Maandelijkse archief: januari 2010

Baantraining

BaanVoor mij is het de eerste keer baantraining en dus loop ik wat onwennig rond. Op de baan lopen de eerste atleten al hun rondjes. Ze zien er veel sneller uit dan ik en daarom zie ik er een beetje tegenop om straks op diezelfde baan te moeten lopen. Het voelt gewoon niet helemaal goed. Voor mij zijn dat toch een beetje de echte atleten en vergeleken met hun voel ik me maar een simpel en eenvoudig hardlopertje. Ik heb niet het idee dat ik daar echt iets te zoeken heb.

Aan de andere kant kan het me gelukkig ook weer allemaal geen ruk schelen en dus doe ik maar net alsof ik daar al jaren kom. Ik draai daarom gewoon met mijn eigen groepje de eerste warmloop rondjes en kijk goed om me heen hoe de anderen dat doen. Leuk, vind ik het. Hier kan ik best aan wennen. Ik voel me zelfs meer hardloper dan ik eigenlijk al ben.

Tijdens de eerste paar korte versnellingen blijkt al snel mijn onervarenheid. Ik ga te snel van start, loop daardoor meteen in de weg en bots bijna tegen een medeloper aan. In het vervolg laat ik de rest dan ook netjes voorgaan en zoek keurig mijn plek op. Inderdaad ja. Ergens achteraan.

De drie volgende versnellingen duren met twee kilometer per stuk allemaal iets langer en daardoor krijgen mijn medelopers de kans om op een veilige afstand van me uit te lopen. Ik blij, omdat ik me dan niet langer gek kan laten maken en zij blij omdat ik ze dan niet langer per ongeluk van de baan kan beuken. Nu begin ik pas echt te merken hoe het is om op de baan te lopen. Een beetje saai natuurlijk, omdat het telkens maar dezelfde rondjes zijn, maar aan de andere kant is het ook veel gemakkelijker om daar snel te lopen. Op het asfalt van mijn trainingsroutes heb ik daar over het algemeen veel meer moeite mee.

Naast mij zie ik opeens iemand naar rechts duiken. Verwonderd vraag ik me af waarom hij dat toch doet als ik opeens wordt ingehaald door een veel snellere loper. Aha, denk ik nog, dus zo moet dat! Netjes opzij gaan voor de snellere lopers. Dat kan ik ook!

Met dat in gedachten speur ik de baan af op zoek naar de lopers die steeds verder op me zijn uitgelopen en ik stel vast dat zij me op een gegeven moment in zullen halen. Vervelend, maar het is nu eenmaal zo. Het geeft me in ieder geval de kans om mijn zojuist aangeleerde hardloop etiquette in praktijk te brengen. Als ze bijna genaderd zijn, ga ik dan ook keurig netjes opzij en ik laat ze links van me passeren. Niemand valt om, er hoeven geen ellebogen van mijzelf uit iemands lijf gepeuterd te worden en ik ben super tevreden met mezelf. Dat heb ik toch maar even mooi opgelost, denk ik nog.

Na afloop van de training word ik gelijk uit die waan gehaald. Ik had helemaal niet naar rechts gehoeven. Het is blijkbaar de regel dat je jouw versnelling gewoon af mag maken. Zij hadden me dus gewoon rechts moeten passeren en in dit geval was mijn lopersbeleefdheid net iets te ver doorgeslagen. Ik voel me opeens heel erg nietig. Zo’n sukkel die nergens van af weet. Een noob, een newbie, een amateur, een groentje.
Een beginneling.
Maar wel eentje die vast van plan is om die status zo snel mogelijk kwijt te raken.

Krokodil

226Soms overkomt mij opeens het krokodillengevoel. Dat is mijn eigen korte omschrijving van het gevoel dat ik jaren geleden voor het eerst meemaakte toen ik de film Crocodile Dundee voor de tweede keer zag. Klinkt verwarrend, maar dat is het niet. De film ging namelijk over een Australische man van het platteland die in New York werd geplaatst en alle komische situaties die dat tot gevolg had. Ik keek die film voor de tweede keer toen ik zelf al een aantal maanden in Australixc3xab woonde in het kader van een jaartje high school en opeens vielen mij dingen op die mij nog niet eerder waren opgevallen. Het wonen in Australixc3xab had er voor gezorgd dat ik op een hele andere manier naar die film was gaan kijken en zelfs de meest subtiele en verborgen Australische grappen begreep.

Gisteren had ik het weer, dat krokodillengevoel. De Athexc3xafst en ik waren namelijk bij een voorstelling van Dolf Jansen in Rotterdam. Daarin fungeerde zijn hardloopboek ‘Altijd Verder’ als rode draad. En inderdaad werden we regelmatig getracteerd op anekdotes uit zijn hardloopbestaan.

