Maandelijkse archief: december 2008

Santa Run

26477_114035Afgelopen vrijdag renden bijna 3000 kerstmannen door Rotterdam heen en xc3xa9xc3xa9n van hen was ik. De dag ervoor had ik nog een uitgebreid kerstdiner van mijn werk gehad en dus was het voor mij ook en goed moment om de laatste restjes van een kater uit mijn lijf te lopen. De afstand van slechts vijf kilometer leek daar uitermate geschikt voor en aangezien ik die afstand in een kerstmannen-outfit moest af gaan leggen, was het ook weer niet een al te serieuze loop.

Dat laatste was dan ook goed te merken. Bij aankomst hadden de eerste paar honderd mensen zich al omgekleed tot Kerstman en stonden er nog eens een paar honderd man in rijen bij de uitdeelpunten om zich ook tot Kerstman om te kleden. Overal waar je keek waren kerstmannen en langzaamaan kleurde de omgeving van de Erasmusbrug steeds roder.

Er liep van alles rond. Vrolijke en elkaar fotograferende tieners, dronken studenten, overmoedige kantoortypes en zelfs een paar heuse loopgroepjes die totaal niet in het beeld pasten. De Santa Run was namelijk allesbehalve serieus. Echte hardlopers waren in de minderheid en in plaats van energiedrankjes en bananen werd er uitgebreid bier getankt en patat naar binnen gewerkt. De meerderheid leek dan ook hard op weg om net zo brakke ochtend tegemoet te gaan als ik een paar uur daarvoor.

Vlak voor het startschot werd iedereen naar de start op de Erasmusbrug gedirigeerd. Daar werden in de enorme massa van kerstmannen nog even snel de laatste foto’s van elkaar gemaakt. Er werd flink gejuicht als de zoveelste tram met verbaasde passagiers voorbij denderde. Het laatste plastic bekertje met bier werd achterover geslagen en toen mochten we weg. De massa kwam in beweging.

Het was niet gelukt om een mooie startpositie te verwerven en het begin moest ik slalommend afleggen. De drank, de patat en de algehele slechte conditie van de deelnemers eisten namelijk meteen al hun tol. Meisjes met hun modieuze laarzen die na een paar meter al aan het wandelen waren. Studenten die nog even snel een sigaretje opstaken. Een paar mensen die midden in de massa nog even een foto wilde maken van de aanstormende groep. Dat alles maakte het niet altijd even makkelijk, maar na een kilometer was ik op stoom en kon ik lekker vaart maken.

Op een aantal punten had ik een goed overzicht op de enorme sliert van kerstmannen die achter me liep. Een sliert die ook steeds maar langer werd, want ik was aan de lopende band de ene na de andere Kerstman aan het inhalen. Vlak na de Willemsbrug dachten een hoop mensen dat ze er nu toch echt al bijna waren en werd ik opeens zelf weer ingehaald. Alleen is een kilometer sprinten best lang als je niet gewend bent om hard te lopen, dus even later kwam ik ze toch weer tegen. Zo kon het gebeuren dat ik in die enorme groep bij de eerste honderd finishers hoorde.

Bij de finish had ik, mede dankzij mijn kerstmannenpak, mijn kater er definitief uitgezweet. En dat terwijl de afstand geen volledige 5 kilometer was, maar ruim tweehonderd meter te kort. Voor veel kerstmannen was echter zelfs die afstand nog net te lang en voor enkelen van hen zou de volgende ochtend pas de echte kater gaan volgen.

14-12-2008: Aart van Hovenloop, Bleiswijk, 10 kilometer

LogoHet is de laatste clubwedstrijd van dit jaar en ik ben er al vroeg. Het is namelijk koud, misschien zelfs te koud voor mij, en ik heb de extra tijd nodig om warm te lopen. Dat laatste bedoel ik vooral letterlijk, want de eerste kilometer leg ik klappertandend en verkrampt af. Halverwege de tweede gaat het al ietsjes beter en na iets meer dan vier kilometer inlopen, ben ik zo goed als warm gedraaid. Ik ben klaar voor de 10 kilometer.

