Maandelijkse archief: oktober 2009

25-10-2009: Drechtstedenloop, Dordrecht, Halve Marathon

Brug_echt_totaal_2_0De bedoeling was om de halve marathon binnen anderhalf uur te lopen en om gelijk maar de spanning weg te halen: dat is niet gelukt. Vijftien kilometer lang zag het er naar uit dat ik wel het zou gaan halen. Voor mijn gevoel ging het toen namelijk nog allemaal vrij gemakkelijk en al rekenend kwam ik tot de conclusie dat ik in de laatste paar kilometers zelfs nog wat tijd mocht verliezen op mijn zelf opgelegde schema. Dat kwam goed uit, want op dat moment zag ik in de verte al de brug tussen Papendrecht en Dordrecht waarvan ik wist dat ik er nog overheen moest.

Die brug, de Papendrechtse brug, zal ik niet snel vergeten. Daar ging het mis. Goed mis zelfs. Een beetje jammer ook voor een brug die waarschijnlijk gebouwd is om een snelle verbinding tussen twee oevers te maken, want in mijn geval zijn ze daar niet in geslaagd. In de beklimming van die brug, die niet eens zo heel erg lang duurde, verloor ik namelijk een hele hoop cruciale zaken. Ik verloor veertig seconden, mijn laatste restjes energie en, nog veel belangrijker, ik verloor de hoop op een tijd onder de negentig minuten.

Eenmaal boven aangekomen, voelde al dat het voorbij was. In de afdaling maakte ik nog wel wat tijd goed en een kilometer lang wist ik zelfs weer het goede tempo op te pakken, maar dat was niet goed genoeg. Het moest sneller. Ik moest tijd goed maken en ik had nog maar te weinig kilometers voor me om dat te realiseren. Ineens werd ik ook weer ingehaald door een paar mannen. En toen nog xc3xa9xc3xa9n. En nog xc3xa9xc3xa9n. BliepBliep. Reden gevonden. Slechte kilometertijd.

Ik had ook geen zin meer om er nog energie in te steken. Het zou toch niet de tijd worden die ik vooraf voor ogen had en daarom liet ik het maar gaan. De motivatie was compleet verdwenen. Ik wist dan ook wel dat het slecht aan het gaan was, maar ik had nog geen idee hoe slecht. Het zal wel negentig minuten hoog worden, dacht ik nog voordat ik de hoek omdraaide en het nog maar xc3xa9xc3xa9n lange rechte lijn naar de finish was.

Toen ik in de verte bij de finish de klok zag staan, stond die echter al op 91 minuten. Ik schrok. Zou ik nu zelfs mijn oude PR niet eens gaan halen? Heb ik het dan echt helemaal voor niets gedaan?

En opeens kon ik wel versnellen. De laatste beetjes energie die ik na de brug overal tevergeefs had gezocht, maar nergens had gevonden, bleken toch nog ergens aanwezig te zijn. Ik zette een eindsprint in en dook onder het finishdoek door. Volgens eigen meting zes seconden sneller dan mijn PR.

Helaas heb ik ook die meting weer bij moeten stellen. Mijn oude PR was ietsjes sneller dan ik dacht en volgens de organisatie was mijn netto eindtijd langzamer dan mijn eigen meting. De zes seconden die ik bij de finish dacht over te hebben, blijkt er dus uiteindelijk maar eentje te zijn. 1 uur, 31 minuten en 33 seconden. Het is een PR, het verzacht ook enigszins de pijn van de mislukking, maar het gevoel van teleurstelling overheerst. Toch maar eens kijken of ik dit jaar nog ergens in de herkansing kan.

Beginnersfouten xc3xa9xc3xa9n en twee

Woensdagavond ben ik moe. Gewoon moe. Doordat ik de volgende dag kaartjes voor een concert heb en vrijdag naar een toneelstuk ga, moest ik de dagen daarvoor even creatief schuiven met mijn hardlooptrainingen. Het gevolg is dat ik een paar zware trainingen achter de rug heb zonder enige vorm van rust er tussenin en ik woensdagmiddag al piepend en krakend hardlopend naar huis ga. Het was lekker, het was fijn, maar ik ben blij dat het er op zit. Het had echt niet veel langer moeten duren.

