Maandelijkse archief: november 2010

Afzien

Als ik naar buiten loop, voel ik al dat het niet mijn dag gaat worden. Het is koud, mijn spieren voelen stram aan en ik kom maar moeizaam op gang. De eerste kilometer leg ik zelfs nog klappertandend af, waarna ik pas in de tweede kilometer begin op te warmen. 

Soms wil het dan nog wel eens helpen door me niet op het hardlopen te concentreren, maar op de omgeving. Maar niet vandaag. Vandaag mist het namelijk. Vandaag zie ik niks en voel ik van alles. Geen prettige gevoelens zoals normaal, maar overal pijntjes. Kortom, ik heb weer eens zo'n zeldzame dag te pakken waarop hardlopen niet vanzelf gaat en het gewoon even niet leuk is.

Ik probeer het wel, ik probeer zelfs van alles. Versnellen, vertragen, in mezelf zingen, problemen uitdenken en ook gewoon van frustratie hardop vloeken. Maar niets helpt. Helemaal niets. Het blijft zwoegen vandaag. Als ik na een half uur bij de training aankom, heb ik eigenlijk zelfs geen zin meer.

De training zorgt gelukkig in het begin nog voor wat afleiding. Ik hoef namelijk niet over tempo's na te denken. Ik hoef alleen maar te volgen. Gewoon naar dat mannetje voor je kijken en er achteraan hobbelen. Dat kan ik zelfs. Zelfs op een dag als vandaag. Daarbij is er met de mist om ons heen trouwens ook geen ander alternatief. Het mannetje voor je is namelijk het enige dat je kan zien.

De training bestaat vandaag onder meer uit zes versnellingen van vier minuten. De eerste drie gaan nog wel, maar bij de vierde is het definitief voorbij. Het is op. Over en uit. Het lichaam wil niet meer en protesteert en ook het hoofd heeft er dan geen zin meer in. De route die we volgen, loopt namelijk vlak langs mijn huis en de verleiding is erg groot om hier gewoon te stoppen en naar huis te gaan.

Bijna stop ik er ook mee. Dertien komma nog wat kilometer is ook mooi, hoor ik mezelf denken. Daarentegen hoor ik mezelf tegen iemand anders zeggen dat ik vandaag in ieder geval twintig kilometer gelopen wil hebben. Ik brabbel iets met het testen van doorzettingsvermogen er achteraan en zo loop ik het punt voorbij waarop ik het snelste naar huis zou kunnen. Vanaf nu loop ik alleen nog maar meters die ik straks ook weer terug zal moeten lopen. 
Fijn. De motivatie is ver onder het nulpunt gezakt.

Het laatste stuk probeer ik nog een gesprek te voeren, maar ook dat gaat niet meer. Er valt een stilte. Er is een vraag gesteld. Ik moet antwoorden. Ik zeg het eerste dat in mijn vermoeide hoofd opkomt. Er wordt instemmend geknikt. Gelukkig. Het valt misschien niet al te erg op. De laatste versnelling gaat in. Alles, maar dan ook echt alles doet pijn nu.

Aan het einde van de versnelling, waarin ook de laatste spiertjes en peesjes zich in de lange rij van klagende lichaamsonderdelen hebben gevoegd, meld ik me af bij de trainer. Nu ga ik echt naar huis. Nu mag het van mezelf. De lichtjes van mijn clubgenoten verdwijnen in de mist, terwijl ik bijna op mijn benen sta te trillen van vermoeidheid. Het is nog iets meer dan drie kilometer naar huis en ik heb geen idee hoe ik dat voor elkaar ga krijgen.

Het laatste stukje is pas echt een hel en ik mag blij zijn dat ik niemand tegenkom. Niet dat iemand me nu zou kunnen herkennen, want ik beweeg me voort als een oude man en zo zie ik er waarschijnlijk ook uit. Ik weet wel dat ik sneller thuis ben als ik sneller ga lopen, maar het lukt me niet meer. Dat ik me xc3xbcberhaupt kan bewegen, vind ik al heel wat.

Vierhonderd meter voor mijn huis hoor ik het twintigste bliepje van de avond en ik stop meteen met hardlopen. Geen meter extra. Zelfs geen centimer! Het is gewoon genoeg geweest. Nu hoef ik alleen nog maar te wandelen. Op de ultieme beloning, de warme douche, moet ik dan nog wel even wat langer wachten, omdat mijn badkamer verbouwd wordt en ik daarvoor naar mijn ouders moet, maar daarna voel ik me zowaar weer een mens.
Wanneer mag ik weer?

