Maandelijkse archief: september 2009

27-09-2009: Geul Techniekloop, Vlaardingen, 15 km

Vooraf had ik best hoge verwachtingen over de 15 kilometer in Vlaardingen. De trainingen gaan goed, ik had pas nog een PR gelopen op de 10 kilometer en mijn laatste 15 km was begin juli wegens veels te zomerse omstandigheden mislukt. Tijd dus om het allemaal beter te gaan doen.

Maar eenmaal in Vlaardingen aangekomen, werden mijn verwachtingen snel getemperd. De zon scheen, het was warm en iedereen hoorde ik maar klagen en zeuren over de zon. "Een goeie tijd kun je vandaag wel vergeten", zei de een en de anderen knikten instemmend. Aangezien ik altijd wel een goed excuus kan gebruiken voor een wat mindere tijd, sloot ik me daar dan ook graag bij aan.

De eerste paar kilometers verbaasden mij dan ook. Ik had me moeiteloos aangesloten bij een groepje dat in de buurt hing van een aantal clubgenootjes die normaal gesproken veel sneller zijn dan ik. Na een kilometer of twee, drie zijn ze meestal al stipjes in de verte geworden, maar alhoewel ze dit keer wel afstand namen, hield ik ze nog altijd in zicht. Mijn eigen groepje vond ik intussen ook al te langzaam gaan, maar ik heb inmiddels al zoveel wedstrijdjes verprutst door in mijn eentje te willen lopen, dat ik nu maar eens rond bleef hangen.

Dat ging lang heel erg goed. Soms zakte het tempo wat, soms ging het even wat sneller en om mijn dankbaarheid aan het groepje te tonen, deed ik zelfs hier en daar wat kopwerk. Maar nog steeds ging het te langzaam naar mijn smaak en ik moest me inhouden om niet gewoon weg te lopen. Dus toen ik na de drankenpost op 10 km opeens alleen bleek te lopen, vond ik het eigenlijk wel best zo. Achter me had mijn groepje blijkbaar wat getreuzeld bij de bekertjes water, waardoor er ongemerkt toch een klein gaatje tussen mij en hen was gevallen. Dan maar doorlopen, dacht ik en dat bleek later een foute beslissing te zijn.

Tempo maken bleek al snel toch een stuk lastiger te zijn dan tempo volgen en nog ietsjes later begreep ik eindelijk waar al die zeurpieten het bij de start over hadden. Het was inderdaad warm, ik was moe en het ging gewoon allemaal niet meer zo makkelijk als in het begin. Het soepele lopen werd ingeruild voor keihard buffelen. Met anderhalf kilometer te gaan, werd ik zelfs nog ingehaald door twee lopers van het groepje dat ik vlak daarvoor nog achter me had gelaten. Clubgenootjes zelfs. Twee mensen die dus blijkbaar slimmere hardlopers zijn dan ik. Klote, maar terecht. Had ik maar verstandiger moeten lopen. Niks aan te doen.

Met mijn tijd van 1 uur, 4 minuten en 16 seconden was ik overigens meer dan tevreden. Het is een van mijn beste tijden op deze afstand en ook al ging het op het laatst wat moeilijker, toch heb ik vrijwel geen verval gekend. Als het zo doorgaat, dan staan me op loopjes in de komende paar maanden nog een paar hele mooie tijden te wachten.

1 2 3

Net als ik hardlopend ben vertrokken op weg naar de training, zie ik een paar honderd meter verderop nog iemand anders hardlopen. Leuk, denk ik en ik probeer een inschatting te maken van zijn snelheid om te zien of ik hem straks bij kan halen.

Vanuit een andere richting komt er opeens een andere loper tussen ons in lopen. Zo wordt het natuurlijk nog leuker en ook hier kom ik al snel tot de conclusie dat deze man in te halen moet zijn. Zelf is hij in ieder geval al druk doende om de loper voor hem weer in te halen.