Wat volgt is een gehaast avondeten, een kort bezoek van een loodgieter die naar een kleine lekkage komt kijken en ik sluit mijn dag af met het nog eenmaal nalezen van een rapport dat De Athexc3xafst voor haar deeltijdstudie in moet leveren. Tenminste, ik denk dat ik mijn dag daarmee afsluit, want volgens De Athexc3xafst moet ze nog hardlopen. Toch?

Heel even kom ik in de verleiding om te zeggen dat ze het uit mag stellen. Heel even maar. Het gebeurt op het moment dat ik naar buiten kijk in de richting van de donkere en beregende omgeving waar we moeten gaan hardlopen. Ik zie hoe de wind met de bomen speelt en ook al zit ik zelf lekker warmpjes binnen, toch voel ik haast de kou van buiten. Ik voel hoe die mijn lichaam binnentrekt en mijn toch al stramme en stijve spieren nog eens extra teistert. Ik heb er gewoon even oprecht geen zin in.

Maar toch gaan we. Naar buiten. Hardlopen. De Athexc3xafst heeft het de afgelopen weken namelijk hardnekkig volgehouden en er beginnen zelfs steeds vaker van die momentjes te komen dat haar hardlopen ook echt die naam verdient. Het gaat iets minder langzaam dan vroeger en de afstand van vijf kilometer die haar een paar maanden terug nog onmogelijk leek, is nu zelfs bijna gewoontjes geworden. Ik heb het zelfs al aangedurfd om voor te stellen dat we binnenkort een rondje Zevenhuizerplas kunnen lopen, eventueel met een pauze ertussenin, en dat is toch nog 2,5 kilometer langer. Haar reactie daarop was veel minder afwijzend dan ik had verwacht.

Maar nu is dat even niet aan de orde. Nu wil ik het liefst zo kort mogelijk hardlopen, maar De Athexc3xafst heeft andere plannen. Door het concert en het theater wordt namelijk ook haar aantal hardloopdagen beperkt en daarom wil ze perse vijf kilometer gaan lopen. Treuzelend trek ik mijn hardloopkleding aan. Mijn schoenen. BliepBliep zoek ik op. Ik rek het allemaal zo lang mogelijk terwijl De Athexc3xafst, geheel tegen haar gewoonte in, al lang en breed op mij zit te wachten.

Heel mijn lichaam protesteert. Alsjeblieft. Nee. Kom op. Je HEBT al gelopen vandaag. Het is KOUD buiten. Geef me de tijd om je spieren te laten herstellen. Hier BINNEN. Waar het WARM is. Kijk naar die TV dan. Die lekkere bank. Dat behaaglijke dekentje. WAAROM toch? WAAROM wil je nu nog naar buiten?

Maar dan zijn we buiten en is mijn tegenzin ook in xc3xa9xc3xa9n keer weg. Het stramme gevoel in mijn spieren is na een minuut of twee al verdwenen en het gaat eigenlijk best lekker zo. Met voldoende kleding valt de kou zelfs nog wel mee en ik heb zelfs het gevoel dat ik echt aan het hardlopen ben. Zeker omdat De Athexc3xafst bezig is met haar snelste twee openingskilometers ooit.

Maar dat laatste is helaas een beginnersfout. Te snel gestart. Ik wist het wel, maar De Athexc3xafst heeft liever niet dat ik er wat van zeg. Als ik er al wat van zeg, dan moet ik niet zeggen dat ze ‘te snel’ gaat, maar gewoon ‘niet langzaam genoeg’. Dat laatste vindt ze namelijk meer recht doen aan haar eigen tempo en bij nog langzamer lopen heeft ze het gevoel dat ze stilstaat. Terwijl dat een paar weken terug toch echt haar normale hardlooptempo was.

De laatste drie kilometers lijdt De Athexc3xafst onder haar beginnersfout. Ze heeft het zwaar en zet met pijn en moeite door. Ik heb het daarentegen enorm naar mijn zijn en ik ben blij dat ik ben gegaan. Bijna had ik namelijk ook zelf een beginnersfout gemaakt. Misschien wel de grootste beginnersfout die er bestaat. Bijna had ik namelijk een excuus bedacht om niet te gaan hardlopen.

