Maandelijkse archief: april 2009

Zelfvertrouwen

Home_leiden_marathonEind maart besloot ik definitief om op 17 mei de Leiden Marathon te gaan lopen en vanaf dat moment heb ik de trainingen serieuzer dan ooit aangepakt. Na vijf min of meer mislukte marathons ging het vorig jaar eindelijk wel goed en xc3xa9xc3xa9n van de dingen die me van toen nog het meeste bijstaat, is dat ik de afstand eigenlijk wel mee vond vallen. Dat gevoel wil ik nog een keer bereiken en daarom stonden mijn trainingen vooral in het teken van veel en ver lopen.

April was dan ook een topmaand voor mij. Vorig jaar was ik nog zwaar onder de indruk van maart 2008 waarin ik 348 kilometers wist hard te lopen. Nu lach ik daarom. Ha! 348 is voor sukkels! Het record van toen heb ik vermorzeld door in april 2009 ruim 420 kilometers hardlopend af te leggen. Vooral de laatste weken van april ging het heel erg hard met drie opeenvolgende weken van meer dan 100 kilometer. Het zijn natuurlijk maar getallen en eigenlijk maken ze alleen indruk als ik ze achteloos laat vallen in een gesprek met niet-hardlopers, maar voor mij betekent het enorm veel. Door alleen al naar de bijbehorende grafiekjes te kijken, krijg ik het gevoel dat ik klaar ben voor de marathon.

Daarbij was het niet lastig om al die kilometers te maken. Dinsdag en donderdag waren voor mij de dagen dat ik meer dan 30 kilometer ging hardlopen. Bijna vanzelf had ik dan al ruim 60 kilometer op de teller staan en had ik nog genoeg dagen over om die 100 vol te maken. Daarbij merkte ik ook nog dat hoe vaker die 30 kilometer liep, hoe makkelijker het werd. Ik snap zelfs niet zo goed meer waarom ik 100 kilometer per week ooit als gekkenwerk beschouwde. Het valt mee en het voelt goed.

Het gaat ook nog eens beter dan vorig jaar. Toen had ik soms nog wel eens last van kleine pijntjes en was ik continu op de hoede voor een blessure. Dit keer had ik alleen maar last van de zijkant van mijn grote teen. Niks bijzonders en een overblijfsel van te snel overschakelen naar hardlopen op nieuwe schoenen waarbij de idiote vorm van mijn voeten ook niet echt hielp. Het alternatief was echter om door te lopen op schoenen die er al bijna 1200 kilometer op hadden zitten en dat durfde ik mijn kniexc3xabn niet aan te doen.

Het ging dus allemaal best makkelijk, maar het was ook weer niet zo dat ik al die kilometers fluitend heb afgelegd. Af en toe was het gewoon ronduit zwaar en moest ik mezelf die laatste kilometers naar huis toe slepen. Als ik de dag na een lange training wakker werd, stonden mijn beenspieren soms zo stijf als een strijkplank en zelfs op de dagen dat ik niet hardliep, was ik ‘s avonds ook vaker moe dan normaal.

Maar nu liggen de zwaarste trainingsweken achter me. Vanaf nu mag ik wat minder kilometers gaan maken. Dat geeft me eindelijk ook weer eens de kans om aan wat snelheid te werken, want dat is er de afgelopen tijd wel bij ingeschoten. Als ik al vaart probeerde te maken, dan voelde ik al heel snel al die kilometers van de dagen ervoor opspelen. Ook was ik bang dat een wat snellere training wel eens een lange training later in de week in de weg zou kunnen zitten. Een spierpijntje is dan wel geen probleem als je maar een kilometertje of 15 hard moet lopen, maar bij 30 kilometer kan dat knap vervelend zijn.

Gisteren was het dan eindelijk zo ver. Er stonden ‘slechts’ 25 kilometers op het programma, waaronder ook een training bij De Kieviten en in de wetenschap dat ik tot aan de marathon van Leiden geen langere stukken dan dit zou lopen, kon ik mezelf eindelijk eens laten gaan. En dat deed ik dan ook. Ik zat de hele tijd te wachten tot ik stuk zou gaan, maar het kwam maar niet. Is het dan echt waar? Begin ik nu in vorm te raken?

