Maandelijkse archief: oktober 2010

Kilometers

Als mij wordt gevraagd hoeveel kilometers ik nu in een week loop, dan hou ik het meestal op gemiddeld een stuk of 60. Het is een afstand die niet-hardlopers maar moeilijk kunnen bevatten en in de meeste gevallen heel veel respect afdwingt. Voor iemand die in het hardloopwereldje maar weinig voorstelt, is het gewoon leuk om als een soort halve God gezien te worden.

Maar nu blijkt dat ik al die tijd gelogen heb. Zestig is inderdaad een mooi streven dat ik elke week toch wel minimaal probeer te halen, maar in de praktijk komt het er niet altijd van. Regelmatig glippen er toch een paar weekjes tussendoor waarin ik door andere leuke en soms ook niet leuke verplichtingen toch net even wat minder kilometers maak dan ik eigenlijk zou willen. Ik wist dat dit soms wel eens gebeurde, maar pas deze week ben ik er achter gekomen hoe vaak dat eigenlijk gebeurde.

Ik wilde namelijk wel eens zien hoeveel meer of minder ik in de eerste weken van mijn nieuwe baan had hardgelopen. De eerste stressvolle weken zijn nu wel achter de rug en ik mer

03-10-2010 Rottemerenloop, Halve Marathon, Bleiswijk

Aangezien ik de vrijdag er voor al een stuk van bijna 34 kilometer had hardgelopen, verwachtte ik niet al te veel van de Rottemerenloop. Gezien mijn huidige vorm zou 1u35 mogelijk moeten zijn, maar een tijd van net onder de 1u40 leek me realistischer. Aan de andere kant had ik de lange duurloop zo goed verwerkt, dat ik het toch niet kon laten om eerst maar eens te zien wat mijn lichaam er over te zeggen had. Daarna kon ik altijd nog wel kijken wat ik zou kunnen doen.

Dat lichaam liet al heel snel weten dat ik een goede tijd kon vergeten. Al direct na de start voelde ik dat ik toch nog wat zware benen had. Het liep gewoon niet lekker. Even hoopte ik nog dat ik dat er wel uit zou kunnen lopen en koppig liep ik in hetzelfde door. Stom natuurlijk. Toen we eenmaal tegen de wind in draaiden en ik in de gaten kreeg dat ik nu al helemaal niet meer het tempo vast zou kunnen houden, bleek ook nog eens dat ik alleen was komen te lopen. Te weinig kracht om aansluiting te vinden met de mensen voor me en te veel ego om ma af te laten zakken naar de mensen achter me.

Enkele kilometers lang beukte ik in mijn eentje tegen de wind in. Soms werd ik ingehaald door krachtigere lopers die te snel voor me liepen om er achter te blijven hangen. Dan weer moest ik mensen inhalen die nog meer gesloopt waren door de wind dan ikzelf. Al die tijd wist ik precies hoe lang ik nog zou moeten lopen voordat we eindelijk de Rotte over zouden mogen steken om om te draaien. Na zo'n tien kilometer was ik zelfs op een punt waarvan ik wist dat ik nog vijf kilometer lang zou moeten werken voordat ik eindelijk van die wind af zou zijn. Op dat punt was ik er dan ook helemaal klaar mee. Het ging gewoon niet meer, ik klokte zelfs een kilometer van net boven de vijf minuten en eigenlijk was ik het liefst ergens even gaan zitten. Op een terrasje of zo. Met een biertje erbij.

Net op dat moment kwam de trainer van onze groep voorbij zetten die er net even wat frisser uitzag dan ik. Achter zijn rug kreeg ik de kans om even twee kilometer te schuilen tegen de wind. De kilometertijden doken weer iets naar beneden, de plezierige dromen over mij op een terrasje verdwenen naar de achtergrond en ik durfde zelfs weer het kopwerk over te nemen. Op die manier kwam de brug over de Rotte die we over moesten steken om de wind weer in de rug te krijgen wel heel erg dichtbij.

Vlak ervoor kreeg ik het een laatste keer heel erg zwaar. Even, heel even, leek het er zelfs op dat ik de trainer moest laten gaan, maar met de brug in zicht bleef ik hardnekkig volhouden. Eenmaal op het bruggetje bleek dat de trainer er zelf helemaal doorheen zat. Toen ik even later omkeek om te zien waar hij bleef, bleek er zelfs al een klein gaatje te zijn geslagen. Ik was voor heel even een van die vervelende hardlopers geworden die van een ander profiteert om er daarna vrolijk vandoor te gaan. En eigenlijk voelde dat nog niet eens zo slecht.

Maar daarmee was allerminst gezegd dat het laatste stukje een makkie was. De wind hadden we dan nu wel in de rug, maar daarvoor in de plaats hadden we een genadeloos warm zonnetje terug gekregen. Achteraf werd er over dat laatste stukje zelfs nog meer geklaagd dan over het stuk waar we de volle wind tegen hadden gekregen, maar juist op dat stuk was ik nog redelijk constant en sterk blijven lopen. Het was warm, het was zwaar, onder de 1u40 ging niet meer lukken en juist in de zon had ik al helemaal liever met een biertje op een terrasje gezeten. Maar ergens gaf het ook wel een goed gevoel dat ik na de monstertocht van twee dagen daarvoor toch maar weer even een halve marathon aan het afwerken was.

