Maandelijkse archief: december 2009

Tegenovergesteld weertype

IjsHartje zomer kreeg ik nog wel eens de opmerking naar mijn hoofd geslingerd dat het voor mij wel fantastisch weer zou moeten zijn om in hard te lopen. Zonnetje, lekker warm en dan fijn een stukje hardlopen… Ja, daar konden zelfs de niet-hardlopers zich wel iets bij voorstellen.

Helaas voor hen moest ik dat altijd weer ontkrachten. Warm weer is inderdaad erg lekker, maar vaak niet om hard te lopen. Het is niet voor niets dat ik in de zomer eigenlijk maar nauwelijks boven de 15 kilometer per keer uitkom. Geef mij maar de winter, zeg ik dan. Zodra de temperaturen richting de nul gaan, kan ik weer fijn langere stukken gaan hardlopen.

Aan dat soort uitspraken moest ik gisteren nog even terugdenken. Temperatuur: net boven nul. Weertype: lichte regen. Wind: matig. Eigenlijk het soort weer waarvan ik in de zomer nog gezegd zou hebben dat het veel beter in hardlopen is dan met een graadje of 25 met een zonnetje erbij. Nou, vergeet het maar… Daar had ik dus even een mooie denkfout gemaakt.

Wat ik in de zomer namelijk voor het gemak nog wel eens vergeet, is dat ik een enorme koukleum ben. Ik heb het gewoon snel koud. Sowieso kom ik altijd slecht op temperatuur, maar armen, benen en hoofd spannen wat dat betreft de kroon. Vol bewondering kijk ik dan ook naar de mensen die ik zelfs nu nog soms tegenkom en die deze temperaturen trotseren met slechts een halflange broek en/of een shirt met korte mouwen. Fantastisch vind ik dat, maar ik hoef dat dus mooi niet te proberen. In dat geval zou ik pas echt weer tot de zomer moeten wachten voor ik weer ben opgewarmd.

Maar tot nu toe was het allemaal nog wel best te doen. Lopen in de sneeuw was weliswaar een beetje lastig, maar qua temperatuur vond ik het geweldig. Het was heerlijk om de eerste een of twee kilometers klappertandend af te leggen en vervolgens te voelen hoe ik alsmaar warmer werd. Soms dacht ik zelfs bij mezelf: kom, SnakeMaster, doe eens gek. Doe die handschoenen eens uit. En dan liep ik vervolgens ook echt even zonder handschoenen. Stoer vond ik dat van mezelf. Er waren zelfs momenten dat ik mezelf helemaal niet zo’n erge koukleum vond.

Gisteravond werd ik echter weer met mijn neus op de fouten gedrukt. Het begon nog zo mooi en ik liep zo lekker, maar langzamerhand begon de lichte regen zijn tol te eisen. Guur windje er overheen en het was gedaan met mij. Mijn kaak verkrampte, mijn handen bevroren en uiteindelijk moesten ook mijn bovenbeenspieren er aan geloven. Ik kwam niet meer vooruit, ik kon geen tempo meer maken en de laatste kilometers naar huis gingen tergend langzaam.

Geef mij dan toch maar die hittegolf. Als ik dan toch moet beweren dat het tegenovergestelde weertype mij beter ligt, zoals ik dat vast en zeker over een half jaar weer ga doen, dan doe ik dat liever bij een zonnetje en 20-plus graden.
Enne… Die weersvoorspellingen voor de komende twee weken… Dat van die minus 10 enzo. Hoe betrouwbaar zijn die?

Gemiste training

Als ik aan kom lopen, zie ik dat mijn trainingsgroep al vertrokken is. Geeft niet, kan gebeuren, ik was nu eenmaal te laat. Bij mij geldt nu eenmaal dat hoe meer ik me moet haasten, hoe zekerder het is dat ik op tijd kom. En aangezien ik me dit keer niet had hoeven te haasten, deed ik alles op mijn dooie gemakkie en vertrok ik alsnog te laat van huis. Zo gaat dat bij mij.

Nu wist ik onderweg al dat ik te laat aan zou komen. Maar toch had ik geen seconde sneller gelopen dan normaal, omdat ik er vanuit was gegaan dat ik in ieder geval bij de loopscholing aan zou kunnen sluiten. Die werd immers de afgelopen weken steevast op een klein veldje vlakbij het ontmoetingspunt afgewerkt. Maar nu dus niet. Het veldje is leeg als ik aan kom lopen en in de verre omtrek zijn niet de lichtjes te zien die in deze donkere dagen bij mijn loopgroepje horen.

Ik moet dus alleen lopen. Even heb ik helemaal geen zin om hard te lopen en bijna wil ik zelfs omkeren om meteen terug naar huis te lopen. Maar de wil om hard te lopen wint het al snel van de teleurstelling van een gemiste training. Ik begin daarom gewoon zelf aan een lange duurloop.