De laatste kilometers naar huis liep ik weer alleen. Een paar maanden terug kon zoiets na een zware training er nog behoorlijk inhakken, maar nu was het een eitje. Een teken dus dat die lange trainingsweken toch nog ergens goed voor zijn geweest. Ik durf het alleen nog niet aan om een mogelijke eindtijd te noemen. Dat is afhankelijk van het weer, de vorm van de dag en een hele hoop andere hardloopexcuses. Ik heb natuurlijk wel een idee, maar elke keer als die eindtijd door mijn hoofd schiet, schrik ik er zelf weer van. Nee. Kan niet. Onmogelijk. Te snel.

Ik ben dus klaar met het lopen van de hele lange stukken. Nu wordt het tijd om aan mijn zelfvertrouwen te werken.

10

Img_f2932012aa1Zondag 26 april 2009 is geen beste dag in Rotterdam. Het is bewolkt, het miezert tot ver in de middag en aangezien we al een tijdje gewend waren aan temperaturen die soms zelfs al tegen de 20 graden aanhikten, voelt het nu zelfs een beetje koud aan. Pas als de regen is opgehouden, ga ik naar buiten om hard te lopen. Op dat moment gaat het ook al iets beter met mijn houten hoofd en heb ik er wel vertrouwen in dat ik een mooie training tegemoet ga.

Als ik een minuutje of twee onderweg ben, realiseer ik me opeens met een schok dat vandaag eigenlijk een hele bijzondere dag is. Bijna vergeten! Terwijl ik er al de hele week aan heb moeten denken, ben ik het uitgerekend op de dag zelf bijna vergeten. Waar bier al niet allemaal slecht voor kan zijn.

Het is op de dag af exact tien jaar geleden dat ik begonnen ben met hardlopen. Het is dus mijn tiende hardloopverjaardag. Op maandag 26 april 1999 hadden we in Rotterdam na weken van treurig weer eindelijk weer eens een mooie en zonnige dag. Ik trok wat oude sportkleding aan, stofde een stokoud paar hardloopschoenen af (overblijfsel van een eerdere hardlooppoging een paar jaar eerder) en ging naar buiten om hard te lopen.

Maar als ik ook op de seconde af tien jaar geleden ben begonnen met hardlopen, dan ben ik nu wel iets te laat met me dat te realiseren. Want in dat geval, was ik op dat moment ook al gestopt met hardlopen. Veel langer dan een minuut hield ik het toen namelijk niet vol. Dus terwijl ik toen een minuutje aan het wandelen was, loop ik nu gewoon door. En nog wat verder ook.

Ik kan me dat allereerste rondje nog steeds goed voor de geest halen. Saai, dwars door een woonwijk en 2,5 kilometer lang. Door afwisselend te wandelen en hard te lopen, wist ik het rondje af te maken en daarmee was mijn hardloopcarrixc3xa8re officieel begonnen. Er is veel veranderd sindsdien. Ik loop wat meer dan toen, stoppen doe ik vrijwel nooit meer en ook de rondjes zijn wat inspirerender geworden. Op het moment dat ik tien jaar geleden dan ook uitgeput en wel weer thuis kwam, heb ik tien jaar later het gevoel dat ik nog maar pas ben begonnen.

Mijn hardloopverjaardag vier ik langs de Rotte en in het Hoge Bergse Bos en om nog even het gevoel van tien jaar geleden terug te krijgen, pak ik er ook een stukje woonwijk bij. Maar eigenlijk voelt het niet echt als een verjaardag. Ik ben vandaag dan wel een piepjonge hardloper van slechts tien jaar oud geworden, maar tien jaar is blijkbaar lang genoeg om te vergeten hoe het was om geen hardloper te zijn. Voor mij is het een hardloopdag zoals alle andere en na anderhalf uur ben ik weer thuis. Het is dan meteen tijd om een andere beginner te begeleiden tijdens haar hardlooprondje: drie kilometer lang neem ik De Athexc3xafst op sleeptouw.