Doen is niet hetzelfde als proberen

Toen ik zeveneneenhalf jaar geleden mijn eerste halve marathon liep, en dan vooral tijdens de laatste paar kilometers, kon ik nog niet vermoeden dat dit ooit mijn favoriete afstand zou worden. Die allereerste legde ik nog net binnen de 1 uur en 50 minuten af en in de loop der jaren is mijn PR in zes stappen omlaag gebracht naar 91 minuten en nog wat seconden.

Toch is het maar weinig keren voorgekomen dat ik aan een halve marathon heb deelgenomen met vooraf ook echt als doel om mijn PR te verbeteren. Ik loop ze meestal omdat ik het gewoon heel erg leuk vind om een halve marathon te lopen. Juist deze afstand heb ik in het verleden meerdere malen gebruikt om het gewoon eventjes rustig aan te doen en te genieten van de wedstrijd en de omgeving. Soms functioneerde ik met alle plezier zelfs als haas.

Maar nu is daar die vervelende 90 minuten grens op de halve marathon. Een grens die ik wil verbreken. Een grens waarvan ik weet dat ik die inmiddels onder goede omstandigheden zou moeten kunnen verbreken. Een grens ook waar ik bijna net zo gek van word als de 40 minuten grens op de 10 kilometer. Het enige verschil tussen die twee grenzen is dat ik bij de halve marathon al veel langer het gevoel heb dat ik er op niet al te lange termijn onder zou moeten kunnen duiken. Het wordt, kortom, verdomme ook maar eens tijd dat ik dat ga doen.

Aanstaande zondag is er de Drechtstedenloop, een halve marathon met de start in Dordrecht en daar moet het dan maar gaan gebeuren. Deze ga ik niet zozeer voor de lol lopen, maar ook echt met als doel om onder die grens uit te komen. Het is niet echt mijn stijl om mijzelf vooraf al zo veel druk op te leggen, maar ik vind gewoon dat het er maar van moet komen. Eens kijken hoe ik presteer onder die druk en hoe het is om mezelf voor de verandering eens niet van alle kanten in te dekken.

Ja, ik weet dat er een kans op regen is. Ja, ik weet dat er wat klimmetjes in het parcours zitten. Ook weet ik dat er wat wind zal staan en dat we die vooral op het laatste stuk tegen zullen krijgen. Het zal vast niet makkelijk worden om onder die grens te duiken, maar ik moet het gewoon proberen.
Herstel… Ik moet het gewoon gaan doen!

11-10-2009: Bergse Plasloop, Rotterdam, 10 km

Bij de start had ik weer eens geluk. Uit bescheidenheid sta ik altijd ergens achter de voorste rijen, waardoor ik mezelf na het startschot regelmatig eerst langs iPod-luisterende en tennisschoenen dragende hardlopers moet werken. Dit keer weken de mensen voor me bijna als geregisseerd opzij en lag de weg voor me open. Op een wat sterke wind na was er dan ook niets meer dat een goede tijd op de tien kilometer in de weg zou kunnen staan.

Het zelf opgelegde tempo van vier minuten de kilometer lag me in het begin erg goed. Het is vreemd om te zien hoeveel moeite het kost om dat tempo er tijdens een training uit te persen en hoe makkelijk het soms is om dit tijdens een wedstrijdje te lopen. De eerste twee kilometers was ik dan ook voornamelijk bezig met niet al te snel te lopen. Iets dat blijkbaar meer mensen hadden moeten doen, gezien het aantal lopers dat ik voorbij aan het gaan was.

Na die eerste kilometers draaiden we tegen de wind in en was het opeens helemaal niet zo makkelijk meer om dat tempo vast te houden. Het kleine groepje waarin ik zat, probeerde nog wel wanhopig aansluiting te vinden met een ander groepje vlak voor ons, maar tegen de tijd dat we daar waren aangekomen, waren er maar weinig van ons over. Maar nog steeds lag ik goed op schema en na vijf kilometer kwam ik keurig netjes in twintig minuten door.

Die tussentijd was weliswaar tien seconden langzamer dan de tussentijd van mijn PR, maar toen verloor ik op het einde nog veel tijd. Aangezien we door een draai in het parcours nu plotseling de wind in de rug kregen, begon ik langzamerhand in een nieuw PR te geloven. Heel even flitste zelfs de mogelijkheid van een sub veertig minuten door mijn hoofd heen, maar die gedachte moest ik net zo snel laten gaan als de restanten van mijn groepje voor en achter mij. Het ging gewoon niet meer zo gemakkelijk en na zes kilometer liep ik met nog maar xc3xa9xc3xa9n iemand anders direct achter mij.