Op basis van mijn 15 kilometer tijd van twee weken terug heb ik het idee dat ik hier wel eens even een 41-er zou kunnen gaan lopen. Een lage het liefst, want als ik dan toch xc3xa9xc3xa9n ultiem hardloopdoel moet noemen dat ik zelfs voor mij als middelmatige hardloper mogelijk acht, dan is het wel een 10 kilometer onder de 40 minuten. In dat opzicht zou het wel fijn zijn als ik nu een tijd weet te lopen die in ieder geval in de buurt komt van die voor mij zo belangrijke grens.

De eerste kilometer lig ik in ieder geval nog goed op schema, maar ook is duidelijk dat ik het toch echt weer helemaal alleen moet doen. Voor me loopt een groep lopers die duidelijk als streven heeft om een tijd van onder de 40 minuten te lopen. Op enige afstand volgen ik en nog een paar andere verdwaalde lopers en daar weer achter aan lopen de volgende groepjes.

Mijn probleem is gewoon dat er op dit moment binnen de club te weinig lopers zijn die mijn niveau hebben. Zo hebben de snelleren zich in de afgelopen maanden (nog) verder verbeterd, waardoor het gat met hun groter is geworden. Heel af en toe stroomt er vanuit de langzamere groep nog wel eens loper door naar voren, maar die boekt dan zo enorm snel progressie dat deze al vrijwel meteen bij de snellere groep behoort.

Dit is dan ook met stip de grootste frustratie van het hardlopen voor mij. Met ruim 300 hardloopkilometers per maand modder ik maar wat aan in de wedstrijden, terwijl ik van alle kanten voorbij word gelopen door lopers die het voor mijn gevoel er maar eventjes bij doen. En ik maar wachten… Wachten tot het moment dat ik eindelijk ook eens die langverwachte spectaculaire progressie ga maken.

Al snel klampt er bij mij iemand aan die ook al zo enorm snel vooruit is gegaan. Ik maak me direct geen enkele illusie. Deze jongen loopt puur achter mij aan, omdat hij de weg nog niet helemaal weet op dit uit twee ronden bestaande parcours. Als hij zou willen, dan loopt hij mij zo voorbij. Met twee vingers in de neus. En achteruit.

Bij het ingaan van het tweede rondje lijkt hij er dan ook genoeg van te hebben en gaat hij er vandoor. Meteen slaat hij daarbij de verkeerde weg in en moeten ik en een vrijwilliger langs het parcours hem terugroepen. Gunstig voor mij, want hij is nu zo onzeker dat hij voorlopig geen pogingen meer doet om mij voorbij te steken. Hij blijft achter me hangen zodat ik hem de weg kan wijzen en ik heb tenminste nog iets profijt van de hete adem in de nek.

Inmiddels is echter wel al lang duidelijk dat het geen goede tijd gaat worden. Ik loop in hetzelfde tempo als tijdens de 15 kilometer twee weken terug en ook nog eens met een hogere hartslag. Aan de andere kant gaat het wel weer beter dan tijdens een dramatische 10 kilometer drie maanden terug, dus voor de verandering wil ik er ook weer niet al te veel over zeuren. Heel even denk ik zelfs de jongen achter me kwijt te kunnen raken met een paar langzame versnellinkjes tussendoor, maar ik merk al snel dat dit niet gaat lukken.

Op het laatste rechte stuk gaat hij er dan ook vandoor. Ik kan hem nog net het goede fietspad opsturen en naroepen dat hij nu alleen nog maar rechtdoor hoeft te lopen en dan loop ik weer helemaal alleen. De jongen voor me verdwijnt al snel uit het gezicht en weet in de laatste anderhalve kilometer maar liefst driekwart minuut op mij uit te lopen. Ikzelf moet genoegen nemen met een eindtijd van 42 minuten en 22 seconden. Ik kan het nog net zien als een teken dat ik weer in vorm begin te komen, maar ook als een teken dat ik nog pijnlijk ver van die 40 minuten grens verwijderd ben.