19-04-2009: Aart van Hovenloop, Bleiswijk, 10 km

KievitenjpgIn oktober 2004 had ik na vijf jaar hardlopen mijn eerste hardlooppiek bereikt. Een half jaar daarvoor had ik nog een PR gelopen op de marathon dat vier jaar stand zou houden en eigenlijk leek ik alleen nog maar sneller te kunnen. Wat ik toen nog niet wist, was dat mij een paar magere jaren te wachten zouden staan, maar dat kwam deels ook omdat ik in die tijd maar heel weinig wedstrijdjes liep. De tien kilometer die vlak bij mijn toenmalige huis werd georganiseerd, liep ik in een tijd van 42 minuten en 51 seconden en na afloop had ik inderdaad het gevoel dat het echt niet zo heel erg veel sneller meer zou kunnen. Alles klopte gewoon. Het weer zat mee, ik had alles eruit gehaald wat er in zat en ik kon me haast niet voorstellen dat ik ooit nog beter zou kunnen lopen dan op die dag.

Die 42 minuten en 51 seconden was heel lang een soort mythische obsessie van mij. Na die mooie dag ging het ongemerkt en eigenlijk ook zonder aanwijsbare reden namelijk een tijd lang een stuk minder met mijn hardlopen en pas in mei 2006 durfde ik weer aan een verbetering van die tijd te denken. Vervolgens mislukten van mei 2006 tot en met oktober 2006 vier recordpogingen. Exc3xa9n keer zelfs met het luttele verschil van 11 seconden, waardoor mijn PR nog meer de ongrijpbare status kreeg die hij al had. Kort daarna werd ik lid van een atletiekvereniging en nog voor het einde van dat jaar liep ik eindelijk mijn PR uit de boeken. Ruim een minuut ging er vanaf en opeens vond ik die tijd helemaal niets meer voorstellen. Sterker nog, ik ging er vanuit dat ik nu wel binnen afzienbare tijd die magische grens van 40 minuten zou kunnen doorbreken.

Nog weer eens twee jaar later, of liever gezegd nu, blijkt dat die veertig minuten grens nog heel erg ver weg is. Ten eerste ben ik er ten opzichte van toen nog niet eens een minuutje op vooruit gegaan en ten tweede weet ik hoeveel moeite mij het kost om het benodigde tempo van vier minuten per kilometer vast te houden. En dat tien kilometer lang? Het lijkt bijna onmogelijk voor mij.

Toch speelt dat elke keer weer mee als ik een tien kilometer loop. Zelfs al heb ik voorafgaand aan een wedstrijdje geen hele hoge verwachtingen, toch hoop ik elke keer weer dat ik ergens genoeg energie vandaan weet te halen om die grens te doorbreken. Een paar weken terug in Dordrecht was ik nog niet eens zo heel erg goed in vorm, maar toch wist ik het maximale er uit te halen en slechts 52 seconden boven die grens te finishen. Gisteren tijdens de tien kilometer van de Aart van Hovenloop op mijn club voelde ik me veel beter in vorm dan toen en daarom hoopte ik stiekem op net zo’n goede dag.

Maar al na een kilometer wist ik dat ik die tijd zou mogen vergeten. Ik voel me dan wel veel beter in vorm dan een paar weken terug, maar twee opeenvolgende trainingsweken van meer dan 100 kilometer hebben me ook tijdelijk wat langzamer gemaakt. Lang hardlopen is geen probleem meer, snel hardlopen wel.

Het eerste rondje van vijf kilometer gaat nog best aardig in 21 minuten, maar daarna hebben mijn benen helemaal geen zin meer. Moe van de weken ervoor, moe van de ruim vijf kilometer die ze moesten afleggen om aan de start te verschijnen, moe van de gedachte dat ze na de wedstrijd nog een flink stuk zullen moeten lopen. En zo wordt viereneenhalf jaar na dato de tijd van 42 minuten en 51 seconden wederom een obsessie. Na acht kilometer lig ik namelijk boven dat schema, terwijl ik per se sneller dan toen wil lopen. Met tegenzin geef ik nog wat gas dan lukt mij wat me in de zomer van 2006 keer op keer niet lukte: ik duik met 42 minuten en 35 seconden alsnog onder die tijd van toen.

Als ik een lange route weer naar huis loop, heb ik de eerste paar kilometers spijt van die enorme inspanning. Ik kom haast niet vooruit en het gaat voor geen meter. Maar dan blijkt dat al die kilometers van de afgelopen paar weken toch ergens goed voor zijn. Ik kom weer in mijn ritme en op een gegeven moment loop ik weer met hetzelfde gemak als in de laatste paar weken het tempo dat ik zou moeten lopen. Het gaat vanzelf. Het gaat makkelijk. En terwijl ik daar zo loop, droom ik over die grens van veertig minuten.
Misschien.
Ooit.
Maar niet nu.

