hun te verwachten tijd en niet op hun leeftijd) al een flink stuk op me uitlopen.
Nadat ik los was gekomen uit het trage groepje waarin ik was gestart, kon ik nog fijn even een paar lopers voor me inhalen. Daarna moest ik het helemaal alleen doen en dat viel niet mee. Een heel eind voor me zag ik de laatste twintigminner steeds verder uit zicht verdwijnen. Halverwege was ik zelfs even bang dat ik niet eens onder de 21 minuten zou kunnen duiken, maar die blamage werd mij bespaard.
Uiteindelijk kwam ik in 20 minuten en 39 seconden over de finish. Volgens mijn eigen gehanteerde SnakeMaster-index* heeft dit loopje een waarde van 103,25 en dat is ongeveer gelijk aan de indexen van de loopjes van de afgelopen weken. Ik kan dus tenminste zeggen dat het in ieder geval niet slechter met me gaat.
Kijk! Dus toch nog even een mooi positief puntje gevonden!
* Pete Riegel heeft in 1981 een formule ontwikkeld waarmee je, door een recente tijd in te voeren, bij benadering je eindtijd op een andere afstand kan voorspellen. Ik gebruik deze methode voor mijn eigen SnakeMaster-index, waarbij het (arbitraire) uitgangspunt een 5 kilometer in 20 minuten is. Vervolgens reken ik met een recent gelopen tijd en afstand via de formule van Riegel uit welke tijd dat op de 5 kilometer zou moeten zijn. Deze tijden deel ik door elkaar, vermenigvuldig ik met 100 en op die manier krijg ik de SnakeMaster-index. Hoe lager de index, hoe beter (relatief gezien) de prestatie. Ter vergelijking: voor mijn vormdip haalde ik waardes van tussen de 98 en 99.