Maandelijkse archief: augustus 2009

35

Geranium_johnsons_blueMijn verjaardag komt altijd op een treurig moment in het jaar. Vandaag dus. Op dit moment in het jaar loopt de zomer op zijn einde en de eerste blaadjes liggen al op straat te wachten tot ze samen met hun vriendjes boven hun een enorme hoop kunnen gaan vormen. En dan word ik ook nog eens een jaartje ouder. Dit jaar komt het totaal daarmee zelfs op 35.

Voor een sporter is dat geen beste leeftijd. Een paar jaar terug zou ik misschien nog het etiketje ‘ervaren’ opgeplakt kunnen krijgen, maar inmiddels ben ik gewoon ‘oud’. Zelfs de Atletiekunie weigert nog langer te geloven dat ik de concurrentie met de senioren aankan en stopt me al automatisch in het masters-hokje. De 35-plussers dus. Overigens hadden ze al lang kunnen zien dat het ook bij de senioren nooit wat met mij is geworden, dus misschien hadden ze me al veel eerder uit mijn lijden moeten verlossen. Een aparte categorie of zo. De ‘leuk geprobeerd, maar dit gaat het natuurlijk nooit worden’-categorie bijvoorbeeld. Vooral ook omdat juist de 35-plus categorie tijdens hardloopwedstrijden vaak nog sterker is dan de concurrenten bij de senioren.

Voor mij is de 35 jaar eigenlijk niet zo bijzonder. Na al die jaren begin ik te wennen aan het jarig zijn en voelt het ook niet meer zo vreemd. De kleine pauze tussen de ‘hoe oud ben je?’-vraag en het antwoord daarop wordt gewoon langer. Soms moet ik zelfs even rekenen, maar dat is het dan ook wel zo’n beetje. Ik voel me niet echt ouder en dat komt waarschijnlijk ook wel deels door het hardlopen. Als ik mezelf nu vergelijk met elf jaar geleden toen ik nog niet aan het hardlopen was, ben ik eigenlijk nog maar een jonkie.

Maar toch steekt het me een beetje, die masters-categorie van de Atletiekunie. Het is als een soort tikkende tijdbom. Weliswaar voel ik me nu nog in staat om ooit, al is het dan maar secondenwerk, nog wat van mijn beste tijden af te halen, maar er komt een tijd, een leeftijd, waarop dat niet meer mogelijk zal blijken te zijn.

Hopelijk is dat nog ver weg en zal ik nog lang bij elk loopje de stiekeme hoop koesteren dat er die keer wel een PR in zit. Daar train ik ook voor: om sneller te kunnen lopen. Maar gelukkig train ik ook al ruim tien jaar voor het moment waarop ik niet meer sneller kan lopen, maar alleen nog maar langzamer. Hardlopen met slechts xc3xa9xc3xa9n enkel doel: omdat het zo leuk is. En misschien word je dan wel niet meer beloond met supersnelle tijden, maar de vergelijking van jezelf met niet-hardlopende leeftijdsgenoten wordt elk jaar steeds gunstiger.

Lang is lekker

798pxrotterdam_pekhuisbrugEen paar maanden terug was het nog heel normaal als ik op een dag twintig kilometer of meer liep. Vooral in de maanden voorafgaand aan de marathon wist ik eigenlijk niet beter. Zo was ik gewend om op dinsdag naar de training toe te lopen en ook weer terug. Op een gegeven moment was dat zo’n vast ritueel geworden dat ik me eigenlijk niet meer voor kon stellen dat je dat hele stuk voor en na de training ook per fiets kon afleggen. Of per auto.

Maar na de marathon schrapte ik dat stuk al heel snel. Mijn lichaam eiste een herstelperiode van me en stond het niet langer toe dat ik het langer dan twintig kilometer al hardlopend over allerlei wegen en paden heen sleurde. Dan meer even zonder dat stuk, dacht ik. Een paar weken later kon ik me al niet meer eens voorstellen dat ik zoiets heel normaal had gevonden en toen werd het ook nog eens zomer.

