Aangezien ik de vrijdag er voor al een stuk van bijna 34 kilometer had hardgelopen, verwachtte ik niet al te veel van de Rottemerenloop. Gezien mijn huidige vorm zou 1u35 mogelijk moeten zijn, maar een tijd van net onder de 1u40 leek me realistischer. Aan de andere kant had ik de lange duurloop zo goed verwerkt, dat ik het toch niet kon laten om eerst maar eens te zien wat mijn lichaam er over te zeggen had. Daarna kon ik altijd nog wel kijken wat ik zou kunnen doen.
Dat lichaam liet al heel snel weten dat ik een goede tijd kon vergeten. Al direct na de start voelde ik dat ik toch nog wat zware benen had. Het liep gewoon niet lekker. Even hoopte ik nog dat ik dat er wel uit zou kunnen lopen en koppig liep ik in hetzelfde door. Stom natuurlijk. Toen we eenmaal tegen de wind in draaiden en ik in de gaten kreeg dat ik nu al helemaal niet meer het tempo vast zou kunnen houden, bleek ook nog eens dat ik alleen was komen te lopen. Te weinig kracht om aansluiting te vinden met de mensen voor me en te veel ego om ma af te laten zakken naar de mensen achter me.
Enkele kilometers lang beukte ik in mijn eentje tegen de wind in. Soms werd ik ingehaald door krachtigere lopers die te snel voor me liepen om er achter te blijven hangen. Dan weer moest ik mensen inhalen die nog meer gesloopt waren door de wind dan ikzelf. Al die tijd wist ik precies hoe lang ik nog zou moeten lopen voordat we eindelijk de Rotte over zouden mogen steken om om te draaien. Na zo'n tien kilometer was ik zelfs op een punt waarvan ik wist dat ik nog vijf kilometer lang zou moeten werken voordat ik eindelijk van die wind af zou zijn. Op dat punt was ik er dan ook helemaal klaar mee. Het ging gewoon niet meer, ik klokte zelfs een kilometer van net boven de vijf minuten en eigenlijk was ik het liefst ergens even gaan zitten. Op een terrasje of zo. Met een biertje erbij.
Net op dat moment kwam de trainer van onze groep voorbij zetten die er net even wat frisser uitzag dan ik. Achter zijn rug kreeg ik de kans om even twee kilometer te schuilen tegen de wind. De kilometertijden doken weer iets naar beneden, de plezierige dromen over mij op een terrasje verdwenen naar de achtergrond en ik durfde zelfs weer het kopwerk over te nemen. Op die manier kwam de brug over de Rotte die we over moesten steken om de wind weer in de rug te krijgen wel heel erg dichtbij.
Vlak ervoor kreeg ik het een laatste keer heel erg zwaar. Even, heel even, leek het er zelfs op dat ik de trainer moest laten gaan, maar met de brug in zicht bleef ik hardnekkig volhouden. Eenmaal op het bruggetje bleek dat de trainer er zelf helemaal doorheen zat. Toen ik even later omkeek om te zien waar hij bleef, bleek er zelfs al een klein gaatje te zijn geslagen. Ik was voor heel even een van die vervelende hardlopers geworden die van een ander profiteert om er daarna vrolijk vandoor te gaan. En eigenlijk voelde dat nog niet eens zo slecht.
Maar daarmee was allerminst gezegd dat het laatste stukje een makkie was. De wind hadden we dan nu wel in de rug, maar daarvoor in de plaats hadden we een genadeloos warm zonnetje terug gekregen. Achteraf werd er over dat laatste stukje zelfs nog meer geklaagd dan over het stuk waar we de volle wind tegen hadden gekregen, maar juist op dat stuk was ik nog redelijk constant en sterk blijven lopen. Het was warm, het was zwaar, onder de 1u40 ging niet meer lukken en juist in de zon had ik al helemaal liever met een biertje op een terrasje gezeten. Maar ergens gaf het ook wel een goed gevoel dat ik na de monstertocht van twee dagen daarvoor toch maar weer even een halve marathon aan het afwerken was.
Met de tijd van 1 uur, 40 minuten en 39 seconden was ik dan ook gematigd tevreden. Het wordt alleen wel eens tijd dat ik een wedstrijdje uitzoek waarin ik kan zien hoe het er echt met mijn vorm voorstaat. Maar misschien dat ik eerst nog even een biertje ga pakken. Ergens op een leuk terrasje.