Zo ben ik op een afstandje getuige van iets dat mij zelf al zo vaak is overkomen. Ik zie hardloper 2 twee inlopen op nummer 1. Langzaam, maar gestaag. Hardloper nummer 1 heeft eerst nog niks in de gaten, maar dan kijkt hij opeens achterom. Hij zal wel wat gehoord hebben. Dom natuurlijk van hardloper 2, want als hij zoveel ervaring zou hebben gehad als ik, dan had hij geweten dat je in dit soort gevallen je tegenstander zo stilletjes mogelijk moet besluipen. Niet stampen, gecontroleerd ademhalen en als je vlakbij bent, moet je tijdelijk nog eens extra versnellen om je tegenstander niet de illusie te geven dat hij je nog bij kan houden.

Hardloper 1 laat echter duidelijk weten dat hij he-le-maal geen zin heeft om ingehaald te worden door hardloper 2 en hij versnelt. Heel even zie ik hardloper 2 zelf ook nog versnellen, maar eigenlijk is het al vrij snel een uitgemaakte zaak. Zijn tempo zakt onmiddellijk en het gat tussen hem en de man voor hem wordt almaar groter. Beetje zwak van hardloper 2, want hij had natuurlijk op zijn minst kunnen proberen om hardloper 1 bij te houden.

Dan moet hardloper 3 dat maar doen. Ik dus. Met hoge snelheid kom ik onderweg naar hardloper 1 hardloper 2 voorbij zetten. Verbaasd kijkt hij me aan. Tsja, stilletjes naderen is nu eenmaal een kunst en het is tijd om die kunst ook even aan hardloper 1 te etaleren.

Maar dan slaat hardloper 1 opeens een compleet andere richting in. Heel even twijfel ik nog. Zal ik meegaan en daardoor misschien te laat op de training komen? Of laat ik het maar zo. Ik ben bijna geneigd om voor de eerste optie te kiezen, maar dan stopt hardloper 1 opeens…

Jammer, want zo is er natuurlijk geen lol meer aan. Daar valt geen eer aan te behalen. Dat is te makkelijk. Zo vervolg ik mijn eigen weg om uiteindelijk tijdens de training meerdere keren door mijn teamgenootjes ingehaald te worden.

Ben

BenIk zie hem voor het eerst als hij mij buiten mijn werk hardlopend voorbij gaat. Zelf sta ik stil in mijn hardloopkleren, want ik moet nog even wachten tot BliepBliep wat satellieten heeft gevonden. Terwijl het fel gele shirtje met daarin de hardloper langzaam uit zicht verdwijnt in de richting waar ik straks zelf ook wil lopen, hoop ik dat BliepBliep een beetje opschiet. Het is altijd leuk om een mooi richtpunt te hebben.

Maar BliepBliep schiet niet op en tegen de tijd dat ik eindelijk weg kan, is het gele shirt nergens meer te zien. Pas als ik vijf minuten later de Erasmusbrug onderdoor loop, zie ik hem weer. Heel in de verte. Ha fijn! Een langzame loper! De inhaalrace is begonnen.

De voorsprong die hij heeft is echter aanzienlijk en ik heb ruim twee kilometer nodig om dichterbij te komen. Dat zijn twee zenuwslopende kilometers waarin ik hoop dat hij maar op dezelfde route blijft lopen. Het is me immers al vaak genoeg gebeurd dat dergelijke lopers op het moment dat ik ze bijna kan ruiken, op het moment dat hun zweet al bijna in mijn gezicht spettert, opeens een andere richting inslaan. Weg denkbeeldige overwinning. Weg triomfantelijk moment.

Maar deze loper is anders. Hij blijft al die tijd keurig netjes op mijn route lopen en uiteindelijk laat hij zich gewillig door mij voorbij steken. De blik van verrassing en bewondering lijkt zelfs bedoeld om mij nog eens extra van dienst te zijn. Ik hou wel van dit soort mensen. Een beetje waardering voor mijn matige hardlooptalenten kan soms geen kwaad.

Het probleem is nu wel dat ik door die lange inhaalrace geen tijd heb kunnen nemen om xc3xa9xc3xa9n van mijn bijna vaste stopplaatsen aan te doen: het benzinestation. Met borrelende darmen ben ik er voorbij gelopen en weet ik al dat ik ben aangewezen op een plekje in het Kralingse Bos. Als ik daar even later een veilig plekje heb gevonden en weer uit de bosjes kom lopen, zie ik opeens diezelfde loper weer voorbij gaan. Ik loop er weer achter aan, hij spreekt me aan in het Engels, en zo ontstaat er al hardlopend een gesprek tussen twee hardlopers.