Mentale training

3764Dertien kilometers zitten erop. Dertien maar. Nog niet eens de helft van wat ik die dag wil lopen, maar echt lekker gaat het niet. Ik betwijfel zelfs of ik dat aantal van 30 kilometer ga halen. Ik rust even uit en denk na over wat ik nu moet doen. Ik kan zoals gepland gewoon doorlopen naar de training om uiteindelijk op mijn tandvlees die 30 kilometer uit te lopen of ik kan gewoon nu, hier op dit kruispunt, rechtsaf slaan naar huis. Nog maar vijf kilometers is het dan. Lekker douchen, lekker eten, lekker hangen. Het klinkt aanlokkelijk. Ik beweeg al in die richting…

Aan de andere kant vind ik ook weer dat ik niet zo moet zeuren. Dit hoort er bij. Het kan niet altijd even goed gaan. Zeker na een zware trainingsweek en zeker een dag na een training waarin ik me eigenlijk iets teveel op heb laten fokken door andere hardlopers. Daardoor heb ik nu ook een klein beetje last van stramme spieren. Daardoor loopt het ook niet heel erg soepel. Eigen schuld dus, maar het is even niet anders. Morgen heb ik een rustdag ingelast en kan ik weer gaan herstellen. Juist nu moet ik gebruiken om even door te zetten en die lange training te pakken richting de Leiden Marathon.

Toch twijfel ik nog steeds. Doorlopen naar de training of nu lekker naar huis? Dat laatste betekent nog steeds zo’n 18 kilometer en dat is natuurlijk ook niet slecht. Die gemiste kilometers kan ik altijd later nog goedmaken. Maar hoe gaat dat straks tijdens de marathon? Daar ga ik toch ook niet stoppen als het even wat minder gaat? Met zo’n instelling had ik nooit een marathon kunnen lopen. Juist nu komt het erop aan om mijn doorzettingsvermogen te testen.
Of toch maar gewoon naar huis?

De seconden tikken weg en ik weet het nog steeds niet. Straks heb ik geen keus meer en is de trainingsgroep al vertrokken. Ik moet nu beslissen. Lekker naar huis of stevig afzien. Opgeven of een mentale training.

Ik neem een besluit en meteen daarna neem ik ook xc3xa9xc3xa9n van de vier gelletjes die ik bij me heb. Langzaam zet ik mijn protesterende lichaam weer in beweging. Niet richting huis, maar richting de training. De bank thuis moet nog maar heel even wachten. In plaats daarvan moet ik eerst nog even op de pijnbank. Ook wel lekker. Soms.

Twee uur later ben ik alsnog op weg naar huis. De training is voorbij, de training waar ik dus toch aan heb deelgenomen, en eigenlijk ging het fantastisch. Het was zwaar, soms moest ik even op mijn tanden bijten, maar het was goed te doen. Daarbij bleef volgens BliepBliep gedurende de gehele training mijn hartslag ook nog eens lekker laag en ik beschouw dit daarom dus als een kleine mentale overwinning op mezelf. Straks mag ik lekker uitrusten.

Voorbij dit hek is het nog maar een kilometer. Ik zie dat ik zelfs nog een gelletje over heb, maar ik neem ‘m niet. Niet nodig ook. Het gaat goed zo.
BliepBliep. Dertig kilometer. Doel gehaald. Even later ben ik thuis.

Van de Coolsingel naar Leiden

Dinsdagavond, twee dagen na de Rotterdam Marathon waaraan ik niet heb deelgenomen, loop ik alsnog over de Coolsingel. Dat hier nog maar zo kort geleden een marathon heeft plaats gevonden, is nu moeilijk te geloven. Alles is weg, of ik kijk gewoon niet goed. De vlaggen zijn verdwenen, de hekken zijn weggehaald en nergens liggen meer flesjes, sponzen of weggegooide hardloopkleding. Op de Coolsingel zelf hebben de hardlopers en de toeschouwers plaatsgemaakt voor het autoverkeer.