Met de tijd van 1 uur, 40 minuten en 39 seconden was ik dan ook gematigd tevreden. Het wordt alleen wel eens tijd dat ik een wedstrijdje uitzoek waarin ik kan zien hoe het er echt met mijn vorm voorstaat. Maar misschien dat ik eerst nog even een biertje ga pakken. Ergens op een leuk terrasje.

Einde van een tijdperk

Al meer dan een jaar kriebelde het. Ik was niet tevreden op mijn werk, kwam niet meer vooruit en eigenlijk had ik gewoon behoefte aan een nieuwe baan. Aan de andere kant zat ik ook weer prima op mijn plek. Want alhoewel de uitdaging steeds minder werd, was het werk nog steeds overwegend leuk. Daarbij zat ik op een fantastische locatie van waaruit ik prima twee keer per week hardlopend naar huis kon. Toch won uiteindelijk de onvrede het van alle positieve punten en begin dit jaar ging ik actief op zoek naar een nieuwe baan.

Woensdag liep ik daarom voor het laatst van werk naar huis. Voor het laatst onderging ik het ritueel wat in het allereerste begin nog zo vreemd leek, maar wat al heel snel normaal was geworden. Ik kleedde me om in het toilet, bracht mijn spullen naar mijn werkplek toe, wikkelde mijn telefoon in plastic folie en stopte die samen met een paar andere spullen in de hardlooptas die ik om mijn schouders bond. Daarna ging ik naar buiten en wachtte ik tot het zusje van BliepBliep de satellieten had gevonden. Waar ik met BliepBliep soms minutenlang moest wachten (heel vervelend tijdens koude winters), had haar zusje ze zo gevonden. Ik had dus niet eens de tijd om te wennen aan het feit dat dit de laatste keer was dat ik aan het wachten was tot ik wegkon.

Het lopen van werk naar huis was inmiddels zo'n vast onderdeel van mijn leven geworden dat de zoektocht naar een baan zich allereerst op een baan in de regio concentreerde. Ik zag het namelijk wel zitten om vanuit een nieuwe baan ook naar huis te kunnen lopen. Banen waren er ook wel, maar inhoudelijk viel het allemaal net even tegen of ik kon er bijvoorbeeld niet de vakantiedagen krijgen die ik inmiddels was gewend. Geduldig wachtte ik daarom de komst van nieuwe vacatures af toen er zich opeens eentje aandiende die aan vrijwel al mijn eisen voldeed. Het was alleen een behoorlijk eind uit de richting. In Montfoort om precies te zijn en van mijn huis uit is dat niet even in een uurtje en nog wat te lopen.

De laatste keer dat ik van werk naar huis liep, voelde dan ook echt als 'een laatste keer'. Ik zal nog regelmatig op dezelfde plekken komen tijdens mijn hardlooptochten, maar toch was het nu net even anders. Voor de laatste keer langs de Veerhaven. Voor de laatste keer onder de Erasmusbrug door en even later ook onder de Willemsbrug. Dan langs het tankstation waar ik zoveel keren van het toilet gebruik heb moeten maken. Langs de universiteit en door het Kralingse Bos. Onder het Terbregseplein door richting Ommoord en vervolgens ook dwars door die wijk heen om uiteindelijk bij mijn eigen huis uit te komen vlakbij de Zevenhuizerplas. In veel opzichten was het de laatste keer en voelde het vreemd.

Een paar maanden terug moest ik dan ook flink twijfelen over de baan in Montfoort. Ik vond het nog al wat om opeens mijn hardlooproute op te moeten geven. Aan de andere kant was ik het ook wel een beetje zat om elke keer maar weer dezelfde route te moeten lopen om zo snel mogelijk thuis te zijn. Daar zou ik nu dan vanaf zijn, maar dan alleen als ik genoeg tijd over zou hebben om naast mijn werk ook nog te kunnen hardlopen. En zo werd het begrip 'flexibele werktijden' opeens ontzettende belangrijk voor mij tijdens de contractonderhandelingen. Ik wilde per se op sommige dagen extra vroeg kunnen beginnen om vroeg thuis te kunnen zijn en vervolgens lekker mijn eigen route te kunnen lopen. Hardlopen is immers zo'n belangrijk deel van mijn leven geworden, dat het ook deels bepaalt hoe en waar ik wil werken.

Het werd uiteindelijk de baan in Montfoort. Met flexibele werktijden en heel veel spannende uitdagingen. Aan de eerste ga ik zo direct beginnen, want Montfoort mag dan wel redelijk ver weg liggen, maar met iets meer dan 30 kilometer is het ook goed hard te lopen. Het zal geen vaste prik worden zoals ik gewend was, maar direct nadat dit bericht is gepubliceerd, vertrek ik. Het is meteen een goede manier om alle afvalstoffen ven het afscheidsetentje van gisteren er eens goed uit te zweten.