Deze laatste loper in mijn groepje had pas echt zwaar. Ik hoorde hem hijgen. Ik hoorde hoe moeilijk hij het had en dan viel het bij mij eigenlijk nog wel mee. Alleen ging het niet meer zo heel erg snel als in het begin. Ik kon er niets aan doen dat ik elke kilometer toch weer een paar seconden kwijt raakte op dat magische schema van 40 minuten. Net zoals ik ook de laatste loper van mijn groepje tussen kilometers zeven en acht ergens achter mij verloor.

Op weg naar de finish, die je al snel kon zien en horen, was er nog even een gemeen lusje waarbij we weer van de finish weg moesten lopen. Niet goed voor het moraal en daardoor ook niet goed voor het tempo. Opnieuw morste ik enkele seconden, maar daarna kon ik eindelijk volle bak richting de finish. Pas in de laatste meters kwam de finish-klok in zicht en wist ik zeker dat ik mijn PR zou gaan verbeteren. 40 minuten en 22 seconden werd het uiteindelijk. Bijna twintig seconden van mijn oude PR er af gelopen, maar nog steeds net zoveel seconden en zelfs nog iets meer verwijderd van die 40 minuten grens. Het wachten is nu nog alleen op het moment dat ik ‘s nachts badend in het zweet wakker word van een nachtmerrie die precies 40 minuten duurt. En geen seconde korter…

04-10-2009: Rottemerenloop, Bleiswijk, Halve Marathon

LogoEr staat wind, aardig wat zelfs, dus in een groepje meelopen zou heel welkom zijn. De eerste kandidaat daarvoor loopt in de eerste kilometer zomaar bij me weg en net als ik denk dat ik het weer eens helemaal alleen moet doen, komt er van achter in het veld iemand naast me lopen. En dan voor me. En dan achter me. Ha fijn. Een ervaren hardloper. Iemand die er niet vies van is om af en toe wat kopwerk te doen.

Het is hard werken tegen de wind in, een PR heb ik al snel uit mijn hoofd gezet, maar eigenlijk gaat het best lekker zo. Pas na een kilometer of zes verlies ik wat snelheid als ik mijn medeloper ergens achter me bij een drankpost kwijt raak. Gelukkig wordt hij een kilometer later weer keurig netjes bij me afgeleverd door een groepje tien kilometerlopers die er aardig de vaart in houden.

Maar dan begint het echte werk, het lopen tegen de wind in. Het zal allemaal vast niet zo erg zijn geweest als tijdens de marathon in Zeeland een dag eerder, maar zwaar is het wel. Toch merk ik dat het mij beter afgaat dan mijn medeloper. Ik doe het meeste kopwerk en een paar keer heb ik het gevoel dat hij er bijna van afwaait. Om wat energie te sparen voor het keerpunt, het punt waarop we met de wind mee richting de finish mogen lopen, laat ik hem ook nog wat kopwerk doen. Nog steeds lopen we vrijwel hetzelfde tempo, maar achter iemand aan lopen kost aanmerkelijk minder moeite.

Bij het keerpunt over het steile bruggetje neem ik de kop over en het tempo schiet omhoog. Met nog maar een paar kilometer te gaan, probeer ik uit te rekenen op welke tijd ik uit kan komen en tevreden constateer ik dat het waarschijnlijk een hele lage 1 uur 32 gaat worden. Dat zou maar een halve minuut boven mijn PR zijn en dat belooft dus nog wat voor de halve marathon in Dordrecht die ik later deze maand wil lopen.

Nu komt mijn medeloper voorbij om zijn deel van het kopwerk te doen. Wat mij betreft voor de laatste keer, omdat ik nog heel even wat krachten wil sparen om in de laatste twee kilometers flink door te trekken. Ik ben er dan ook van overtuigd dat ik hem er nog wel eventjes af ga lopen. Als er opeens een gaatje valt, snap ik het in eerste instantie ook niet. Waddafak? Is hij nou echt aan het versnellen?

