35
Mijn verjaardag komt altijd op een treurig moment in het jaar. Vandaag dus. Op dit moment in het jaar loopt de zomer op zijn einde en de eerste blaadjes liggen al op straat te wachten tot ze samen met hun vriendjes boven hun een enorme hoop kunnen gaan vormen. En dan word ik ook nog eens een jaartje ouder. Dit jaar komt het totaal daarmee zelfs op 35.
Voor een sporter is dat geen beste leeftijd. Een paar jaar terug zou ik misschien nog het etiketje ‘ervaren’ opgeplakt kunnen krijgen, maar inmiddels ben ik gewoon ‘oud’. Zelfs de Atletiekunie weigert nog langer te geloven dat ik de concurrentie met de senioren aankan en stopt me al automatisch in het masters-hokje. De 35-plussers dus. Overigens hadden ze al lang kunnen zien dat het ook bij de senioren nooit wat met mij is geworden, dus misschien hadden ze me al veel eerder uit mijn lijden moeten verlossen. Een aparte categorie of zo. De ‘leuk geprobeerd, maar dit gaat het natuurlijk nooit worden’-categorie bijvoorbeeld. Vooral ook omdat juist de 35-plus categorie tijdens hardloopwedstrijden vaak nog sterker is dan de concurrenten bij de senioren.
Voor mij is de 35 jaar eigenlijk niet zo bijzonder. Na al die jaren begin ik te wennen aan het jarig zijn en voelt het ook niet meer zo vreemd. De kleine pauze tussen de ‘hoe oud ben je?’-vraag en het antwoord daarop wordt gewoon langer. Soms moet ik zelfs even rekenen, maar dat is het dan ook wel zo’n beetje. Ik voel me niet echt ouder en dat komt waarschijnlijk ook wel deels door het hardlopen. Als ik mezelf nu vergelijk met elf jaar geleden toen ik nog niet aan het hardlopen was, ben ik eigenlijk nog maar een jonkie.
Maar toch steekt het me een beetje, die masters-categorie van de Atletiekunie. Het is als een soort tikkende tijdbom. Weliswaar voel ik me nu nog in staat om ooit, al is het dan maar secondenwerk, nog wat van mijn beste tijden af te halen, maar er komt een tijd, een leeftijd, waarop dat niet meer mogelijk zal blijken te zijn.
Hopelijk is dat nog ver weg en zal ik nog lang bij elk loopje de stiekeme hoop koesteren dat er die keer wel een PR in zit. Daar train ik ook voor: om sneller te kunnen lopen. Maar gelukkig train ik ook al ruim tien jaar voor het moment waarop ik niet meer sneller kan lopen, maar alleen nog maar langzamer. Hardlopen met slechts xc3xa9xc3xa9n enkel doel: omdat het zo leuk is. En misschien word je dan wel niet meer beloond met supersnelle tijden, maar de vergelijking van jezelf met niet-hardlopende leeftijdsgenoten wordt elk jaar steeds gunstiger.