29-03-2009: Dwars Door Dordt, 10 km, Dordrecht
"Ga je een PR lopen vandaag?" vroeg de Atheist voor ik vertrok en ik moest onwillekeurig een beetje lachen. Een PR… Dat mocht ik willen. Ik begin net pas weer een beetje in vorm te komen en op basis van de 15 km van vorige week in Reeuwijk zou ik al blij zijn als ik de 10 km van de Dwars door Dordt onder de 43 minuten zou kunnen lopen. Een PR, een tijd dus onder de 40:56, was dus ook wel het laatste waar ik mee rekening hield.
Na de eerste kilometer was ik zelfs bang dat ik die 43 minuten misschien niet eens zou gaan halen. Mijn plan om op gevoel te starten en vooral niet al te hard te gaan die eerste kilometer was jammerlijk mislukt. Ik kwam die eerste kilometer namelijk in ongeveer 4 minuten door en dat was gewoon te hard. Het kon haast niet anders of ik zou daar aan het einde heel erg veel spijt van krijgen.
Toen ik ook nog eens niet eens zo heel erg ver weg Janna voor me zag lopen, wist ik het gewoon bijna zeker. Te hard. Te snel. Jammer joh. Er was ooit een tijd dat ik nog wel eens de illusie had om af en toe sneller dan Janna te kunnen zijn, maar dat is inmiddels al weer lang geleden. Mijnheer met de Hamer, komt u maar!
Maar ik was eigenwijs. Heel simpel. Zelfs BliepBliep vond dat ik erg stom bezig was, want mijn hartslag was achterlijk hoog. Wat dat betreft leek deze Dwars door Dordt heel erg veel op die van vorig jaar. Toen had ik ook al zo’n belachelijk hoge hartslag in het begin. Het enige verschil met nu was dat ik toen nog verstandig was. Na een kilometer of vijf nam ik gas terug en uiteindelijk kwam ik ergens in de 41 minuten over de finish. Maar dat was toen.
Nu was ik helemaal niet verstandig. Ik liep gewoon door. Ik hield mezelf voor de gek dat ik vandaag een goede dag had en dat ik gewoon zo lang mogelijk door zou gaan in hetzelfde tempo. Niks gas eraf. Doorgaan!
De twijfel bleef in mijn achterhoofd echter meespelen: was dit nu wel zo slim? Toen ik Janna op een gegeven moment bijhaalde en er voorbij ging, durfde ik zelfs niet eens te groeten. Ik was bang dat ik te triomfantelijk zou klinken, terwijl ik er gewoon vanuit ging dat ze mij uiteindelijk nog voorbij zou lopen. Ergens vlak voor het einde of zo. Op het moment dat ik door een vriendelijke ambulancebroerder van de weg zou worden getild.
Ze liep me ook voorbij. Eventjes maar. Want weer wat later was ik er opnieuw voorbij. Het moeilijkste stuk van het parcours hadden we nu bijna gehad, want het grootste gedeelte van de bruggetjes, scherpe bochtjes en opstaande stoepranden waren nu achter ons. De laatste paar kilometers zouden relatief eenvoudig worden en met wat rekenen kwam ik op een mogelijke eindtijd van 41 minuten-nog-wat uit. Belachelijk snel natuurlijk, zo kort na mijn vakantie, maar als ik op het einde niet al teveel in zou storten, zou het absoluut mogelijk moeten zijn.
Clubgenootje M. had het intussen maar moeilijk met mij en Janna. Wie van ons twee moest hij nu gaan volgen? Hij had al aangekondigd dat hij het rustig aan zou gaan doen en daarom had hij de gehele wedstrijd bij mij en Janna in de buurt gelopen. Dan weer een stukje voor Janna uit. Dan weer ergens voor mij. Pas in die laatste kilometers, toen ik heel langzaam op Janna uit aan het lopen was, maakte hij een definitieve keuze. Hij ging voor me lopen en vanaf dat moment hoefde ik hem alleen nog maar te volgen. Naar de finish toe. En het liefst zo snel mogelijk, want dit tempo zou ik natuurlijk niet nog veel langer vol kunnen houden.
Die laatste twee kilometers begon ik serieus rekening te houden met een PR. Het zou dan alleen nog wel even een klein stukje harder moeten gaan en dat terwijl ik eigenlijk al vond dat het zo hard ging. Niet alleen mocht ik nu niet verslappen, ik moest ook nog eens versnellen en dus volgde ik maar braaf M. voor me. Ik wou dat ik zo soepel kon lopen als hij. Zonder dat gehijg van mezelf er doorheen en met een ontspannen blik in plaats van die pijnlijk samengetrokken kop van mezelf.
BliepBliep.
Nog een kilometer.
Kut.
Bijna 37 minuten nu.
Of ik eventjes die laatste kilometer dik onder de vier minuten wil gaan lopen om dat PR nog te kunnen halen.
"En nu alles geven!", schreeuwt M. naar me.
Ja, M. Dat is allemaal wel leuk en aardig, maar hoe kan je alles geven als je niks meer hebt?
Heuvel af.
Lekker snel.
Dit kan ik niet vasthouden.
Dit is te moeilijk.
Volg M., volg M., volg M.!
Atletiekbaan op.
M. maakt ruimte voor me.
Schreeuwt wat naar me, maar ik versta het niet.
Waar is godverdomme die finish nou?
Ik kan dit echt niet veel langer volhouden.
Die laatste bocht door.
Daar is de finish.
Doorlopen nu. Doorlopen! Als ik een PR wil, dan moet ik NU doorlopen.
Nu schreeuw ik zelf wat en ik versnel. Mijn benen ontploffen zo wat, maar dat maakt me nu niet meer uit. Ik dender over de finishmatten heen en ik stop de tijd op BliepBliep.
Is het genoeg? Is het genoeg? Ik durf haast niet te kijken, maar dan zie ik het…
HET IS GENOEG.
Een PR! Zomaar vanuit het niets heb ik een PR gelopen. Er zijn weliswaar maar vier seconden van afgegaan, maar het is er wel eentje en ergens bij de hekken probeer ik weer een beetje bij te komen, want zo diep ben ik namelijk nog nooit gegaan.
Als ik even later weer enigszins aanspreekbaar ben, bedank ik M. Zonder hem had ik het gewoon niet gered, maar het is moeilijk om dat goed uit te leggen als je zelf helemaal kapot bent.
Na afloop neem ik nog even een half uurtje de tijd om weer op adem te komen en daarna loop ik mijn eentje nog eens een tien kilometer uit terwijl ik aan het nagenieten ben van mijn onverwachte PR. Het voelt ook gewoon zo ongelofelijk goed. Een paar weken terug was ik nog zwaar teleurgesteld toen ik terugkwam van vakantie en het helemaal niks was met mijn vorm. Ik besloot zelfs om de Rotterdam Marathon aan me voorbij te laten gaan en ik hield er serieus rekening mee dat ik misschien zelfs wel helemaal geen marathon meer zou gaan lopen dit jaar. Maar nu ik opeens weer die opgaande lijn te pakken heb, weet ik het bijna zeker. Nog voor de zomer ga ik een marathon lopen. Maar daarover later meer…