Hartstikke leuk hoor, zomer, maar het is soms wel heel erg warm. Dat is prima als je zoals ik soms op een terrasje of in je tuin wilt zitten met een biertje of een wijntje, maar het is wat minder als je zoals ik een hekel hebt aan hardlopen in de hitte. Een uurtje hou ik nog wel vol, anderhalf uur gaat ook nog wel, maar het moet niet langer worden dan dat. Dat trek ik gewoon niet. Hulde aan alle mensen die daar wel plezier in hebben, maar ik ben nu eenmaal xc3xa9xc3xa9n van die zeikerds die het snel te warm vindt.*

Gisteren was het qua weer echter goed te doen. Lekker zelfs. En omdat ik ook te kampen had met een sluimerend schuldgevoel over een drukke week met etentjes, films en concerten waarin maar weinig plaats zou zijn voor hardlopen, besloot ik om maar weer eens hardlopend naar de training te gaan. Ik zag er tegenop, vond de waarschijnlijk af te leggen afstand vooraf wel heel erg lang, maar ik ging gewoon. Dan maar eens een keertje moe worden. Is ook wel eens leuk.

Maar eigenlijk viel het achteraf allemaal heel erg mee. Ik was vergeten hoe leuk het is om zo lang hardlopend onderweg te zijn. Zelfs de laatste kilometers, traditioneel het stuk waar het gebrek aan een avondmaaltijd zich begint te wreken, gingen nu heel erg goed. En o wat was het lekker om na dat hele stuk hardlopen onder de douche te kunnen staan.

Volgende week dinsdag sla ik nog even een keertje over, omdat ik de dag er na een 10 km wedstrijdje loop, maar daarna zullen voor mij de dinsdagavonden weer als vanouds worden. Veel lopen. Lekker moe worden. En daarna uitrusten en nagenieten.


* Ik ben trouwens ook xc3xa9xc3xa9n van die zeikerds die het snel te koud vindt, maar daar zal ik over een paar maanden waarschijnlijk wel weer een blogje aan wijden.

18-08-2009: Ronde van West, 10 km, Capelle aan den IJssel

RondewestmenuBegin dit jaar werd ik voor het eerst geconfronteerd met mijn naderende verjaardag. Voor het clubkampioenschap van mijn club werd ik namelijk niet bij de Senioren ingedeeld, maar bij de Masters. Het was een vreemde gewaarwording, maar nog steeds heel erg abstract. Augustus leek nog zo ver weg.

Nu is het dan bijna zo ver. Over iets meer dan een week word ik 35 en vanaf dat moment krijgt de naam van dit weblog een dubbele betekenis. Voor elke wedstrijd zal ik dan automatisch worden ingedeeld als ‘master’. Alleen al daarom wilde ik heel erg graag meedoen aan het loopje over 10 kilometer dat gisteren in Capelle aan den IJssel plaats vond. Het zou immers de laatste keer zijn dat ik als SnakeSenior een wedstrijd zou kunnen lopen.

Tegelijkertijd was het een goede test. Hoe zou het met mijn vorm zijn? Zou ik, net als vlak voor de zomer, weer onder de 41 minuten kunnen lopen of zou ik, net als vorig jaar na de zomer, weer meer dan 43 minuten bezig zijn? Ik had echt geen idee en alleen al daarom ging ik onbevangen van start. Gewoon hard door lopen en kijken waar het schip strand.

Van de tussentijd op de eerste kilometer schrok ik. Die was namelijk sneller dan verwacht en zelfs drie seconden onder die voor mij zo magische vier minuten grens. Zou het dan? Zou het dan echt? Zou dit dan de dag worden dat ik onder de veertig minuten zou lopen? In gedachten zag ik me zelf al alles geven in de komende negen kilometers. Alles. Alles zou ik er aan doen. Mezelf helemaal aan gort lopen als dat nodig was. Als die grens binnen bereik lag, dan wilde ik er voor gaan ook. Maar eerst nog maar eens die tweede kilometer doorkomen om te zien of mijn missie kans van slagen had.

Ik deed hard mijn best. Ik liep al lang niet meer zo makkelijk als in die eerste kilometer en ik moest er flink aan trekken, maar ik voelde al dat het weinig zin zou hebben. Die tweede kilometer liep ik dan ook al weer een aantal seconden boven die vier-minuten-grens. Met pijn in mijn hart nam ik afscheid van mijn veertig minuten droom. Dit zou ‘m niet gaan worden. Helaas. Zelfs mijn PR kon ik nu wel vergeten.

Maar laat ik ook weer niet al te veel zeuren. Mijn laatste wedstrijdkilometers als senior gingen dan wel niet heel erg goed, maar ook weer niet superslecht. Na tien kilometer finishte ik dan ook in 41 minuten en, ooooh ironie, 35 seconden. Bijna twee minuten sneller dan vorig jaar na de zomer, maar voor de rest een voor mijn doen onopvallende tijd. Dat was het dan. Dat was dan mijn hardloopleven als senior.