Terwijl de meesten van die duizenden marathonlopers waarschijnlijk thuis of op werk nog liggen bij te komen van hun ervaringen, ben ik nu met mijn tweede extra lange duurloop bezig. Vorige week liep ik hier ook al en toen was men nog druk bezig met de voorbereidingen van de Rotterdam Marathon. Voor de organisatie, de vrijwilligers en natuurlijk al die hardlopers is het nu allemaal voorbij. Voor mijzelf heb ik juist het gevoel dat het allemaal nog moet beginnen.

Het plan is om net als vorige week van werk naar de training hard te lopen. Daar loop ik dan met de training mee en vervolgens loop ik het laatste stuk van de training ook weer naar huis. Hiermee kom ik dan op een afstand van zo tussen de 30 en 35 kilometer uit. En op de plek waar voor al die marathonlopers hun soms maandenlange voorbereiding ten einde kwam, loop ik nu volledig in mijn eentje mijn laatste trainingsweken richting Leiden af te werken. Zij zijn klaar, voor mij moet het nog beginnen.

Na acht kilometer ben ik de stad weer uit en nu loop ik eindelijk alleen. Heel soms kom ik nog een fietser tegen. Af en toe zelfs een hardloper. In dat laatste geval vraag ik me dan af of dit er eentje is die toevallig afgelopen zondag heeft gelopen. Hopelijk vragen ze zich dat ook bij mij af. Of eigenlijk misschien beter van niet, want ik heb het gevoel dat ik niet loop als iemand die net twee dagen terug een marathon heeft gelopen.

Intussen gaat het lopen wel heel erg lekker en voor ik het weet zijn de eerste 14 kilometers voorbij en ben ik op de plaats van bestemming. De groep vandaag is klein, omdat de marathonlopers het vandaag terecht af hebben laten weten. Hierdoor wordt er ook besloten om een normale training in te lassen in plaats van een hersteltraining. Vervelend voor mij, want waar ik verwacht had om een rustige training tegemoet te gaan, word ik opeens de heuvels ingejaagd.

Daar leg ik ook de basis van een paar hele zware slotkilometers. Ik begin nog wel rustig en laat de groep lekker voor me uitlopen. Verstandig, want ik heb hierna nog een heel stuk te gaan. Toch ga ik op het laatst alsnog helemaal los en storm ik een heuvel op als ware het de Coolsingel tijdens de marathon met aan het einde een klok die richting mijn PR aan het tikken is.

Na afloop voel ik aan mijn benen dat ik stom ben geweest. Als ik aan het einde van de training naar huis aan het lopen ben, stort ik zelfs volledig in elkaar. Het gekke is dat ik zelf nog wel heel erg veel zin heb om door te lopen, maar dat mijn benen het simpelweg niet meer aankunnen. Het gaat gewoon niet meer. Ineens ben ik xc3xa9xc3xa9n van de vele mensen die ik zondag op de Coolsingel langs zag komen. Moe, langzaam, voortsjokkend naar de finish. Zij zijn al klaar met hun marathon, die van mij moet nog komen.

Rotterdam Marathon

In 2003 liep ik voor het eerst de Rotterdam Marathon. In de jaren die volgden was ik er ook elke keer bij, maar dit jaar zou anders worden. Dit jaar had ik besloten om de Rotterdam Marathon maar eens een keertje over te slaan en dat gaf mij de kans om de marathon eens van een hele andere kant mee te maken: als toeschouwer.

Gek genoeg had ik dat namelijk nog nooit gedaan. Ondanks dat ik al weer bijna de helft van mijn leven in Rotterdam woon, was de marathon elke keer compleet aan mij voorbij gegaan. Ik kan me wel nog een keer herinneren dat ik in mijn studentenhuis een keer naar de marathon op TV heb gekeken. Dat was op een steenworp afstand van het parcours, maar toch ben ik toen niet gaan kijken. Die tien minuten lopen was in die tijd nog net iets te ver voor mij. De allereerste Rotterdam Marathon die ik dan ook meemaakte, maakte ik mee als hardloper.

