Maandelijkse archief: maart 2009

29-03-2009: Dwars Door Dordt, 10 km, Dordrecht

Ddd2009_085_2"Ga je een PR lopen vandaag?" vroeg de Atheist voor ik vertrok en ik moest onwillekeurig een beetje lachen. Een PR… Dat mocht ik willen. Ik begin net pas weer een beetje in vorm te komen en op basis van de 15 km van vorige week in Reeuwijk zou ik al blij zijn als ik de 10 km van de Dwars door Dordt onder de 43 minuten zou kunnen lopen. Een PR, een tijd dus onder de 40:56, was dus ook wel het laatste waar ik mee rekening hield.

Na de eerste kilometer was ik zelfs bang dat ik die 43 minuten misschien niet eens zou gaan halen. Mijn plan om op gevoel te starten en vooral niet al te hard te gaan die eerste kilometer was jammerlijk mislukt. Ik kwam die eerste kilometer namelijk in ongeveer 4 minuten door en dat was gewoon te hard. Het kon haast niet anders of ik zou daar aan het einde heel erg veel spijt van krijgen.

Toen ik ook nog eens niet eens zo heel erg ver weg Janna voor me zag lopen, wist ik het gewoon bijna zeker. Te hard. Te snel. Jammer joh. Er was ooit een tijd dat ik nog wel eens de illusie had om af en toe sneller dan Janna te kunnen zijn, maar dat is inmiddels al weer lang geleden. Mijnheer met de Hamer, komt u maar!

Maar ik was eigenwijs. Heel simpel. Zelfs BliepBliep vond dat ik erg stom bezig was, want mijn hartslag was achterlijk hoog. Wat dat betreft leek deze Dwars door Dordt heel erg veel op die van vorig jaar. Toen had ik ook al zo’n belachelijk hoge hartslag in het begin. Het enige verschil met nu was dat ik toen nog verstandig was. Na een kilometer of vijf nam ik gas terug en uiteindelijk kwam ik ergens in de 41 minuten over de finish. Maar dat was toen.

Nu was ik helemaal niet verstandig. Ik liep gewoon door. Ik hield mezelf voor de gek dat ik vandaag een goede dag had en dat ik gewoon zo lang mogelijk door zou gaan in hetzelfde tempo. Niks gas eraf. Doorgaan!

De twijfel bleef in mijn achterhoofd echter meespelen: was dit nu wel zo slim? Toen ik Janna op een gegeven moment bijhaalde en er voorbij ging, durfde ik zelfs niet eens te groeten. Ik was bang dat ik te triomfantelijk zou klinken, terwijl ik er gewoon vanuit ging dat ze mij uiteindelijk nog voorbij zou lopen. Ergens vlak voor het einde of zo. Op het moment dat ik door een vriendelijke ambulancebroerder van de weg zou worden getild.

Ze liep me ook voorbij. Eventjes maar. Want weer wat later was ik er opnieuw voorbij. Het moeilijkste stuk van het parcours hadden we nu bijna gehad, want het grootste gedeelte van de bruggetjes, scherpe bochtjes en opstaande stoepranden waren nu achter ons. De laatste paar kilometers zouden relatief eenvoudig worden en met wat rekenen kwam ik op een mogelijke eindtijd van 41 minuten-nog-wat uit. Belachelijk snel natuurlijk, zo kort na mijn vakantie, maar als ik op het einde niet al teveel in zou storten, zou het absoluut mogelijk moeten zijn.

Clubgenootje M. had het intussen maar moeilijk met mij en Janna. Wie van ons twee moest hij nu gaan volgen? Hij had al aangekondigd dat hij het rustig aan zou gaan doen en daarom had hij de gehele wedstrijd bij mij en Janna in de buurt gelopen. Dan weer een stukje voor Janna uit. Dan weer ergens voor mij. Pas in die laatste kilometers, toen ik heel langzaam op Janna uit aan het lopen was, maakte hij een definitieve keuze. Hij ging voor me lopen en vanaf dat moment hoefde ik hem alleen nog maar te volgen. Naar de finish toe. En het liefst zo snel mogelijk, want dit tempo zou ik natuurlijk niet nog veel langer vol kunnen houden.

Die laatste twee kilometers begon ik serieus rekening te houden met een PR. Het zou dan alleen nog wel even een klein stukje harder moeten gaan en dat terwijl ik eigenlijk al vond dat het zo hard ging. Niet alleen mocht ik nu niet verslappen, ik moest ook nog eens versnellen en dus volgde ik maar braaf M. voor me. Ik wou dat ik zo soepel kon lopen als hij. Zonder dat gehijg van mezelf er doorheen en met een ontspannen blik in plaats van die pijnlijk samengetrokken kop van mezelf.