Het hardloopdebuut van De Athexc3xafst

Een paar weken geleden had het officixc3xable eerste hardloopwedstrijdje van De Athexc3xafst plaats moeten vinden. In onze woonplaats Rotterdam, tevens hardloopstad nummer xc3xa9xc3xa9n van Nederland, konden we terecht voor een 5 kilometer. Het was niet de mooiste route, maar het was lekker dichtbij en een mooie manier voor De Athexc3xafst om op spectaculaire wijze haar debuut te maken in het hardloopwereldje.

Een paar uur voor de start bedacht ze zich echter. Ze wilde niet meer. Niet die dag in ieder geval. Nog voor haar hardloopcarriere goed en wel begonnen was, kreeg ze een DNS achter haar naam staan. Ze vond dat ze er nog niet klaar voor was en alhoewel ze in haar trainingen al alleszins redelijke tijden aan het lopen was, overwon alsnog de angst om als laatste te eindigen.

Gelukkig was ze wel bereid om op een later tijdstip alsnog een andere 5 km te lopen. Het was toen eventjes zoeken naar een loopje in november met een redelijk aantal deelnemers waardoor ze anoniem en in ieder geval niet als laatste zou eindigen. Mijn argument dat ze in ieder geval voor mij zou mogen finishen, gold niet bij haar. Volgens haar telde ik niet mee. Waarvan akte en bedankt.

En zo kwamen we uit bij de Zegerplasloop in de stad die zichzelf dankzij RunningRonald inmiddels hardloopstad nummer twee van Nederland mag noemen: Alphen aan den Rijn. Wekenlang werd er naar toe geleefd en De Athexc3xafst kocht voor het eerst zelfs echte hardloopkleding. De officixc3xable reden was dat ze zo niet al te veel op zou vallen, maar eigenlijk stond het haar gewoon heel erg goed. Voor het eerst zag ze er als een echte hardloopster uit. Of ze er ook echt eentje was, zou tijdens de Zegerplasloop nog moeten blijken.

Het had er in ieder geval alle schijn van. Als een echte hardloopster klaagde ze vooraf over vermoeidheid, zware benen en honderd andere dingen waardoor ze misschien niet maximaal zou kunnen presteren. Het was bijna ontroerend om aan te horen. Zelf had ik hele andere verwachtingen van haar. Ze had immers in een training als eens onder de 30 minuten gelopen, dus ik wilde haar in ieder geval binnen het half uur zien eindigen. Ik had zelfs al een paar keer de fout gemaakt om dat hardop te zeggen, maar in de dagen voor de Zegerplasloop hield ik wijselijk mijn mond dicht. Ze geloofde me toch niet. Ze geloofde niet dat je tijdens een loopje veel makkelijker harder loopt dan tijdens een training.

Vlak voor de start mocht de aankomend hardloopster nog heel even kennis maken met RunningRonald. Zo'n beetje alle hardlopers in Nederland hebben dat inmiddels al gedaan en nu De Athexc3xafst dus ook. Ze had inmiddels haar startnummer met veel onwennig gepruts en uiteindelijk ook met wat hulp van mij opgespeld gekregen en ze was er klaar voor. Zo liepen we naar de start en kon het oneerbiedige rondkijken gaan beginnen. Wie is er beter en wie is er slechter? We zagen onmiddelijk al een mannetje of tien die ze achter zich zou moeten kunnen houden.

Zaterdag 13 november om tien minuten voor twee klonk het startschot voor de eerste vijf kilometer van De Athexc3xafst. Ze keek wat onwennig om zich heen. Voor het eerst maakte ze het wegstuiven van een kudde hardlopers mee in de rol als hardloper en niet in de rol van toeschouwer. Ze verbaasde zich er over hoe stil het was. Alleen het geluid van hardloopschoenen en het eerste gehijg en gesteun van haar medelopers was te horen.

De eerste kilometer vloog voorbij en zat ze direct al dik onder het gewenste schema van zes minuten per kilometer. Aangezien we achteraan gestart waren, kon ze ook al beginnen met het inhalen van de eerste lopers. Dat proces zette ze zich door in kilometers twee en drie. Als ze zo goed door bleef lopen, zou ze makkelijk onder de dertig minuten moeten kunnen eindigen. Dat laatste zei ik maar niet hardop, maar ik hield haar wel consequent op de hoogte van haar snelheid. Ze wist dus donders goed waar ze mee bezig was.