Gisteren was ik er dus voor het eerst als toeschouwer bij. Vorig jaar zat ik er zelf nog middenin en nu keek ik van een afstandje naar die enorme massa hardlopers op en rondom de Coolsingel. Ik herkende de nerveuze blik in veel van die ogen. De haast om een maar zo goed mogelijke plek te bemachtigen in het startvak. De aanhang die opgezadeld werd met tassen en overbodige kleding. Het gepruts aan de startnummers en veters. Zitten ze wel goed? Krijg ik er geen last van? En waarom staan al die mensen zo enorm in de weg?

Twee van die mensen die zo enorm in de weg stonden, namelijk De Athexc3xafst en ik, hadden inmiddels een plekje weten te bemachtigen vlakbij de start. Daar zagen we ook de toplopers allemaal inlopen. "Kijk", zei ik nog, "wat een patsertje!" en ik wees naar iemand met een gouden ketting en een stoppelbaardje. Het zou de latere winnaar van de Rotterdam Marathon zijn.

Maar eerst was daar nog de start en daar had ik het eigenlijk best wel moeilijk mee. Het begon al toen ik daarvoor de bordjes zag waarop de laatste meters werden afgeteld. Nog 200 meter, nog 150 meter, nog 50 meter. Al zes keer was ik die bordjes voorbijgelopen op weg naar de finish als xc3xa9xc3xa9n van de vele dodelijk vermoeide en opgeluchte hardlopers. Nu stond ik zo maar aan de andere kant van die bordjes. Ik hoorde de startmuziek, Lee Towers die slecht verstaanbaar zong en ineens was daar ook het startschot en kwamen de Keniaanse toplopers ons voorbij stormen. Vlak er achter aan volgen de recreanten. Mensen zoals ik, maar dan zonder mij. Ik baalde.

Zes minuten later was het alweer voorbij en was het wachten op de eerste finishers. We doodden wat tijd in de winkels, bleven op de hoogte van de voortgang door de soms aanwezige TV-schermen en ruim op tijd stonden we al weer bij de finish. Via de luidsprekers hoorden we dat ze twee-uur-vijf zouden gaan halen. Misschien zelfs er onder. Naarmate de twee koplopers dichterbij kwamen, werd de omroeper ook steeds zekerder van zijn zaak. We hoorden het ongeloof in zijn stem. Twee-uur-vier was mogelijk. Ook ik kon het me haast niet voorstellen. Ik zou getuige zijn van een wereldprestatie.

Eerst zagen we de motors onze kant op komen, daarna weg van het parcours in een zijstraatje en niet veel later kwamen de twee Keniaanse koplopers in beeld. De eerste had een behoorlijke voorsprong en leek te gaan winnen. Terwijl ze ons voorbij raasden in hun laatste meters zag ik het patsertje achter de nummer xc3xa9xc3xa9n aangaan. Ik kon net niet zien of hij het nu had gered of niet, maar even later werd omgeroepen dat Duncan Kibet de marathon had gewonnen. Wat een tijd, wat een overwinning en wat mooi dat ik daar bij kon zijn!

Nog heel even bleven we wachten tot ook de eerste Nederlander binnen was en daarna gingen we nog even snel wat eten. Tot dan toe had ik het allemaal nog best aardig gevonden. Het was mooi om als toeschouwer getuige te zijn van zo’n wereldprestatie en zo’n spannende finish. Maar toen we wederom bij de finish stonden op het moment dat de laatste mensen binnen de drie uur aan het finishen waren, had ik er een heel dubbel gevoel over. Eigenlijk had ik daar gewoon bij willen zijn. Zo tikten de minuten weg, zag ik wat clubgenootjes finishen en voor ik het wist stond de klok op een tijd die ik voor mezelf ook wel mogelijk acht.

Daar liepen ze dan, al die deelnemers, en daar had ik tussen kunnen lopen. Naast die verkrampt lopende man. Achter die vrouw met dat van pijn vertrokken gezicht. Voor die van blijdschap huilende man. Ik had nog even snel die kushandjes werpende man in kunnen halen. Ik had daar voorbij gesprint kunnen worden door die vrouw met die paardenstaart. Ik had opgehouden kunnen worden door die vader die op het laatste stuk vergezeld werd door zijn zoontje. Ik had nog even snel een paar passen opzij kunnen doen voor een paar vrijwilligers die toesnelden om een wankelende loper te ondersteunen. Ik had kunnen glimlachen of huilen, zwaaien of fronzen, strompelen of sprinten, maar ik deed het niet. Ik keek toe.