BliepBliep.
Nog een kilometer.
Kut.
Bijna 37 minuten nu.
Of ik eventjes die laatste kilometer dik onder de vier minuten wil gaan lopen om dat PR nog te kunnen halen.
"En nu alles geven!", schreeuwt M. naar me.
Ja, M. Dat is allemaal wel leuk en aardig, maar hoe kan je alles geven als je niks meer hebt?
Heuvel af.
Lekker snel.
Dit kan ik niet vasthouden.
Dit is te moeilijk.
Volg M., volg M., volg M.!
Atletiekbaan op.
M. maakt ruimte voor me.
Schreeuwt wat naar me, maar ik versta het niet.
Waar is godverdomme die finish nou?
Ik kan dit echt niet veel langer volhouden.
Die laatste bocht door.
Daar is de finish.
Doorlopen nu. Doorlopen! Als ik een PR wil, dan moet ik NU doorlopen.
Nu schreeuw ik zelf wat en ik versnel. Mijn benen ontploffen zo wat, maar dat maakt me nu niet meer uit. Ik dender over de finishmatten heen en ik stop de tijd op BliepBliep.
Is het genoeg? Is het genoeg? Ik durf haast niet te kijken, maar dan zie ik het…

HET IS GENOEG.

Een PR! Zomaar vanuit het niets heb ik een PR gelopen. Er zijn weliswaar maar vier seconden van afgegaan, maar het is er wel eentje en ergens bij de hekken probeer ik weer een beetje bij te komen, want zo diep ben ik namelijk nog nooit gegaan.

Als ik even later weer enigszins aanspreekbaar ben, bedank ik M. Zonder hem had ik het gewoon niet gered, maar het is moeilijk om dat goed uit te leggen als je zelf helemaal kapot bent.

Na afloop neem ik nog even een half uurtje de tijd om weer op adem te komen en daarna loop ik mijn eentje nog eens een tien kilometer uit terwijl ik aan het nagenieten ben van mijn onverwachte PR. Het voelt ook gewoon zo ongelofelijk goed. Een paar weken terug was ik nog zwaar teleurgesteld toen ik terugkwam van vakantie en het helemaal niks was met mijn vorm. Ik besloot zelfs om de Rotterdam Marathon aan me voorbij te laten gaan en ik hield er serieus rekening mee dat ik misschien zelfs wel helemaal geen marathon meer zou gaan lopen dit jaar. Maar nu ik opeens weer die opgaande lijn te pakken heb, weet ik het bijna zeker. Nog voor de zomer ga ik een marathon lopen. Maar daarover later meer…

21-3-2009: Reeuwijkse Plassenloop, 15 kilometer

Scrlogoovaal2"Heeeej. Is dat niet die gozer die mij net nog had ingehaald? Ja, zeg. Het is ‘m! Zeker weer zo iemand die te snel is gestart. Wat een sukkel…"

Dat moet een gedachte zijn geweest die bij veel mensen door hun hoofd ging toen ze me na een kilometertje of vier weer voorbij kwamen lopen. Mijn start bij de 15 kilometer van de Reeuwijkse Plassenloop was inderdaad snel geweest, maar het voelde ook weer niet alsof ik TE snel was gestart. Vanaf het begin leverde ik voor mijn gevoel gewoon een zelfde inspanning en daar hoorde blijkbaar na een paar kilometer een wat langzamere tijd bij.

Heel even werd ik onzeker. Want wat nu als zou blijken dat die tijden nog verder achteruit zouden gaan? Maar die vrees bleek ongegrond. Na drie snelle kilometers stabiliseerde mijn tempo zich vanaf de vijfde kilometer en wist ik dat het wel goed zou komen. Na al dat doemdenken van de afgelopen paar weken was ik zelfs dik tevreden dat ik blijkbaar onder de 70 minuten zou gaan lopen.

Weer een paar kilometers verder begon ik voor de tweede keer die wedstrijd mensen in te lopen. Dat voelde goed. Terwijl ik toch echt hetzelfde tempo aan het lopen was, voelde het opeens alsof ik stukken sneller ging. Misschien wel niet zo snel als voor mijn vakantie, maar dat was nu even niet belangrijk. Dat was immers ingecalculeerd. Veel belangrijker voor mij was dat allemaal zo gemakkelijk ging. Misschien dan wel niet supersnel, maar nog altijd sneller dan ik van tevoren had verwacht.

