Maandelijkse archief: juni 2010

Sterke vrienden

JeromDrie vrienden, ze groeten me niet. Maar misschien moeten ze dat ook nog leren, want al zijn ze aan het hardlopen, ze zien er toch onervaren uit. Geen echte hardloopschoenen, geen echte hardloopkleding en blijkbaar al helemaal geen hardloopetiquette.

Ze zien er uit of ze maar wat aanklooien en alsof ze dat hele hardlopen niet serieus nemen. Maar dat komt misschien ook wel omdat ik in deze drie vrienden fanatieke fitness-fanaten herken door puur en alleen naar hun lichaamsbouw te kijken. Bij mij brengt dat wat vooroordelen naar boven. Want zoals de hardcore fitness-freak soms wantrouwend naar de hardlopende medemens kijkt (want saai en eenzijdig), kijk ik als hardloper met misschien nog wel meer minachting naar de fitness-freak (want saai en geen hardlopen).

Vlak voordat ik ze onbeantwoord groetend voorbij loop, is er ook nog xc3xa9xc3xa9n van hen die even zo nodig moet laten zien dat hij beter is dan zijn twee vriendjes. Hij sprint er vandoor en neemt een kleine voorsprong. Zijn spierenbundelvriendjes zien het lachend aan en lopen stug in hun eigen tempo door.

Even later zie ik die twee mannetjes weer voorbij lopen. Het lachen is er nu wel een beetje vanaf, het tempo ook, en hun hoofden zien rood van de inspanning. Ze hebben het zwaar en dat doet me goed. Dat is weer eens wat anders dan aan machines lopen sjorren, trekken en duwen terwijl op de achtergrond een of andere muziekzender met overwegend slechte muziek opstaat. Ik vraag me alleen af waar dat vriendje is gebleven dat tijdens onze eerste passage zo nodig moest versnellen. Heeft hij opgegeven? Is hij naar huis?

Maar nee, niks van dat alles. Even later zie ik ook hem op afstand aan komen lopen. Hij loopt op dat moment nog langzamer dan die twee Popeye’s voor hem en hij is zelfs, of je het nu gelooft of niet, nog een paar tinten roder in zijn gezicht. In gedachten lach ik ze keihard uit. Zo gaat dat natuurlijk nooit wat met ze worden.

Net als Terminator nummer drie me voorbij loopt, verbaast hij me. Hij kijkt me aan en in tegenstelling tot de twee Rambo’s voor hem, groet hij me opeens zomaar. Hij heeft geleerd, er is hoop. Misschien wordt hij ooit nog wel eens een echte hardloper.