Maandelijkse archief: december 2011

17-12-2011: Linschotenloop, halve marathon

Drie kilometer is natuurlijk maar een klein zielig stukje om hard te lopen. Stelt niks voor, geen probleem. Maar in dit geval had ik net een halve marathon gelopen en had ik dat zelfde stukje van drie kilometer vooraf al hardgelopen om van mijn auto naar de start te komen. Dat stukje van drie kilometer leek dan ook ineens een pokke-eind.

Vooraf had ik grootse verwachtingen van de Linschotenloop. Ik zou mijn auto bij mijn werk in Montfoort neerzetten, vanaf daar naar de start hardlopen en dan zou ik mijzelf wel eens eventjes gaan verbazen tijdens de halve marathon. Net zoals ik mijzelf een week daarvoor al plezierig verrast had tijdens de Bruggenloop in Rotterdam waar ik met speels gemak 1 uur 10 had gelopen. Een jaar geleden had ik nog minachtend gesnoven bij het horen van die tijd, maar na een blessure van een half jaar en vervolgems een training die maar langzaam op gang was gekomen, was die tijd wel eventjes mooi twee minuten sneller dan ik verwacht had.

Wilde plannen had ik dan ook voor de Linschotenloop. Plannen die alleen nog maar wilder werden toen ik wat clubgenootjes tegenkwam. Zij waren van plan om 1 uur 40 te gaan lopen en alhoewel die tijd me een week geleden nog onvoorstelbaar had geleken, zat ik door de Bruggenloop nu zo vol zelfvertrouwen dat ik dacht dat mij dat ook wel zou moeten gaan lukken. Ter plekke besloot ik dan ook om met ze mee te gaan lopen. Sterker nog, in mijn hoofd was ik er al uit dat ik het tweede stuk van de halve marathon nog ietsjes zou gaan versnellen om dan zelfs onder die 1 uur 40 uit te komen.

Als ik inderdaad zulke sterke benen had gehad, dan was het loopje terug van de finish naar mijn auto misschien ook wat makkelijker gegaan. Maar nu was dat stukje terug een kwelling. Mijn bovenbenen deden pijn. Mijn onderbenen deden pijn. Mijn voeten deden pijn. Alles deed pijn. Als het parcours van de Linschotenloop niet zo supermooi was geweest, zou ik eigenlijk alleen maar slechte herinneringen aan die dag hebben overgehouden.

Al snel na de start voelde ik al dat het niet lekker zou gaan. Bij de Bruggenloop was ik lekker ontspannen begonnen en verbaasde ik me over de snelle tijd op de eerste kilometer. Bij de Linschotenloop begon ik net zo ontspannen, maar was ik volgens BliepBliep wel een stuk langzamer. Ik dacht eerst dat ik er nog even in moest komen. Dat ik misschien nog wat stramme benen had van dat kleine stukje inlopen. Of misschien moest ik nog even wat opwarmen na de lange training van de woensdag ervoor waarin ik meer dan 25 kilometer had hardgelopen. Volgens mij was er dan ook maar xe9xe9n oplossing. Gewoon het gewenste tempo lopen. Dan zou het vanzelf wel goed komen.

Na vier kilometer moest ik dat idee echter laten gaan en liet ik het tempo iets zakken. Ik wist gewoon dat ik dat tempo nooit een halve marathon vol zou kunnen houden. Niet daar. Niet die dag. Het lukte gewoon niet. En omdat ik redelijk vooraan was gestart om maar geen last te hebben van trage lopers, werd ik zelf xe9xe9n van die trage lopers. Zo eentje die de snellere lopers alleen maar in de weg zit. Want ondanks het feit dat ik nog niet eens zulke hele beroerde kilometertijden liep, werd ik kilometerslang alleen maar ingehaald door allerlei lopers.

Dankzij de eerste kilometers had ik echter redelijk wat marge opgebouwd, dus nog steeds ging ik er vanuit dat ik in ieder geval onder de 1 uur 45 zou moeten kunnen lopen. Het ging alleen moeilijker en moeizamer en eenmaal in Montfoort, als er nog maar een paar kilometer te gaan is tot de finish, flitste het zelfs door me heen dat het nu wel heel makkelijk zou zijn om er mee te kappen, naar mijn auto toe te lopen en gewoon lekker naar huis te gaan. Het ging niet eens zo zeer om de halve marathon zelf, maar meer dat ik absoluut geen zin meer had om na de finish nog een stukje te gaan lopen.

Toch ging ik door. Steeds verder weg van mijn auto en steeds dichterbij de finish. Ik ging nu opeens ook weer andere lopers voorbij. Dat waren dan nog grotere stakkers dan ik, die nog meer dan ik kapot aan het gaan waren. Zielig hoor. Maar zij hoefden straks waarschijnlijk niet meer hard te lopen. Mazzelaars. Die luxe had ik dan weer niet.

In de laatste drie kilometers stortte ik nog een beetje extra in en zo haalde ik zelfs de 1 uur 45 niet eens. Ik zat er bijna een minuut boven. Maar heel erg daar van balen deed ik niet eens. Ja, het was vervelend. En ja, ik had het me anders voorgesteld. Maar eigenlijk had ik op dat moment een nog veel groter probleem. Een veel belangrijkere reden om te balen. Ik wist namelijk dat ik nog eens drie kilometer moest gaan hardlopen.