Vanaf ongeveer kilometer nummer acht kreeg ik gezelschap van een medeloper. Of eigenlijk niet zozeer ikzelf, maar mijn rug. Soms kan ik me daar mateloos aan irriteren, maar nu ging het eigenlijk zo lekker en was ik zo aan het genieten van het weer en het hardlopen zelf, dat ik het allemaal best vond. Zelfs toen daar even later een pas ingehaalde loper bij aan probeerde te sluiten, deerde het me allemaal niet. Ik liep gewoon mijn eigen wedstrijd en aan de rest van de lopers had ik maling.

Dat veranderde toen xc3xa9xc3xa9n van die lopers op het 12 kilometer punt besloot om er toch maar vandoor te gaan. Zelf vond ik het nog te vroeg om al te versnellen, maar ik wilde hem toch ook weer niet al te ver uit laten lopen. Ik moest en zou hem nog terug gaan pakken.

Aan het einde van de wedstrijd begon ik ook weer een paar lopers in te halen die in het begin van dit verhaal figureerden. Ik begon het steeds meer naar mijn zin te krijgen en terwijl achter mij de laatste loper af moest haken, passeerde ik het bordje van 14 kilometer en plaatste ik de laatste versnelling. Die eikel daar voor me, die zo lang achter mijn rug had gehangen en die me daarna voorbij was gegaan, die moest ik pakken!

Het bleek een makkie te zijn, maar nog was het niet genoeg voor me. Terwijl de finish al in zicht was, herkende ik in de verte voor me steeds meer mensen die ik in het begin was tegengekomen. De een na de ander liep ik nu voorbij. Sukkels. Te hard gestart zeker? Ik genoot dan ook van die zware ademhaling van de anderen. Zij zaten er al doorheen. Ik nog niet. Ik wilde meer. Sneller. Want nu zag ik nog maar xc3xa9xc3xa9n man tussen mij en de finish. Ook die moest ik pakken.

Het zal er vast niet fraai hebben uitgezien, zo voelde het ook niet, maar snel ging het wel. Direct na de finish voelde ik dan ook eerst heel even alleen maar pijn, maar dat verdween door verbazing toen ik zag wat voor tijd ik had gelopen. Vier minuten sneller dan ik had gehoopt: 1 uur, 5 minuten en 56 seconden. Tevreden liep ik weg en daarom zou ik pas later bij de uitslagen zien dat de laatste man die ik voorbij was gesprint een clubgenootje was. Een pijnlijke misser in een voor de rest fantastisch verlopen wedstrijd.

Uitstel van de marathon

Afgelopen weekend was ik van plan de definitieve beslissing te nemen: wel de Rotterdam Marathon lopen of niet. Eerste meetpunt daarbij was de CPC. Als die goed zou gaan, dan zou ik de zondag erna nog een lange duurloop doen om te kijken hoe het er voor stond.

De CPC ging ook goed. In vergelijking met een week eerder (ook met Brinta) liep ik de halve marathon ietsjes sneller en daarbij met een meetbaar lagere hartslag. Volgens mijn plan zou ik de dag erna dan ook een kilometertje of 25 moeten gaan lopen. Misschien 30. Misschien zelfs 35. Alles om te zien hoe het er nu echt voor stond. Zouden de eerste tekenen van herstel doorzetten? Zou ik nog op tijd klaar zijn voor de marathon?

Ik heb me alleen niet aan mijn plan gehouden. De beslissing om de Rotterdam Marathon wel of niet te lopen, was namelijk al genomen. Niet in het weekend, zoals ik eerst nog dacht, maar een paar dagen eerder. Op een donderdag.

De dinsdag ervoor had ik nog een redelijke training met de club afgewerkt. Ik had het zelfs aangedurfd om extra kilometers te maken door naar en van de training te lopen. Zo fris als een hoentje kwam ik thuis aan. De dag erna ging het op mijn route van werk naar huis zelfs nog beter en de volgende dag verwachtte ik dan ook minimaal het zelfde te zien. Voordat ik die dag van werk vertrok, had ik zelfs al uitgerekend dat ik met de CPC en een lange duurloop op de zondag zelfs nog op een weektotaal van meer dan 100 kilometer uit zou moeten kunnen komen.