Herkenbaar dus. Voor mij in ieder geval en vast ook voor sommige andere mensen, maar er waren waarschijnlijk nog genoeg mensen in de zaal die iets minder met hardlopen hebben. Dat besefte Dolf ook en er waren dus een aantal dingen die hij voor de niet-hardlopers in de zaal toch nog even moest verduidelijken en uitleggen. Zie daar het krokodillengevoel. In de context van het hardloper-zijn snapte ik sommige opmerkingen en verhalen van Dolf op een hele andere manier dan het luidruchtig lachende echtpaar achter me. Dat waren immers zeker geen hardlopers.

Zo moest Dolf voor alle zekerheid aan het publiek uitleggen dat de marathon uit 42 kilometer en 195 meter bestaat. Ik snapte hem, want hoe vaak heb ik dat zelf al niet moeten vertellen? En vervolgens benadrukte hij op zijn geheel eigen wijze dat dit toch echt wel een enorm pokke-eind is en dat daarna alles pijn doet, maar dan ook echt alles van je hoofd tot je tenen aan toe. De zaal lachte en ik lachte mee. Om Dolf, om mezelf, omdat ik het herkende en ook omdat ik weet hoe het voelt om dat uit te moeten leggen. Daarmee lachte ik ook een beetje om de onwetendheid van veel van die mensen om me heen. En ik lachte ook omdat ik wist dat tegelijkertijd ook weer mensen zijn die Dolf uit zouden lachen. Een marathon een pokke-eind? Wat dacht je van 100 km?

Ik begreep Dolf. Zijn enthousiasme, zijn bevlogenheid, zijn drang om andere mensen te vertellen over het onderwerp hardlopen. Maar ook zag ik nu eens van de andere kant hoe mensen daar op reageren. Of beter gezegd: hoe ze daar soms juist niet op reageren. Het hardloopgevoel dat hij bijvoorbeeld probeerde over te brengen. Het gevoel dat je soms hebt dat het zo lekker en zo makkelijk gaat dat je uren door kunt lopen zonder moe te worden. Zijn er niet-hardlopers die dat snappen?. Zijn er niet-hardlopers die de volledig terechte en denigrerende opmerkingen over Nordic Walkers tot in de finesses kunnen begrijpen?

Voor mij was het als hardloper zijnde net even iets meer dan zomaar een leuk avondje uit. Het was als lachen op werk om grappen die alleen jij en je collega’s begrijpen. Het was dat typische “je had er bij moeten zijn gevoel” als de grap niet overkomt. Het was het onwennige aftasten van nieuwkomers die nog niet alles weten. Het wa dat typische krokodillengevoel.

Oud

Als hij zijn loopkleren aantrekt, weet hij al dat dit wel eens de laatste keer zou kunnen zijn. Het lichaam wil niet meer. Hij is oud. Met pijn en moeite weet hij zichzelf nog net voldoende te bukken om zijn veters te strikken en zelfs gaat dat tergend langzaam. Zijn verkrampte vingers kunnen maar met moeite de knoop leggen, maar hij weet ook dat hij het toch echt zelf moet doen. Als hij de zuster hiervoor zou bellen, dan zou hij worden uitgelachen. Of meneer niet veel beter binnen kan blijven? Meneer weet toch dat de dokter hem heeft verboden om hard te gaan lopen?

Hij weet ook dat het niet slim is wat hij doet. Maar hij moet gewoon. Nog xc3xa9xc3xa9n keertje. Om afscheid te kunnen nemen van die sport die zo veel voor hem heeft betekend. Stoppen is iets dat hij zelf moet doen en niet omdat een of ander jong doktertje dat tegen hem had gezegd. "Stoppen?", had hij uitgeroepen, "Stoppen? Als ik elke keer was gestopt als mijn lichaam daarom had gevraagd, dan was ik in al mijn tientallen marathons nooit verder gekomen dan 30 kilometer!"

Maar natuurlijk luisterde niemand naar hem. Zoals er al jarenlang eigenlijk niet meer naar hem geluisterd werd. De mensen waren zijn verhalen over vroeger al meer dan zat en familie en vrienden had hij niet meer. Uitgestorven. Dood. Grappig eigenlijk. En zuur. Sinds hij namelijk met hardlopen was begonnen, al vele tientallen jaren geleden, had hij meteen geroepen dat hij wel eens heel oud zou kunnen worden dankzij zijn sport. En hij had gelijk gekregen. Zelfs een ietsje teveel gelijk. Terwijl jaar na jaar de mensen om hem heen met bosjes tegelijk omvielen, was hij op een dag als enige overgebleven. Samen met het hardlopen. En nu was zelfs die vriend op sterven na dood.

Het oude lichaam zet zich nog een laatste keer in beweging. Eerst doet alles pijn, vooral heel veel pijn, maar langzaamaan begint de pijn dragelijk te worden. Qua pijn is het nu ongeveer te vergelijken met een normale wandeling. Daar kan hij tegen. Ooit hadden ze hem gezegd dat het beter voor hem zou zijn om met een wandelstok te lopen, maar daar had hij hard om moeten lachen. "Stokken?", had hij uitgeroepen, "Stokken? Ik ben toch zeker geen Nordic Walker?"