Maar toen kreeg ze het moeilijk. We kregen iets meer wind tegen en de vermoeidheid na drie van haar snelste kilometers ooit sloeg langzaam toe. Soms kan het dan wel eens helpen om iemand uit de wind te houden, maar De Athexc3xafst heeft er een hekel aan als iemand voor haar voeten loopt. Ik kon dan ook niks anders doen dan bij haar blijven en haar de binnenbochten in te sturen. Doorgaan! Gaat goed zo! Nog steeds onder de zes minuten! We zijn er bijna!

Achter haar kwam een andere loopster langzaam dichterbij. Het laatste stuk probeerde ik nog te versnellen om haar achter ons te houden, maar De Athexc3xafst kon niet meer. Zelfs een eindsprint zat er niet meer in, maar een tijd onder de 30 minuten wel: 29 minuten en 4 seconden. Een mooie tijd, maar voor De Athexc3xafst was dat nog het minst belangrijke. Vanachter de finishlijn keek ze naar de mensen die na haar binnen kwamen. Eerst een paar, toen steeds meer en uiteindelijk waren het er zelfs meer dan 20. En al zal ze het zelf nooit aan mij toe willen geven: ze vond het uiteindelijk nog leuk ook.

07-11-2010 Najaarscross, Bleiswijk, 8 komma nog wat kilometer

Drie jaar geleden liep ik voor het laatst een cross en na afloop dacht ik dat het ook echt mijn allerlaatste zou zijn geweest. De ene na de andere cross liet ik met alle plezier aan me voorbij gaan en elke keer als ik ergens een positief verhaal las over het lopen van een cross haalde ik onbegrijpend mijn schouders op. Crossen… Het is niets voor mij. Je wordt er vies van en ik ben er nog slecht in ook.

Toch heb ik afgelopen zondag weer een cross gelopen. Niet omdat ik een weddenschap had verloren of omdat ik werd gedwongen, maar gewoon uit eigen vrije wil. Ik kan zelfs niet eens zo goed aangeven waarom. Waarom in godsnaam? Waarom? Ik wist het niet. Zeker was in ieder geval dat ik die zondag het enige oude paar hardloopschoenen dat ik nog niet in de kledingcontainer had gedumpt, aantrok en op weg ging naar de cross.

Het had de afgelopen dagen al lekker geregend en tijdens het inlopen ging het daar vrolijk mee verder. En ook al stopte het vlak voor de start met regenen, ik wist wat me te wachten stond. Blubber, modder, plassen, viezigheid en een glibberige ondergrond. Eigenlijk zo'n beetje alle dingen waar ik een pesthekel aan heb, maar ondanks dat ging ik gewoon van start.

Al tijdens de eerste passen ging het fout. Ik glee uit, viel bijna voorover en als gevolg daarvan zorgde ik voor een mini-opstopping achter mij. Terwijl er links en rechts allerlei mensen langs me heen schoten, moest ik weer op gang zien te komen. 

Dat laatste is eigenlijk geen moment gelukt. Bij de plekken waar de ondergrond alleen nog maar uit zuigende en metersdiepe modder bestond, was ik al blij dat mijn schoenen niet bij elke stap in de blubber achterbleven. Het was vechten tegen de natgeregende paardenpaden, glibberige grasveldjes en veels te diepe plassen. Het tempo leek nergens op, maar het lopen kostte zoveel kracht, dat ik hijgde en zwoegde alsof ik een kilometerslange sprint aan het lopen was.

Maar toch vond ik het stiekem ook wel leuk. De opspattende modder van de mensen voor je en het kansloze zoeken naar een beter begaanpaar spoor. Ergens had het toch wel wat. Terwijl ik steeds meer in mijn eigen schoenen aan het soppen was en het me ook steeds minder interesseerde hoe diep de plassen waren, kon ik me zelfs al voorstellen hoe ik nog een keer een cross zou kunnen lopen. Wie weet… Misschien zelfs wel dit seizoen.

Inmiddels weet ik wel beter. De oude schoenen die ik tijdens de cross aan had, zijn wegens overmatige stank in een vuilcontainer verdwenen en kan ik dit seizoen niet meer hergebruiken. Dat is maar goed ook, want ik overdreef niet toen ik zei dat crossen niets voor mij was. Het was me tijdens het crossen al opgevallen dat ik alleen maar was ingehaald en uit de uitslagen bleek ook nog eens dat ik lopers die ik op het asfalt ver achter me hou in de blubber nog maar net achter me had weten te houden. Volgend seizoen wil ik me er best wel weer eens een keertje aan wagen, maar nu even niet. Eerst even mijn ego de kans geven om zich te herstellen.