Bij de finish was het inmiddels enorm druk. In de krappe straatjes van Capelle West stonden zoveel hardlopers en toeschouwers en werd er zoveel slechte Nederlandstalige muziek gedraaid, dat ik het liefst zo snel mogelijk weer de anonimiteit in ging. Weg dus. Naar huis. Een paar honderd meter verderop was het al weer wat rustiger op straat en een jongetje van een jaar of negen was buiten aan het voetballen. ‘Meneer,’ vroeg hij, ‘hoeveelste bent u geworden?’.

Even kwam ik in de verleiding om hem te vertellen dat ik had gewonnen. Of dat ik tenminste bij de eerste tien was gexc3xabindigd en dat eer, roem en faam mijn deel waren geweest. Iets waarvan ik vind dat ik gezien al mijn trainingsjaren en al mijn trainingsarbeid verdomme ook wel eens recht op zou hebben. Maar nee, niets van dat alles. Ik vertelde het jongetje dat ik, oooh ironie, 35e was geworden. En ineens was ik in zijn ogen ook een stuk minder interessant en ging hij verder met voetballen.

Hij had groot gelijk, want ook voor mijn gevoel stelde mijn tijd en mijn prestatie helemaal niets voor. Over twee weken, in mijn eerste echte wedstrijd als Master, gaat het hopelijk al weer een stukje sneller.

Nieuw hardloopseizoen

Voor mij voelt het nu net alsof er een nieuw hardloopseizoen aankomt. De marathon is intussen al weer een aantal maanden geleden en de traditionele periode van relatieve inactiviteit, ook wel vakantie genoemd, is achter de rug. Dit jaar heb ik tijdens mijn vakantie nog ongewoon veel gelopen en daarom ben ik dan ook heel benieuwd hoe ik er voor sta. Morgen loop ik dan ook het eerste wedstrijdje van mijn nieuwe hardloopseizoen: een 10 kilometer in Capelle aan den IJssel.

Hele hoge verwachtingen heb ik er niet van. In de maanden naar de marathon toe en ook enkele weken daarna kan ik altijd nog wel profiteren van de lange trainingsmaanden die er aan vooraf zijn gegaan. Maar daarna wordt het altijd minder. Op de een of andere manier lukt het mij nooit zo goed om in de zomer hard te lopen. Ik heb nooit een specifiek doel zoals een najaarsmarathon en mede daardoor heb ik ook geen zin om in de warmte meer dan twee uur te gaan hardlopen.

Natuurlijk hoop ik elk jaar dat het anders is. Zo ook dit jaar, want ik heb tijdens mijn vakantie nog behoorlijk wat hardgelopen. Dit gebeurde ook nog eens vaak op heuvelachtig terrein (kracht! afwisseling!) en onder zeer warme omstandigheden (doorzettingsvermogen!) zodat een beetje hardloper daar enorme vooruitgang zou kunnen boeken. Maar helaas ben ik geen beetje hardloper. Ik ben feitelijk maar een hele matige hardloper die maar weinig merkt van afwisselende trainingen. Veel en ver lopen; dat is het enige wat bij mij een positieve invloed lijkt te hebben op mijn prestaties. En dat is nu juist datgene wat ik de afgelopen weken niet heb gedaan.

Vorig jaar ging het eigenlijk precies hetzelfde en begon ik mijn hardloopseizoen met een zeer teleurstellende 10 kilometer. Pas toen ik in november weer mijn trainingen op ging voeren, merkte ik dat het weer langzaam beter ging. Ik kan dan ook alleen maar hopen dat het morgen beter gaat dan toen.

Maar eerlijk gezegd heb ik ook geen flauw idee wat ik kan verwachten. Hele slechte trainingen zoals vorig jaar heb ik nog niet gehad, maar elke keer als ik mijn snelheid probeer te testen loop ik weer tegen mijn beperkingen aan. Ik ben gewoon niet zo heel erg snel. Het tempo dat ik graag zou willen lopen, is voor mij op langere stukken gewoonweg niet te doen. Daarbij helpt het ook niet als ik tijdens traingen alles geef om zo lang mogelijk die vier minuten per kilometer vol te houden, om vervolgens met speels gemak voorbij te worden gelopen door iemand die eruit ziet alsof hij met een wandeling bezig is. Of nog erger: door iemand die eruit ziet alsof ZIJ met een wandeling bezig is. MET stokken.

