Zelfvertrouwen
Eind maart besloot ik definitief om op 17 mei de Leiden Marathon te gaan lopen en vanaf dat moment heb ik de trainingen serieuzer dan ooit aangepakt. Na vijf min of meer mislukte marathons ging het vorig jaar eindelijk wel goed en xc3xa9xc3xa9n van de dingen die me van toen nog het meeste bijstaat, is dat ik de afstand eigenlijk wel mee vond vallen. Dat gevoel wil ik nog een keer bereiken en daarom stonden mijn trainingen vooral in het teken van veel en ver lopen.
April was dan ook een topmaand voor mij. Vorig jaar was ik nog zwaar onder de indruk van maart 2008 waarin ik 348 kilometers wist hard te lopen. Nu lach ik daarom. Ha! 348 is voor sukkels! Het record van toen heb ik vermorzeld door in april 2009 ruim 420 kilometers hardlopend af te leggen. Vooral de laatste weken van april ging het heel erg hard met drie opeenvolgende weken van meer dan 100 kilometer. Het zijn natuurlijk maar getallen en eigenlijk maken ze alleen indruk als ik ze achteloos laat vallen in een gesprek met niet-hardlopers, maar voor mij betekent het enorm veel. Door alleen al naar de bijbehorende grafiekjes te kijken, krijg ik het gevoel dat ik klaar ben voor de marathon.
Daarbij was het niet lastig om al die kilometers te maken. Dinsdag en donderdag waren voor mij de dagen dat ik meer dan 30 kilometer ging hardlopen. Bijna vanzelf had ik dan al ruim 60 kilometer op de teller staan en had ik nog genoeg dagen over om die 100 vol te maken. Daarbij merkte ik ook nog dat hoe vaker die 30 kilometer liep, hoe makkelijker het werd. Ik snap zelfs niet zo goed meer waarom ik 100 kilometer per week ooit als gekkenwerk beschouwde. Het valt mee en het voelt goed.
Het gaat ook nog eens beter dan vorig jaar. Toen had ik soms nog wel eens last van kleine pijntjes en was ik continu op de hoede voor een blessure. Dit keer had ik alleen maar last van de zijkant van mijn grote teen. Niks bijzonders en een overblijfsel van te snel overschakelen naar hardlopen op nieuwe schoenen waarbij de idiote vorm van mijn voeten ook niet echt hielp. Het alternatief was echter om door te lopen op schoenen die er al bijna 1200 kilometer op hadden zitten en dat durfde ik mijn kniexc3xabn niet aan te doen.
Het ging dus allemaal best makkelijk, maar het was ook weer niet zo dat ik al die kilometers fluitend heb afgelegd. Af en toe was het gewoon ronduit zwaar en moest ik mezelf die laatste kilometers naar huis toe slepen. Als ik de dag na een lange training wakker werd, stonden mijn beenspieren soms zo stijf als een strijkplank en zelfs op de dagen dat ik niet hardliep, was ik ‘s avonds ook vaker moe dan normaal.
Maar nu liggen de zwaarste trainingsweken achter me. Vanaf nu mag ik wat minder kilometers gaan maken. Dat geeft me eindelijk ook weer eens de kans om aan wat snelheid te werken, want dat is er de afgelopen tijd wel bij ingeschoten. Als ik al vaart probeerde te maken, dan voelde ik al heel snel al die kilometers van de dagen ervoor opspelen. Ook was ik bang dat een wat snellere training wel eens een lange training later in de week in de weg zou kunnen zitten. Een spierpijntje is dan wel geen probleem als je maar een kilometertje of 15 hard moet lopen, maar bij 30 kilometer kan dat knap vervelend zijn.
Gisteren was het dan eindelijk zo ver. Er stonden ‘slechts’ 25 kilometers op het programma, waaronder ook een training bij De Kieviten en in de wetenschap dat ik tot aan de marathon van Leiden geen langere stukken dan dit zou lopen, kon ik mezelf eindelijk eens laten gaan. En dat deed ik dan ook. Ik zat de hele tijd te wachten tot ik stuk zou gaan, maar het kwam maar niet. Is het dan echt waar? Begin ik nu in vorm te raken?
De laatste kilometers naar huis liep ik weer alleen. Een paar maanden terug kon zoiets na een zware training er nog behoorlijk inhakken, maar nu was het een eitje. Een teken dus dat die lange trainingsweken toch nog ergens goed voor zijn geweest. Ik durf het alleen nog niet aan om een mogelijke eindtijd te noemen. Dat is afhankelijk van het weer, de vorm van de dag en een hele hoop andere hardloopexcuses. Ik heb natuurlijk wel een idee, maar elke keer als die eindtijd door mijn hoofd schiet, schrik ik er zelf weer van. Nee. Kan niet. Onmogelijk. Te snel.
Ik ben dus klaar met het lopen van de hele lange stukken. Nu wordt het tijd om aan mijn zelfvertrouwen te werken.