Maar hij is niet aan het versnellen, in tegendeel. Ik ben aan het verlangzamen. Hij kijkt om, hij ziet het gaatje en hij houdt zelfs nog even in zodat ik bij kan komen. Sympathiek. Met een laatste krachtsinspanning kom ik er zelfs weer bij om enkele tientallen meters later toch weer te moeten passen. Ik zit nu op 18,5 kilometer, de finish is al dichtbij, maar leuk is het niet om het gat zo snel zo groot te zien worden.

In de laatste kilometer word ik zelfs nog met hoge snelheid door twee andere lopers voorbijgelopen. Beide keren probeer ik tegen beter weten in en hopeloos tevergeefs aan te klampen, maar die laatste stuiptrekkingen zorgen er wel voor dat ik nog net binnen de 93 minuten finish: 1 uur, 32 minuten en 58 seconden. Slechts twee keer ben ik sneller geweest dan dit en ondanks de kleine inzinking op het einde barst ik van het zelfvertrouwen. Op 25 oktober ga ik in Dordrecht absoluut aan aanval doen op mijn PR.

Kiesblessure

Het is zover. Jarenlang heb ik de kansrekening getart door praktisch blessurevrij hard te lopen, maar nu moet ik er echt aan geloven. In al die tijd kan ik me zelfs maar xc3xa9xc3xa9n keer een blessure herinneren waardoor ik gedwongen was om even een pauze in te lassen. Maar dat is inmiddels al zo lang geleden dat ik me niet eens meer de precieze details kan herinneren. Het ene moment was er die constante pijn tijdens het hardlopen en toen ik het twee of drie weken later weer probeerde, was die pijn weer weg.

Maar nu moet ik dus voor de tweede keer een pauze inlassen. Ik heb een blessure. Soort van. Geen achillespeesblessure, knieblessure of een liesblessure, maar een kiesblessure. Dat was het gevolg van het eerste gedeelte van de wortelkanaalbehandeling die ik vorige week mocht doorstaan en die dus blijkbaar niet helemaal is gelukt.

In eerste instantie dacht ik nog dat het ging om een gevalletje napijn. Nog altijd beter dan de tijdenspijn en in mijn geval ook redelijk te controleren met pijnstillers. Ik besteedde er dan ook niet al te veel aandacht aan. Afgelopen zondag ging het zelfs al zo goed dat ik het aandurfde om de 15 kilometer in Vlaardingen te lopen met slechts twee paracetamol achter de kiezen. Er zijn zelfs mensen die zouden zeggen dat ik alleen al daarom een keiharde bikkel ben, maar dat zijn dan wel  mensen die mij niet tijdens de wortelkanaalbehandeling hebben meegemaakt.

Dinsdag begon ik toch opeens weer wat last te krijgen. Het gekke was dat het hier niet om een constante pijn ging, maar enkel om een pijn die opkomt tijdens het lopen. De eerste minuten merk ik niks, dan begint het langzaam op te komen en uiteindelijk bestaat alles rondom me en in me alleen nog maar uit pijn.

Volgens mijn tandarts zit er ergens in je schedel een mechanisme van wat hij stootkussentjes noemt die er voor zorgen dat je tanden niet uit je mond klapperen terwijl je aan het lopen bent. Bij mij zit de ontsteking nu zo diep dat de ontsteking deze stootkussentjes nadert en het gevolg is dat ik daar nu tijdens het lopen last van heb. Een antibioticakuur zou moeten helpen, maar totdat die aanslaat zit hardlopen er voorlopig even niet in.

De tijd dringt, want aanstaande zondag is er een halve marathon bij mijn club die ik heel erg graag zou willen lopen. En eigenlijk baal ik er ook stevig van dat ik de afgelopen dagen een paar trainingen heb moeten overslaan, terwijl het nu juist de laatste tijd zo lekker ging.

Blessures zijn natuurlijk sowieso niet leuk, maar al helemaal niet op een plek waar je dat het minste zou verwachten. Dan kun je nog zo goed naar je lichaam luisteren en bij het minste of geringste vermoeden van dempingsverlies in je schoenen een nieuw paar kopen, maar dit is iets waar je al niets tegen kan doen. Denk ik tenminste. Tenzij Nike hier natuurlijk op inspringt met een speciale hardlooptandenborstel. Dan houd ik me graag aanbevolen.