Ben heet hij en eigenlijk wil hij alleen maar even weten of ik nu diezelfde was die daar een hele tijd geleden stil had gestaan. Wijzend op BliepBliep wil hij gelijk weten hoeveel kilometers dat nu eigenlijk waren. Zes komma drie maar? Dat was minder dan hij had gedacht.

Zo loopt Ben nog een tijdje met me mee. Hij praat over zijn marathons, ik over de mijne en we hebben het zelfs kort over wie we zijn en wat we buiten het hardlopen om allemaal doen. Maar we hebben het natuurlijk vooral over hardlopen en in het bijzonder over de marathon waar Ben zich op aan het voorbereiden is. Ik had dan ook graag nog even door willen praten met Ben, maar ik voel me toch verplicht om hem te vertellen dat ik niet een rondje aan het lopen ben en dat ik dus ook niet terugkeer op het punt waar ik begonnen ben. Ik wijs hem de weg terug, wens hem succes en loop weer verder.

Die Ben is best een geschikte kerel. En dat zeg ik echt niet alleen omdat hij hardloper is.

02-09-2009: Keesloop, Bergschenhoek, 10 km

Website_header
Twee weken geleden liep ik de 10 kilometer in 41:35. Niet goed en ook niet heel slecht, maar achteraf had ik toch dat onheilspellende gevoel dat het beter had gekund. Steeds vaker heb ik me de afgelopen paar jaar tijdens wedstrijdjes laten leiden door mijn hartslag en dat was ook deze keer het geval geweest. Wat was er gebeurd, dacht ik later, als ik gewoon heel erg hard had gelopen? Wat als ik nou eens geen enkele keer naar mijn hartslag had gekeken op BliepBliep? Wat als ik gewoon alleen maar naar de snelheid had gekeken, vertrouwd had op mijn eigen gevoel en me niet had laten demotiveren door een hartslagje meer of minder? Wat dan? Had het dan sneller gekund?

En zo besloot ik het roer gewoon om te gooien. Ik zou gewoon eens knetterhard gaan lopen en dan kijken waar het schip strandt. En ach, waarom dan niet meteen voor die magische grens van veertig minuten gaan? Dat haal ik toch niet, maar dan zou ik tenminste achteraf nog kunnen zeggen dat ik het had geprobeerd.

Twee weken lang was ik bezig met dit plan en hoe vaker ik er mee bezig was, hoe gekker het leek. Zo gooide ik tijdens mijn trainingen er af en toe wat versnellinkjes van vier minuten de kilometer tussendoor en dat kostte me zoveel moeite dat ik het nauwelijks een kilometer vol kon houden. Laat staan tien kilometer dus. Dit is gekkenwerk, dacht ik vooraf, en toen wist ik nog niet eens dat ik met gloednieuwe schoenen zou gaan lopen.

Daar stond ik dan, bij de start van de Keesloop. Met schoenen waar ik nog geen meter in had hardgelopen, een tikkeltje nerveus en gespannen, maar wel volledig klaar voor de twee rondjes van vijf kilometer die me te wachten stonden. Ik had er zin in. Als het niks zou worden, dan zou ik altijd nog kunnen zeggen dat ik nu een jaartje ouder ben. Iedereen zou dat begrijpen. Inclusief ikzelf als ik het maar vaak genoeg zou herhalen.

Bij de start was ik goed weg. Ik had meteen het juiste tempo te pakken en probeerde dit zo goed mogelijk vast te houden. Dat lukte nog ook. De eerste kilometer lag ik goed op schema, de tweede ging ook nog erg goed en de derde ging zelfs een tikkeltje te snel. Het belangrijkste was echter dat het me niet eens zo heel erg veel moeite kostte. Het was zwaar, ik was blij dat ik mijn hartslag niet kon zien, maar ik hield het toch maar eventjes mooi vol.

Pas bij het ingaan van de vierde kilometer begon ik te merken dat het snelle tempo zijn tol begon te eisen. Een heel klein stukje onverharde weg haalde me uit mijn ritme en vanaf dat moment moest ik vol aan de bak om het tempo vast te houden. Dit was geen hardlopen meer, dit was werken.