Morgen zou ik dus moeten weten hoe ik er voor sta. Ik ga voluit, of iets dat daar voor door moet gaan, en ik heb er heel erg veel zin in. Hopelijk weet ik na een kleine drie kwartier ook iets meer over mijn huidige vorm dan nu. En hopelijk valt het allemaal erg mee.

Vis

VisAls hardloper leer je op een andere manier naar je omgeving te kijken.In een onbekende omgeving zie je weggetjes en paden die niet-hardlopersnooit op zouden vallen. Of iemand heeft het over een afstand tussenvoor jou onbekende plekken. Vijftien kilometer bijvoorbeeld. Dat is eenafstand waarbij niet-hardlopers automatisch aan fietstochten of korteautoritjes denken, maar voor een hardloper als ik is dat een potentixc3xablehardlooproute. Dat soort gedachten krijg ik automatisch. Het is eensoort tic. En soms, heel soms, krijg je ook daadwerkelijk de kans omzo’n route ook echt zelf te lopen.

Dat gebeurde bijvoorbeeld deze zomer toen ik een aantal dagen ophet eiland Vis in Kroatixc3xab verbleef. Qua oppervlakte is het ongeveer tevergelijken met Terschelling en het eiland kent twee belangrijkeplaatsjes: het gelijknamige Vis aan de ene kant van het eiland enKomiza aan de andere kant van het eiland. Daartussen ligt een weg vaneen kilometer of 11 en toen ik daar voor de eerste keer met de busoverheen reed, was ik al druk doende om alles te inspecteren. Het wasme al heel snel duidelijk dat dit een leuke hardlooproute zou worden.

De volgende dag stond ik daarom wederom op de bus te wachten. Inhardloopkleding ditmaal. Bij iets koelere weersomstandigheden of bijeen iets vlakker parcours had ik die afstand nog wel heen en terugwillen lopen, maar dit keer koos ik gewoon voor de laffe optie. Samenmet een hele hoop zojuist op Vis gearriveerde groep toeristen liet ikme per bus naar het plaatsje Komiza vervoeren.

Eenmaal in Komiza aangekomen was het een grote drukte van mensendie hun koffers bij elkaar zochten en om zich heen aan het kijken warenhoe ze nu verder moesten gaan. Ergens daartussen stond ik dan. Turendnaar BliepBliep om te wachten op het moment tot ze klaar was. Enondanks het feit dat dit nog best lang duurde, was ik bij lange na nietde laatste die vanaf het eindpunt vertrok.

Terwijl ik de eerste meters aflegde, zag ik in de verte de weg naarVis lopen. Het eerste stuk van zo’n vier kilometer beweegt zich in eenkronkelende rij van haarspeldbochten enkele honderden meters omhoog.Precies dat stuk was nou hetgene wat de route voor mij vooraf zointeressant had gemaakt. Zwaar zou het worden. Ik, typische Hollander,die gewend is om over kaarsrechte wegen te lopen en die een brug alziet als een zware beklimming, zou nu enkele kilometers lang moetenklimmen. Anders dan ik gewend ben en alleen al daarom erg leuk.

Het uitzicht was het in ieder geval al meer dan waard. De zon dielinks van me in Komiza al achter de heuvels aan het zakken was, kwambij het stijgen naar boven toch weer langzaam achter de heuvelsvandaan. Zo werd achter me het aantal haarspeldbochten steeds groter envoor me steeds kleiner. Snel ging het allemaal niet. Op sommige plekkenwas het stijgingspercentage zo hoog dat ik nog maar nauwelijks vooruitkwam. De iets minder steile stukken gebruikte ik steeds meer om weereen beetje op adem te komen en om mijn vermoeide benen wat relatieverust te gunnen.

Maar toen was het klimmen ook opeens voorbij, kon de zon gerustweer achter de heuvels zakken en begon voor mij de lange afdaling naarVis toe. Eigenlijk was hier geen eens sprake van hardlopen, want ikhoefde me alleen maar te laten vallen. Ik had dan ook moeiteloosbelachelijk hoge snelheden kunnen halen, maar om mijn kniexc3xabn te ontziendeed ik het nog rustig aan. Ik liep in het tempo van mijn halvemarathon met het gevoel alsof ik het lekker rustig aan deed. Dus zomoet het voelen om een goede hardloper te zijn!