Helemaal tot het einde ben ik dan ook niet gebleven. Op het moment dat ik een jaar geleden zelf over de finish kwam, was ik al weer onderweg naar huis. Fysiek voelde ik me stukken beter, psychisch ging het wat minder. Vorig jaar moet ik er gewoon maar weer bij zijn en dan natuurlijk weer tussen die hekken en niet zoals nu er achter.

Leiden Marathon

Home_leiden_marathonDe beslissing om de Rotterdam Marathon niet te lopen, was achteraf gezien nog best eenvoudig gemaakt. Ik was er gewoon niet klaar voor. Bij elke andere marathon had ik al veel eerder de handdoek in de ring gegooid, maar omdat ik zo graag in Rotterdam wilde lopen, bleef ik de beslissing maar uitstellen. Toen ik er eindelijk uit was om het toch maar niet te doen, bleef er nog maar xc3xa9xc3xa9n belangrijke vraag over: wat nu?

In eerste instantie was de Enschede Marathon nog een optie. Die zou ook mooi samenvallen met de historische dag waarop ik tien jaar geleden ben begonnen met hardlopen. Maar toen ik een beetje ging rekenen om te zien hoe ik mijn voorbereiding dan zou moeten plannen, kwam ik er al snel achter dat ik dan eigenlijk alsnog tijd tekort zou komen. Daarbij had ik via een reactie van Rinus al begrepen dat het niet echt een inspirerende marathon was, dus om daar nu straks al die tijd voor in de auto te moeten zitten… En dan ook nog eens terug. Nee, daar had ik dus even geen zin in.

En dus draaide ik het maar om. Stel nu, dacht ik, dat ik vanaf eind maart weer een beetje in vorm ben. Hoeveel tijd heb ik dan nodig om een beetje gericht naar een marathon toe te kunnen trainen en wanneer zou ik er dan eventueel eentje kunnen lopen? Ik pakte een kalender erbij, noteerde wat lange duurlopen, hield rekening met een afbouwperiode van drie weken en zo kwam ik op een geschikte datum uit: half mei. Ergens rond die tijd moest ik een marathon zien te vinden.

Zo kwam ik dan ook bij de Leiden Marathon van 17 mei uit. Belangrijke minpuntjes: het zijn twee dezelfde rondjes en het is niet in Rotterdam. Belangrijke pluspuntjes: het is een goed georganiseerde loop, ik heb er al eens een halve marathon gelopen en het is relatief dichtbij. Toen ik daarom afgelopen zondag ook nog eens een PR liep op de 10 km en ik dus merkte dat het met mijn vorm helemaal aan het goedkomen was, nam ik de definitieve beslissing: ik ga de marathon van Leiden lopen. Twee dagen geleden heb ik me daarom ingeschreven.

Het gaat dus toch gebeuren: een marathon. En meteen voelt het helemaal anders aan. Al maandenlang, zelfs nog voor mijn vakantie, twijfelde ik of het wel goed zou gaan komen. Stiekem had ik geen eens zin om me overdreven veel uit te sloven in de trainingen. Ik had het gevoel dat ik het beetje extra conditie dat ik daarmee op zou doen waarschijnlijk toch weer naar de gallemiezen zou helpen tijdens mijn vakantie. Geen enkele keer kwam ik daarom boven de 30 km uit in een training en na mijn vakantie twijfelde ik zelfs even of het wel verstandig was om xc3xbcberhaupt een marathon te lopen dit jaar.

Welnu, die twijfels zijn weg. Ik heb er zin in. En tegen al die mensen aan wie ik de afgelopen tijd uit heb moeten leggen dat ik dit jaar de Rotterdam Marathon niet loop, kan ik nu dus vertellen dat ik WEL een andere marathon loop. Zolang er natuurlijk de komende tijd geen rare dingen gebeuren, loop ik over 46 dagen de marathon van Leiden. Hopelijk wordt het een mooie bekroning van alle fijne en lange trainingen die me tussen nu en dan nog te wachten staan.

Ik heb er zin in.
Bizar gewoon. Ik heb zin in een marathon.

Naschrift: Dat ik zin heb om een marathon te lopen is geeneens een 1 april grap.