Heuveltraining
Heuveltrainingen zijn zwaar. Voor mij dan. Soms lijkt het net alsof de meeste mensen die ik op een vlak parcours nog met gemak bij kan houden, heuvelop met nog meer gemak van mij weg lopen. Waar dat aan ligt, weet ik niet, maar ik vind het zo irritant dat ik de laatste tijd regelmatig een heuveltje meepak in mijn eigen trainingen. Zo hoop ik om beter te worden. Sterker, sneller, een echte klimmer. Dat dit nog steeds niet helemaal het gewenste effect heeft, bleek afgelopen dinsdag nog maar eens tijdens de training.
Halverwege een rondje heuveltraining lag ik al weer een flink stuk achter op enkele lopers voor mij. Ver, maar nog steeds te overzien en om niet weer kansloos achteraan te eindigen, besloot ik om ze langzaam in te gaan halen. Ik kan me immers niet voorstellen dat ik beter kan worden door elke keer als een laffe hond ergens achteraan te hobbelen. Doodgaan moet ik. Werken, zweten en zwoegen. Alles om weer de aansluiting te vinden met die mensen voor me.
Op de rechte stukken kom ik iets dichterbij. Niet al te veel, want daar word je moe van en ik moet natuurlijk nog wel wat krachten overhouden voor de klimmetjes. Daar pak ik inderdaad de meeste winst zodat ik op de rechte stukken en de kleine afdalinkjes weer iets kan herstellen. Zo zie ik ze opeens nog maar enkele tientallen meters voor me lopen. Nog even aanzetten en ik zit alweer achter ze.
Nu is het nog maar een kwestie van aanhaken, uithijgen en langzaam herstellen. Heuvelop kan ik inmiddels al makkelijk met ze mee, dus blijkbaar zijn al die eigen uitstapjes naar de heuveltjes in de buurt niet voor niets geweest. Terwijl we zo voort denderen, maak ik stiekem al plannen om ze voorbij te gaan. Gewoon eventjes om een statement te maken en om te laten zien wie hier nu beter is. Dat gevoel wordt nog maar eens bevestigd als we een klein stukje omhoog lopen. Hier moet ik echt inhouden om niet tegen de loper voor me te botsen.
Maar dan zie ik voor me alweer naderend onheil. Oftewel de reden dat ik uberhaupt bezig was met een inhaalrace. Nog vijftig meter, nog veertig… De steile afdaling komt steeds dichterbij.
Want dat is nu juist het probleem. Klimmen gaat steeds beter, maar om terug te keren op hetzelfde punt moet je ook weer naar beneden en afdalen is niets voor mij. Misschien komt het wel doordat ik niet suxc3xafcidaal ben en juist wel allerlei leuke dingen heb om voor te leven, want het lukt me gewoon niet om mijzelf net als de rest naar beneden te gooien. Voor me zie ik de lopers daarom al weer met grote stappen naar beneden gaan en van me weglopen. Ik probeer hetzelfde, maar het lukt me niet. Als ik eenmaal met kleine voorzichtige pasjes voor mijn doen toch nog redelijk snel beneden ben, is de afstand tussen mij en de rest al weer vele tientallen meters gegroeid.
Lekker is dat. Kan ik weer opnieuw beginnen met mijn inhaalrace.