Natte voet

NattevoetIk kan vooraf poepen wat ik wil, maar toch heb ik op de xc3xa9xc3xa9n of andere manier de laatste tijd veel last van darmproblemen tijdens het hardlopen. Echt leuk is dat niet, maar ik heb er mee leren leven en ik weet dan ook precies waar ik terecht kan als het weer zover is. Dat ene benzinestation in Rotterdam aan het einde van de Maasboulevard is bijvoorbeeld een vaste stopplek voor mij geworden. Ook weet ik precies achter welke bosjes in het Kralingse Bos ik me kan verschuilen en ook welke bosjes ik daar absoluut moet vermijden als ik niet geconfronteerd wil worden met de herenliefde.

Het is niet allemaal even fijn en ik heb het natuurlijk liever niet, maar op een vreemde manier is dit ongemak normaal aan het worden. Als de krampen weer beginnen, zoek ik zo snel mogelijk een geschikte plek op. Ik moet gewoon wel. Het alternatief is doorlopen met een met smerigheid gevulde broek, want ophouden is simpelweg geen optie. Het went ook. Als er bij mij in de badkamer wat losse blaadjes en takjes uit mijn broek dwarrelen, is dat al lang geen vreemd gezicht meer.

Door dit alles vermijd ik zoveel mogelijk de bebouwde kom, maar soms ontkom je er gewoonweg niet aan. Zoals gisteren bijvoorbeeld toen ik tijdens een extra lange duurloop van werk naar huis een heel stuk omliep door Rotterdam-Zuid heen. Gelukkig staan daar ook benzinestations, dus toen ik mijn eerste stop bij eentje had gemaakt, dacht ik dat ik er voor de rest van mijn duurloop wel vanaf zou zijn.

In eerste instantie leek dat ook wel te kloppen en zo kwam ik via de Van Brienenoordbrug langzaam weer terug in voor mij bekend gebied. Eerst nog even een inmiddels vrijwel uitgestorven bedrijventerreintje oversteken en zo kwam ik terecht in de wijk Prinsenland.
En daar begonnen opeens ook weer de krampen.

Daar kan ik wel een leuk verhaal van proberen te maken, maar eigenlijk begint op dat moment de klok te tikken. Ik weet dat er op zo’n tien minuten een groot park in de buurt is, maar met dergelijke krampen ga ik dat niet meer halen. Tijd dus om een schuilplaats te zoeken.

Her en der zie ik wel wat bosjes in deze redelijk groene wijk, maar ze vallen stuk voor stuk allemaal af. De meesten omdat er zo’n fijne lantarenpaal op staat te schijnen en sommige anderen weer, omdat ze net in gebruik zijn door honden wier baasjes een eindje verderop staan. Met een knipperend reflectievest val je nu eenmaal net iets te veel op om vlak naast een hond of recht onder een lantarenpaal plaats te nemen.

Inmiddels hebben de krampen ook bezit genomen van mijn loopstijl. Werkelijk alle spieren heb ik nu nodig om het naderende bruine onheil tegen te houden en dat gaat ten koste van alles wat nog een hardloopbeweging genoemd mag worden. Het is duidelijk dat het nu afgelopen moet zijn met de kieskeurigheid. Het eerste de beste bosje moet maar goed genoeg zijn.

Het bosje ligt vlak langs een sloot, maar daar trap ik natuurlijk niet in. Ik ben dan ook veel voorzichtiger geworden sinds ik twee jaar geleden door een soortgelijke gebeurtenis in een sloot ben geflikkerd en kopje onder ben gegaan. In plaats daarvan zoek ik een plek uit die zo ver mogelijk van die sloot verwijderd is. Die kuil daar bijvoorbeeld in het donker lijkt me een geschikte plek. Vergezeld door opkomende krampen doe ik een paar stappen in die richting.

De kuil blijkt alleen geen kuil te zijn, maar gelukkig heb ik dit keer maar xc3xa9xc3xa9n voet en enkel nodig om daar achter te komen. En ach, tenminste heb ik dan een titel voor een nieuw logje, denk ik als ik mijn voet weer uit de vijver verwijder. Het is dan ook een vrijwel perfecte plek. Het enige is dat ik niet kan doortrekken, maar voor de rest is het net een echte WC. Als je het tenminste net zoals ik normaal begint te vinden om regelmatig de bosjes in te moeten.