De mensen in de auto’s die mij passeerden, begrijpen er intussenmaar weinig van. De Italianen toeteren of roepen wat na. De Kroatenkijken met verwondering naar die idioot die daar aan het hardlopen is.Als een Kroatische Cabrio passeert, zie ik de chauffeur zijn passagieraanstoten en roepen: ‘Kijk hem nou!’. Vast een toerist, moeten zegedacht hebben. Dat kan haast niet anders. Welke gek gaat daar nuhardlopen?

Als ik eindelijk het plaatsje Vis weer in zicht krijg, is het albijna donker geworden. Jammer dat het weer bijna voorbij is. Nog xc3xa9xc3xa9nklein klimmetje heb ik te gaan voor de laatste scherpe afdaling naarhet plaatsje toe. Het verkeer is hier wat drukker en ik zie nu ook weer eens mensen op straat lopen. Ik ben er.

Zeeven

PrimostenZeven kilometer. Meer is het niet. Dat beweert althans de moeder van de Athexc3xafst als ze me mijn eerstvolgende hardlooproute probeert uit te leggen. Aangezien ik vorig jaar al ervaring opgedaan heb met haar afstandsschattingen weet ik meteen al dat ik minimaal tien kilometer af moet leggen. Mooi dan. Dat lijkt me een leuk stukje lopen.

Het is midden juli, ergens in Kroatixc3xab en iedereen staat op het punt om naar het strand te gaan. Mijn plan is om vanaf onze huidige lokatie naar het strand toe hard te lopen en me bij de rest te voegen. Het is een plan dat ik al veel eerder had, maar dat ik pas op het allerlaatste moment kenbaar heb gemaakt. Zo bestaat er minder tijd voor iedereen om mij dit plan uit het hoofd te praten.

Ze proberen het natuurlijk wel. Is het niet te heet? Is het niet te heuvelachtig? Heb je gisteren al niet hardgelopen? Ben je niet bang om te verdwalen? Kun je niet beter een andere keer? Weet je dan niet dat te veel hardlopen slecht voor je is?

Ik hoor het allemaal gelaten aan, want ik had niet anders verwacht. Eventjes volhouden nog en dan gewoon gaan. Ik ben dan ook verbaasd als ik steun uit onverwachte hoek krijg: de Athexc3xafst neemt het voor me op. Ze drukt me een telefoon in de handen die ik mee kan nemen, zegt tegen iedereen dat het toch geen zin heeft om met mij logisch te redeneren als het over hardlopen gaat en laat haar moeder de te lopen route nog eens 24 keer uitleggen. Voor ik het weet is iedereen weg en sta ik helemaal alleen in mijn hardloopkloffie. Ze zijn zelfs zo snel vertrokken dat ik niet eens de kans heb gekregen om mezelf in te smeren tegen de zon.

De weg waarop ik loop is pas nog improvisorisch gerepareerd. Regelmatig loop ik over kleine stukken opnieuw geasfalteerd wegdek. Dat is lastig lopen. Mijn longen en neus vullen zich met de geur van gesmolten asfalt en mijn schoenen blijven aan het wegdek plakken. Heet. Zon. Geen schaduw. Geen zuchtje wind. Zeven kilometer ksn soms heel lang zijn als het geen zeven kilometer is. Terwijl de zee maar niet dichterbij komt, voel ik ook nog eens dat ik langzaam aan het verbranden ben op mijn schouders en op mijn achterbenen. Ik neem nog maar eens een slokje water uit xc3xa9xc3xa9n van de waterflesjes die ik om mijn middel draag.

Dan verdwijnt door het heuvelachtige landschap paar kilometer lang de zee uit beeld. Als mijn orixc3xabntatiepunt weer in zicht komt, zitten de door de moeder van De Athexc3xafst voorspelde zeven kilometers er al weer op. Maar ik ben er nog niet. De zee lijkt nog steeds ver weg. Ik heb het nu zo warm dat mijn voeten als twee enorme gevaartes aanvoelen. Ze ontploffen bijna van de hitte. Gelukkig gaat het lopen nu wel een stuk makkelijker, want de weg is nu langzaam richting de zee aan het afdalen. Voor mijn gevoel komt de zee nu ook steeds dichterbij. Alsof ik er al bijna ben.

De enorme blauwe oppervlakte voor me wordt ook steeds groter en na een kilometer of 11 kom ik dan eindelijk bij het eerste strandje aan. Niet veel later heb ik de rest gevonden en kan ik ook zelf de zee in. Een betere beloning kunnen ik en mijn voeten zich op dat moment niet voorstellen. Ja, het was zwaar. Ja, het was heet. Maar juist daarom was het ook heel erg lekker. De zee heeft nog nooit zo goed gevoeld.