Het alleen lopen bevalt me wel. Op deze dag, op dit tijdstip en op deze locatie krijgt het ‘alleen’ lopen zelfs een compleet nieuwe lading. Een half uur lang kom ik namelijk niemand tegen. Geen mens, geen dier, echt helemaal niemand. Dat overkomt me niet vaak en op dit moment bevalt me dat wel.

Alles gaat zo lekker dat ik even overweeg om er een extra lange duurloop van te maken. Het vooruitzicht om nog een uurtje langer te mogen lopen trekt me wel. Ik ben zelfs al na te denken over mogelijke routes als ik langzaam merk dat mijn lichaam niet langer wenst mee te werken. Daar gaan mijn plannen. Nu moet ik echt naar huis.

Zo werkt dat nu eenmaal op een dinsdag. Eten doe ik pas na het hardlopen, dus er komt altijd een moment dat de energie op is en ik puur op wilskracht verder moet. Die wilskracht is gelukkig ook vandaag geen probleem en als ik dan eindelijk thuis ben, heb ik er weer een fantastische training op zitten. Soms is het missen van een dinsdagavond training helemaal niet vervelend.

Zebrapad

ZebrapadZebrapaden. Het blijft lastig. Niet alleen voor de hardloper, maar ook voor de automobilist. Voor die laatste groep begon ik pas begrip te krijgen toen ik zo’n acht jaar geleden zelf mijn rijbewijs haalde. Opeens snapte ik dat het helemaal niet zo makkelijk was om te stoppen voor een voetganger bij elk zebrapad. Soms is de situatie onoverzichtelijk, soms durf je niet te remmen, omdat er een bellende mede-automobilist vlak achter je rijdt en soms neemt een voetganger pas op het allerlaatste moment de beslissing om wel, niet, toch wel over te steken.

Maar nog steeds kan de stug doorrijdende automobilist bij mij op weinig begrip rekenen. Ik snap wel dat je niet altijd kan stoppen, maar ik snap niet waarom er zo vaak wordt doorgereden. Ben je net lekker aan het lopen, moet je weer ineens inhouden. Gewoon omdat er weer zo’n klootzak op vier wielen domweg geen zin heeft om zich voor jou aan de regels te houden.

Gisteren liep ik in de richting van xc3xa9xc3xa9n van mijn beruchte oversteekplaatsen toen ik vanuit de verte zag dat het dit keer was mis gegaan. Terwijl dit nou juist xc3xa9xc3xa9n van de best zichtbare plekken is. Het zebrapad wordt verlicht en ligt ook nog eens halverwege een kaarsrechte lange weg en er zijn dus weinig tot geen beperkingen om eventjes de rem in te trappen voor een overstekende voetganger. Alleen hier werkt dat anders. Hier lijkt het wel alsof er juist weinig tot geen beperkingen zijn om eens flink het gas in te trappen en lekker door te rijden. Schijt aan alle voetgangers. Doodgaan moeten ze.

Als ik dichterbij kom, zijn ze net bezig om het meest recente slachtoffer een ambulance in te schuiven. Veel haast hebben ze niet, dus of het is niet ernstig, of het heeft allemaal toch geen zin meer. De politie probeert ondertussen om het vastgelopen verkeer langs de pontificaal op het zebrapad geparkeerde ambulance te leiden. Gottogot, wat vervelend voor al die mensen in die lange rij met auto’s. Nog meer vertraging.

En daar kom ik aan. Met mijn veiligheidshesje en mijn knipperende lampjes. Duidelijk zichtbaar, zou je zeggen. De politie staat er ook nog eens met de neus bovenop. En de rij met auto’s rijdt zo langzaam dat het nu wel heel makkelijk is om eventjes in te houden voor die ene hardloper, ikke dus, die zo graag wil oversteken.

Maar niet dus. Vergeet het maar. Het interesseert ze niet. Twee auto’s rijden doodleuk door. De derde stopt gelukkig wel. Maar dat is misschien enkel omdat ik het inmiddels zo zat ben geworden, dat ik nu maar eens gewoon voorrang neem in plaats van dat ik wacht totdat ik het krijg. Het maakt me niet meer uit. Er is toch een ambulance in de buurt.

Bij de autoxc2xb4s in de tegenovergestelde richting moet ik toch weer even wachten, maar dan lukt het me eindelijk om over te steken. Gewoon omdat er eventjes geen autoxc2xb4s meer zijn. Een kilometer verderop bij een zebrapad vlak na een rotonde stoppen de mensen opeens wel voor me. Ik steek twee keer mijn duim op. Ik doe het niet graag, omdat ik vind dat zoiets vanzelfsprekend moet zijn, maar dat is het blijkbaar niet. Bedankt mensen. Bedankt dat jullie wel voor me willen stoppen.