29-11-2008: St. Nicolaasloop, 15 km, Bleiswijk

LogoHet was eind september toen ik voor het laatst een serieuze wedstrijd liep. Dat lijkt misschien niet zo veel, maar voor mijn gevoel is dat al weer een eeuwigheid geleden. In de tussentijd was ik vooral bezig met het terugvinden van de vorm die ik ergens in de zomer was kwijtgeraakt en – toegegeven – zeuren over de huidige vorm.

Ik had dan ook een goede tijd nodig om voor mezelf te bewijzen dat ik weer op de weg terug ben. In oktober was het namelijk nog helemaal niks en pas in november merkte ik dat er weer sprake was van een opgaande lijn. Er kwam meer vaart in de trainingen, de langere stukken gingen me makkelijker af en ik herstelde sneller. Maar hoe goed ben je als je voor je gevoel alleen beter dan slecht bent? Daar probeerde ik afgelopen zaterdag een antwoord op te krijgen door mee te doen aan de St. Nicolaasloop over 15 kilometer in Bleiswijk.

De eerste kilometers gingen in ieder geval makkelijk. Het groepje waarin ik zat leek het allemaal wel best te vinden, terwijl ik juist voelde dat ik nog wat sneller kon. Met windje mee besloot ik om het dan toch maar gewoon weer zelf te doen.

Zo liep ik nog een kilometer of zeven, acht helemaal alleen toen ik ergens in de verte een nieuw richtpunt zag. Een clubgenootje van me had het blijkbaar zwaar gekregen en de enorme voorsprong die hij aan het begin nog op me had was zichtbaar aan het slinken. Met nog een paar kilometers met wind in de rug voor de boeg had ik het gevoel dat ik hem nog wel bij zou kunnen halen. Ik begon ook langzaam steeds meer vertrouwen te krijgen in een goede tijd. Onder de 65 minuten zou mogelijk moeten zijn.

Niet veel later had ik clubgenootje bijgehaald. Eerder dan verwacht zelfs en dus dacht ik dat ik er nu wel klaar mee was. Nog even een stukje doorlopen naar de finish. Beetje versnellen naar de eindstreep toe. Finishen en dan wachten tot het moment waarop ik clubgenootje kan bedanken voor de geleverde richtpuntdiensten.

Maar clubgenootje had daar andere ideexc3xabn over. Hij bleef plakken. Nu ken ik clubgenootje al een tijdje en ik weet dat het niet verstandig is om hem mee te nemen naar de finish. Zijn basissnelheid is gewoon veel hoger dan die van mij en dus deed ik verwoede pogingen om hem af te schudden. Ik wilde hem al per se voor de finish gelost hebben. Ik plaatste de ene na de andere plagerige versnelling om te zien of hij nog wat over had en hoopte op die manier van hem af te zijn.

Clubgenootje bleef echter braaf volgen. Met nog een kilometer te gaan, kwam hij zelfs naast me lopen. Wanhopig probeerde ik hem nog voor te blijven. In ieder geval nog voordat we het laatste stuk over een modderig grindpad naar de finish zouden moeten lopen.

In die opzet slaagde ik nog net, maar eenmaal op het modderige stuk durfde clubgenootje net iets meer risico’s te nemen dan ik. Waar ik met voorzichtige passen probeerde om vooral niet op mijn bek te gaan, liep clubgenootje gewoon doodgemoedereerd in hetzelfde tempo door. Ineens was daar een gaatje en ik had geen vertrouwen in mijn eigen evenwichts- en coxc3xb6rdinatievermogen om er op de drassige ondergrond nog een laatste versnelling uit te gooien.

Veel tijd om te balen had ik niet, want in de verte zag ik de klok al en die stond nog steeds op 63 minuten. Ik was verbaasd en had het niet aan zien komen. Zo druk was ik bezig geweest met clubgenootje dat ik al een paar kilometer lang niet meer naar BliepBliep had gekeken. De laatste keer dat ik dat had gedaan, had ik nog berekend dat een tijd van onder de 65 minuten er zeker in moest zitten. Het werd uiteindelijk een tijd van onder de 64 minuten. Met de 1 uur, 3 minuten en 38 seconden ben ik dan ook meer dan tevreden. Beter dan ik vooraf had durven hopen en eindelijk het bewijs dat ik de vormcrisis achter me heb gelaten. De volgende keer moet ik dat ook maar met clubgenootje doen.