Het zouden de laatste momenten zijn waarop ik nog aan deelname aan de Rotterdam Marathon heb gedacht. Die donderdag ging het namelijk helemaal niet goed. Van een langzaam herstel ten opzichte van een week eerder was dit keer geen sprake. Die donderdag ging het gewoon ruk.

Natuurlijk was ik die dag nog een beetje stram, omdat het immers al de derde dag op rij was dat ik zou gaan hardlopen. Voor mijn vakantie kon ik daar heel soms ook last van hebben, maar dan verdween dat gevoel meestal wel als ik eenmaal een paar minuten op weg was. Nu moest mijn lichaam blijkbaar nog wennen aan deze belasting en daarbij verdween het stramme gevoel maar niet. De ruim 13 kilometers naar huis leken opeens heel erg ver weg.

Om de ellende nog wat erger te maken, kreeg ik na een kilometer of drie een enorme inzinking. Het ging gewoon niet meer. Geen energie, geen fut, geen zin, geen snelheid. Ik overwoog zelfs heel even om te stoppen en dat laatste stuk naar huis dan maar de metro te pakken, maar gelukkig hoefde het niet zo ver te komen. Ik wist mezelf namelijk weer enigszins te herpakken en eigenlijk was dat heel simpel. Enkel het nemen van de beslissing om de Rotterdam Marathon NIET te lopen was genoeg.

Daarna ging het namelijk gewoon veel beter. Het was een opluchting. Ik loop veel vrijer als ik me niet constant zorgen hoef te maken over de marathon. Ja, ik weet dat dit betekent dat ik een mietje ben. Zelfs in mijn ogen. Maar ik loop liever wat later een goede marathon, dan met tegenzin een slechte.

14-03-2009: CPC, Halve Marathon, Den Haag

Het moet zo’n vijfentwintig jaar geleden zijn dat ik als klein jongetje langs de kant stond van de CPC. Voor mij was Den Haag toen nog ‘De Grote Stad’ en ik was gexc3xafntimideerd door die enorme massa mensen om me heen. Ik weet ook nog dat ik de toppers, toen nog hele lange en blanke mannen, langs heb zien komen, maar dat was allemaal heel snel voorbij. Ik was toen ook vooral bezig met de vraag of ik later nog op TV te zien zou zijn.
Niet dus.

Verdere details zijn mistig. Ik kan me nog herinneren dat ik Mevrouw Brinta gevraagd heb wanneer Brinta nu eindelijk langs zou komen, omdat het nu wel heel erg lang geleden was dat de winnaar voorbij was gekomen. Maar dat kan zelfs nog tijdens een andere wedstrijd zijn geweest. In mijn ogen kon Brinta namelijk gewoon heel goed hardlopen. Een halve marathon! Dat is nog langer dan van huis naar opa en oma in ‘De Grote Stad’!

Inmiddels is Den Haag al lang ‘De Grote Stad’ niet meer, de hardlooptoppers van nu zijn niet meer blank, de drukte van toen is tegenwoordig een lachertje en vandaag de dag moet je nog langer wachten na de kopgroep totdat Brinta binnenkomt. De toplopers zijn sneller, Brinta is langzamer. Maar dit jaar was er nog een belangrijk verschil met toen: het kleine jongetje van weleer stond nu niet naast de kant, maar liep mee. Met Brinta.

Vorige week hadden we bij de Rottemeren al een generale repetitie gehouden en toen was Brinta al binnen de twee uur en twee minuten gexc3xabindigd. Dit keer wilde hij sneller en het was mijn taak om hem op de hoogte te houden van zijn voortgang. Zo startten we vrijwel achteraan in de enorme meute en duurde het zo’n tien minuten voordat we aan onze race konden beginnen. Daarbij hadden we de eerste kilometer ook nog eens last van de drukte en konden we die nog maar net binnen de zes minuten lopen.

Het zou de langzaamste kilometer worden. Brinta liep na dat begin vrijwel elke kilometer binnen de beoogde 5 minuten en 40 seconden; een tempo dat hem uiteindelijk naar een tijd van binnen de twee uur zou moeten loodsen. Ik hoefde hem alleen maar een enkele keer af te remmen als hij eigenlijk iets te snel ging en bij de waterposten haalde ik water zodat hij door kon blijven lopen. Bijna ging dat nog mis bij de laatste waterpost toen ik Brinta uit het oog verloor en zelfs nog een sprintje moest trekken om hem bij te halen. Het bekertje Extran was daardoor bijna leeg, maar Brinta had het al niet meer nodig. Hij had zijn laatste versnelling al ingezet.