Maar niemand die hem snapte. En koppig als hij was, had hij geweigerd om een wandelstok aan te nemen. Dan maar wat extra pijn tijdens het lopen, dat maakt hem niets uit. Alles beter dan met stokken lopen en kijk eens aan… Hij kan nu zelfs iets van hardlopen, al is het dan voor de laatste keer. Dat voelt hij gewoon. Terwijl hij zo aan het voortsjokken is, kijkt hij bewonderend naar al die andere hardlopers om hem heen. Wat lopen die snel. Hoe soepel gaat dat toch.

Ooit was hij zelf ook snel. Of in ieder geval een beetje snel. Toen hij nog jong was, had hij zelfs een keer de tien kilometer bijna onder de veertig minuten gelopen. Bijna. Na jaren van vooruitgang waarin ook die grens van veertig minuten in zicht was gekomen, was het plotseling wat minder gegaan. Of ja plotseling… Eerst was daar natuurlijk die winter, waardoor hij niet goed door had kunnen trainen en meteen daarop volgde die vakantie van vier weken in Australixc3xab. Daarna was het alleen maar minder geworden en had hij alleen nog maar voor het plezier kunnen lopen. Tijden deden er niet meer toe.

En nu was zelfs dat voorbij. Na twintig minuten hardlopen belet een laatste pijnscheut hem om verder te lopen. Hij grijpt naar zijn heup, strompelt naar een bankje toe en rust uit. Dat was het dan. Zijn hardloopleven zit er op. Die gouden tijden van weleer komen nooit meer terug. Misschien had hij er meer van kunnen maken als hij toen in dat verre verleden had doorgetraind, maar spijt heeft hij niet. Nooit spijt. Zelfs zonder snelle tijden heeft hij altijd plezier gehad, maar nu heeft de pijn in zijn lichaam dan eindelijk de pijn van het moeten stoppen overtroffen.

Terwijl de pijn langzaam uit zijn lichaam langzaam weg trekt, kijkt de man droevig uit zijn ogen. Hij staart wat naar zijn hardloopschoenen die hij weldra voor de laatste keer uit zal moeten trekken. Hij bedenkt wat zinnen voor zijn laatste weblogje. Denkt terug aan de tijd toen hardlopen nog normaal was. Toen het deel uitmaakte van zijn leven en toen het leek alsof dat ook altijd zo zou blijven.
Was het maar weer 2010. Was hij maar weer jong. Was hij maar weer snel.

Kiezen tussen twee kwaden

IjzelDinsdag. Iets na vijven. Als een echte kantoorslaaf wandel ik naar buiten. Iets gehaaster dan normaal, want dit is de dag waarop ik altijd met mijn trainingsgroep mee train. Ik probeer dan ook altijd zo vroeg mogelijk thuis te zijn zodat ik me in alle rust om kan kleden en ook nog genoeg tijd heb om de ruim vijf kilometer naar de afgesproken plek hardlopend af te leggen. Zoals altijd heb ik er heel erg veel zin in.

Dinsdag. Iets na achten. Ik ben niet aan het hardlopen. In plaats daarvan zit ik chagrijnig op de bank. Ergens is er iets heel erg mis gegaan.

Eigenlijk ging het al mis vlak nadat ik het kantoor was uitgelopen. De route naar de metro toe is op sommige plekken nog altijd bedekt met ijs en terwijl ik half schaatsend en glibberend mijn weg vervolg, begin ik steeds minder zin te krijgen in hardlopen.

Daar! Ik heb het gezegd. Geen zin in hardlopen. Dat typeert een beetje mijn stemming sinds de eerste lagen ijs zich op de paden gingen vormen. In het begin had het nog wel iets heroxc3xafsch om super voorzichtig rond te lopen terwijl ik er uit zag alsof ik nodig moest poepen. Ik moest soms zelfs meer dan een minuut per kilometer inleveren als ik me met gevaar voor eigen leven op zo’n spekglad stukje weg begaf. Maar ik vond dat het erbij hoorde. Dat heb je als hardloper nu eenmaal te accepteren.

Al snel was de lol er echter vanaf. En aangezien ik geen stok achter de deur heb zoals een voorjaarsmarathon en ik ook nog eens weet dat ik straks vier weken op vakantie ben met weinig tot geen hardlopen, was de verleiding groot om dan maar helemaal niet te gaan hardlopen. Want als je echt even geen specifiek doel hebt en alleen maar voor de lol loopt, dan moet je niet gaan lopen als het plezier weg is. Ik althans vind er geen reet aan om niet lekker door te kunnen lopen en elke seconde bang te zijn dat mijn benen onder me vandaan vliegen en ik keihard op m’n bek ga.

Achteraf kan ik zeggen dat ik een fout heb gemaakt. Dinsdagavond was ik niet te genieten en zelfs woensdag zat het me nog dwars dat ik de dag ervoor niet was gaan hardlopen. Ik dacht dat ik een goede beslissing had gemaakt, omdat te veel paden nog steeds onbegaanbaar zijn, maar ik had het fout. Zelfs in dit soort omstandigheden is niet hardlopen nog altijd vervelender dan wel hardlopen.