Halverwege lag ik echter nog precies op schema, omdat ook kilometers vier en vijf nog steeds in het juiste tempo waren gelopen. Ik noteerde dan ook 19 minuten en 50 seconden voor mezelf en dat is een tijd waar ik met een vijf kilometer wedstrijdje best tevreden mee zou zijn. Heel even begon ik zelfs te geloven in die magische 40 minuten. Ik had nu immers nog een marge had van een kleine 10 seconden. Zou het dan mogelijk zijn? Zou ik dan eindelijk die grens in zicht gaan krijgen?

Het antwoord daarop was: nee. In de zesde kilometer ging het namelijk mis. Opeens kreeg ik de wind vol tegen en ik had geen kracht meer in mijn benen om daar tegenop te lopen. Ik kreeg last van mijn nieuwe schoenen en er waren  nergens andere lopers in de buurt om me achter te verschuilen. Het ging niet goed meer. Het ging slecht. Ik was, kortom, langzaam kapot aan het gaan.

En toen was daar, ergens rond de acht kilometer, ineens die reddende engel. Een anonieme loper, een held. Iemand die voorbij kwam, die zag dat ik het moeilijk had en me aanmoedigde om bij hem aan te haken. Telkens weer keek hij achterom of ik er nog was. Doorgaan! Kom op! Nog maar xc3xa9xc3xa9n kilometer!

Elke keer als hij dreigde bij me weg te lopen en elke keer als hij wat riep, deed ik hard mijn best om weer aan te klampen. Vraag me niet hoe, maar het lukte. Ik was moe nu. Doodmoe. Maar ik bleef doorlopen. Zo kwam ik over de finish in een nieuw PR van 40 minuten en 41 seconden. En jongens en meisjes, wat was ik daar toch ontzettend blij mee.

De grens van 40 minuten is daarmee weer ietsjes dichterbij gekomen, maar toch nog steeds heel erg ver weg. Weggaan op een eindtijd van veertig minuten was inderdaad gekkenwerk. Dat kan ik gewoon nog niet aan. Ik heb verkeerd gegokt, maar gelukkig niet verloren.

Waar zijn jullie?

Rotterdam_kralingse_plasWaar zijn ze nu? De hardlopers van toen?

In mei, de echte zomer moest nog beginnen, liep ik een rondje om de Rotterdamse Kralingse Plas. Het was prachtig weer en het stikte van de hardlopers. Ze waren overal. Ik had wel eens eerder een hele hoop hardlopers bij elkaar gezien, maar nog niet eerder in ongeorganiseerd verband. Prachtig vond ik het. Aandoenlijk zelfs. De geconcentreerde blikken en de felgekleurde gympies. De bezwete lichamen met uitdrukkingen van pure uitputting. De doorweekte katoenen shirts en de vele mp3-spelertjes. Het was mooi om te zien dat zoveel mensen aan mijn sport deden. Het was mooi om mijn eigen begin te zien.

Afgelopen weekend was ik er weer. Dezelfde Kralingse Plas, hetzelfde weertype, maar dit keer waren de hardlopers op de vingers van xc3xa9xc3xa9n hand te tellen. Mensen genoeg, maar alleen schrikbarend weinig ervan waren aan het hardlopen.

Hoe komt dat toch? Waar was iedereen? Met een blessure thuis omdat de gympies toch niet zo geschikt bleken als hardloopschoenen? Was de batterij van de mp3-speler soms leeg? Zat soms net dat ene supervette t-shirt in de was? Of bleek eens in de drie weken hardlopen toch niet genoeg om een conditie op te bouwen en zijn ze er daarom maar mee gestopt? Zo van: ik heb het geprobeerd, dat klote-hardlopen, maar het is niets voor mij. Ik koop wel een Wii. Net als iedereen.

Ik hoop dat ik het mis heb en dat ik net op een ongunstig tijdstip aan het hardlopen was. Het zou namelijk heel erg jammer zijn als de meeste van de beginnende hardlopers van toen nu al weer gestopt zijn. Niet alleen voor die mensen zelf, maar ook voor mij. Het is ook wel eens een keertje lekker om iemand met hoge snelheid in te halen. Ze zullen toch niet allemaal gedemotiveerd zijn geraakt door mij?