Lopen zonder jasje
Maandag was ik al weer van plan om hard te gaan lopen terwijl een dag ervoor mijn handen nog ernstig last hadden gehad van bevriezingsverschijnselen. Of zoals ze dat zouden zeggen waar ik vandaan kom: mijn poten waren er bijna afgevroren. Dit keer weer mijn oude vertrouwde route vanaf werk naar huis, wat dus betekende dat ik me weer in het toilet om moest kleden in mijn hardloopkloffie.
Bij het uitpakken van mijn tas zag ik meteen al dat ik wat was vergeten. Om onbegrijpelijke redenen had ik mijn jasje thuis laten liggen en het was nou precies het soort weer waar een jasje tijdens het hardlopen prima van pas zou komen. Dankzij mijn nog natintelende vingertopjes had ik de kou van een dag geleden nog koelvers in mijn geheugen zitten en mijn eerste ingeving was dan ook om dan maar niet te gaan hardlopen. Totdat ik er opeens achterkwam dat ik, geheel toevallig, een loopshirt met lange mouwen had meegenomen.
Zo liep ik een kwartiertje later alsnog onder de Erasmusbrug door. Tights, handschoenen, muts en een lang hardloopshirt met daaronder twee normale katoenen T-shirts. Eentje had ik gewoon de hele dag zelf al aangehad en de ander was een backupshirt dat ik in mijn la op werk heb liggen in het geval van calamiteiten met koffie of etenswaren. En geloof me, ik spreek uit ervaring als ik zeg dat zoiets heel handig kan zijn. Daarbij is niet-hardlopen ook een soort van calamiteit voor mij, dus het T-shirt werd min of meer gebruikt waar het voor bedoeld was.
Zonder jasje vond ik het echter nog steeds redelijk frisjes. De kunst was dan ook om net iets harder dan normaal te lopen, zodat ik op die manier lekker op zou kunnen warmen. Aan de andere kant moest ik ook weer niet TE hard gaan lopen, want dan ving ik extra wind en werd het juist weer iets te koud. Het evenwicht was gelukkig snel gevonden en daarna had ik eigenlijk ook nog maar xc3xa9xc3xa9n hindernis te overwinnen: De Athexc3xafst.
Hoe zou ik immers thuis uit gaan leggen dat ik, een dag nadat ik als gevolg van ontdooiende handen gillend van de pijn door het huis heen had gerend, zonder jasje toch maar weer was gaan hardlopen. Het leek mij alsof ik daar nog een aardige klus aan zou gaan krijgen. Ik stelde me al voor dat ik weer allerlei vragen moest gaan beantwoorden over of ik wel goed bij mijn hoofd was en of ik misschien zou kunnen uitleggen wat mij in vredesnaam wel niet bezielde.
In eerste instantie leek ik bij thuiskomst nog goed weg te komen. Doordat ik wat sneller had gelopen dan normaal, was ik nog voor de Athexc3xafst thuisgekomen. Aan de andere kant had ik ook weer niet al te snel kunnen lopen, dus toen de Athexc3xafst niet veel later zelf thuiskwam, had ik nog geen kans gehad om naar de badkamer te vluchten. De eerste blik van De Athexc3xafst voorspelde niet veel goeds. Het gezeik kon beginnen.
Het bleek alleen mee te vallen. De blik van ontzetting en onbegrip in de ogen van De Athexc3xafst had niets te maken met het ontbreken van een hardloopjasje. Ze kon alleen niet begrijpen waarom ik dezelfde hardloophandschoenen aan had getrokken als de dag ervoor als deze compleet nutteloos waren gebleken. Daar begreep ze helemaal niets van en ze vroeg zich af waarom ik niet een extra paar handschoenen had aangetrokken. Om haar gerust te stellen, liet ik haar mijn handen voelen. Warm dit keer. Zolang het droog blijft, zijn die dingen dus nog niet eens zo slecht.
Daarna liep ik snel door naar de badkamer, zodat De Athexc3xafst geen tijd zou krijgen om door te hebben dat ik geen jasje aanhad. Maar dit ga ik natuurlijk onthouden! Dan hoef ik mezelf niet zo schuldig te voelen als ik de volgende keer niet doorheb dat ze een nieuw kledingstuk aanheeft.