Ruim voor de eindstreep wisten we dan ook al dat Brinta binnen de twee uur zou lopen. Het werd uiteindelijk 1 uur, 58 minuten en 59 seconden. Voor Brinta was het zijn beste tijd in meer dan een decennium tijd. Aangezien ik mijzelf maanden geleden als wedstrijdloper hadingeschreven, betekende dat voor mij een laatste plaats op het NK halve marathonvoor Senioren.

Maar nog steeds waren Brinta en ik bij lange na niet de laatste deelnemers. Terwijl wij gezamenlijk naar de finish liepen, volgden er nog velen achter ons. Naast de kant stonden dan ook nog heel veel kleine jongetjes met die bekende vragende blik in hun ogen: "Waar blijft papa nou?"

08-03-2009: Voorjaarsloop, Halve Marathon, Bleiswijk

Finish_2 De Athexc3xafst weet het zeker: SnakeMaster gaat de Rotterdam Marathon lopen. Al dat gezeur over misschien wel of misschien niet is alleen maar bedoeld om zichzelf voor de gek te houden. Uiteindelijk staat hij gewoon vrijwel ongetraind aan de start en hoeft zij alleen nog maar te wachten op het telefoontje waarin haar verteld wordt bij welk ziekenhuis ze de resten op mag komen halen.

Inderdaad hou ik nog steeds de deur op een kier, want stiekem hoop ik op een klein wonder. Een training die opeens verrassend goed gaat. Een explosieve en opwaartse stijging in vorm. Een wedstrijd met een verbazingwekkend goede tijd. Eigenlijk hoop ik op zo’n beetje alles dat tegengesteld is van datgene wat ik heb gezien in mijn eerste trainingsweek na de vakantie.

De halve marathon van gisteren was bijvoorbeeld weer zo’n ijkpunt waarbij ik vooraf hoge verwachtingen had. Het plan was om een degelijke 1 uur 40 te gaan lopen zodat ik mezelf na afloop weer eens bemoedigend op de schouder zou kunnen kloppen.
"Zie je wel?", zou ik dan kunnen zeggen. "Het gaat al weer een stuk beter! De Rotterdam Marathon over vier weken is nog niet eens zo’n gek idee."

Direct na de start nam ik dan ook afscheid van Brinta, die ook op de Voorjaarsloop was afgekomen, en sloot ik me aan bij een groepje. Deze ging iets langzamer dan mijn beoogde tempo, maar ik wilde eerst even rustig mijn tempo en bijbehorende hartslag meten, voordat ik zou gaan versnellen.

Ik schrok van de resultaten.
De eerste kilometer kon ik nog doen alsof er niks aan de hand was. BliepBliep geeft immers in het begin soms onbetrouwbare resultaten door voor wat betreft de hartslag. Pas toen na een paar minuten BliepBliep hardnekkig vol bleef houden dat mijn hartslag toch wel erg hoog was bij een tempo dat ik vier weken geleden nog met twee vingers in mijn neus kon lopen, wist ik dat ik wederom teleurgesteld zou worden. Heel langzaam liet ik me daarom afzakken tot achterin het groepje en toen stopte ik.

Langs de kant van de weg bleef ik wachten totdat de verbaasde Brinta langs kwam lopen en ik sloot me bij hem aan. Dit tempo was voor mij een stuk beter om vol te houden en zo tikten de kilometers snel weg en bleek Brinta ook nog eens een goede dag in de benen te hebben. Heel af en toe kon ik hem een beetje uit de wind houden en halverwege zag het er al naar uit dat hij zijn beoogde 2 uur en 5 minuten makkelijk zou moeten kunnen redden. Het tweede gedeelte ging zelfs nog iets sneller, waardoor hij uiteindelijk in twee uur, xc3xa9xc3xa9n minuut en nog wat seconden over de finish heen kwamen. Ik deed er zelf een extra seconde langer over, omdat ik het Brinta nu eenmaal gunde om voor mij te eindigen.

Brinta presteerde beter dan verwacht. Ik presteerde minder dan ik had gehoopt. Het uiteindelijke gemiddelde van 5 minuten en 45 seconden per kilometer liep ik met een gemiddelde hartslag waarmee ik een maand geleden nog minimaal een halve minuut per kilometer sneller had gelopen. De feiten spreken dus voor zichzelf en de Rotterdam Marathon is nu wel heel dichtbij, maar toch wil ik nog een klein weekje wachten op de definitieve beslissing om die marathon wel of niet te lopen. Zondag kan ik zeggen of ik de marathon ga lopen of niet. Dan pas weet ik of in de voorbije dagen een wonder heeft voltrokken.

De opties…

VraagtekenVlak voor mijn vakantie stond vast dat ik de Rotterdam Marathon zou gaan lopen. Het feit dat ik drie weken lang nauwelijks of misschien zelfs wel helemaal niet hard zou gaan lopen, deed daar niets aan af. Ik kon me gewoon niet voorstellen dat ik tijdens de Rotterdam Marathon langs de kant zou moeten staan. Dan maar een wat langzamere marathon.
 
Naarmate mijn vakantie vorderde en het duidelijk werd dat ik helemaal niet zou gaan hardlopen, veranderde ik langzaam van mening. Misschien moest ik toch maar een andere optie overwegen en zo kwam ik ergens halverwege mijn vakantie op het idee om als uitwijkmogelijkheid de Marathon van Enschede te gaan lopen. Dat zou drie weken extra voorbereidingstijd opleveren en, misschien nog wel het allerbelangrijkste, op een datum plaatsvinden waarop ik exact tien jaar geleden met hardlopen ben begonnen.
 
Het feit dat deze optie tijdens mijn vakantie steeds realistischer werd, was voor mij al een doorbraak. Ik heb namelijk nooit echt serieuze plannen gehad om een andere marathon dan die van Rotterdam te lopen. De Coolsingel is gewoon lekker dichtbij en als ik over de finish loop, ben ik zo weer thuis
 
Daarbij is het dan wel misschien vloeken in het hardloopbloggers-wereldje, maar ik heb tot nu toe ook maar weinig plezier beleefd aan het lopen van marathons. Enkel vorig jaar, tijdens toch alweer mijn zesde marathon, had ik na afloop een goed gevoel over hoe de marathon was verlopen. Maar het was ook niet weer een ‘dit moet ik absoluut meerdere keren per jaar gaan doen’ gevoel. Het was enkel trots, blijheid, verwondering over mijn eigen kunnen en opluchting over het feit dat het nu eindelijk eens van het begin tot het einde lekker was gegaan.
 
Ik ben dan ook jaloers op de mensen die wel meerdere keren per jaar plezier kunnen beleven aan een marathon. Nog jaloerser ben ik op de mensen die zelfs langere afstanden lopen dan dat, maar ik heb tot nu toe helaas nog geen aanleg getoond om over dat zelfde plezier te kunnen beschikken. Ik ben enkel hardloper. Geen marathonloper. Als ik er al eentje loop, zo dacht ik altijd, dan wordt dat Rotterdam.
 
Het feit dat Enschede een tweede optie werd, was dus op zijn minst revolutionair. Ik wilde echter nog even wachten met het maken van een definitieve beslissing totdat ik weer een eerste keer had hardgelopen. Dan pas zou ik kunnen zien hoe het er voor stond. Dan pas zou ik weten of de nog iets meer dan vier weken tot Rotterdam genoeg zouden zijn of dat ik wat meer tijd nodig zou hebben en dus Enschede zou moeten lopen.
 
Ik heb inmiddels xc3xa9xc3xa9n keer hardgelopen…
Veel wil ik er niet over kwijt, behalve dan dat er nog een derde optie is bijgekomen: geen marathon lopen.

Mental note

BewareofsmellyfeetDrie weken geleden stopte ik mijn hardloopschoenen in een plastic tas en zocht er een plek voor in mijn backpack. Ik had geen idee hoe vaak ik zou gaan hardlopen tijdens mijn vakantie, maar ik wilde ze in ieder geval niet thuislaten. Voordat ze een goed plekje kregen, maakte ik nog wel even een mental note.
 
Aan die mental note heb ik vervolgens drie weken lang niet gedacht. Drie weken zonder hardlopen. Het is er gewoon niet van gekomen en de schoenen bleven onaangetast. Pas gisteren haalde ik thuis eindelijk mijn schoenen weer uit mijn tas om voor het eerst te gaan hardlopen. Meteen toen mijn schoenen uit de plastic tas tevoorschijn kwamen, moest ik weer denken aan mijn mental note van drie weken geleden:
 
Niet vergeten om straks meteen bij aankomst mijn natte schoenen uit de tas te halen om ze te laten drogen!
 
Helemaal vergeten dus en mijn schoenen zijn, zelfs na al die tijd, nog steeds viezig klam. Ze stinken ook.
Note to self: mental notes zijn zinloos.